Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Zwaartekracht ontrafeld

Kort na de publicatie van de speciale relativiteitstheorie begint Albert Einstein aan wat door fysici als zijn belangrijkste werk wordt gezien: de algemene relativiteitstheorie. Gaat de speciale alleen over voorwerpen die constant in een rechte lijn bewegen, de algemene relativiteitstheorie behandelt ook voorwerpen die ten opzichte van elkaar versnellen. Een theorie die uiteindelijk leidt tot een volstrekt nieuwe verklaring van de zwaartekracht.

De basis voor de algemene relativiteitstheorie legt Einstein in 1907 met wat hij noemt „de gelukkigste gedachte van mijn leven.” Het lijkt op het eerste gezicht heel logisch, maar de gevolgen van deze gedachte zijn immens: „Iemand die valt, voelt geen zwaartekracht.” Als gevolg hiervan formuleert hij het beroemde equivalentieprincipe: versnelling en zwaartekracht zijn gelijkwaardig. Of iemand nu in het luchtledige in een lift versneld wordt of met beide benen op de aarde staat, hij voelt hetzelfde, aldus Einstein.

De gedachtestroom in Einsteins hoofd is niet meer te stuiten. Als een zonnestraaltje door een klein gaatje de versnelde lift binnendringt, wordt hij afgebogen voordat hij de andere kant van de lift heeft bereikt, redeneert hij. Dat betekent omgekeerd dat, omdat versnelling en zwaartekracht gelijkwaardig zijn, de zwaartekracht ook invloed zal hebben op lichtstralen. Als tijdens een zonsverduistering in 1919 inderdaad wordt bewezen dat zwaartekracht licht afbuigt, zorgt dat wereldwijd voor opschudding in de pers en de wetenschappelijke wereld.

De definitie van rechte lijnen valt met deze theorie helemaal in duigen, beseft Einstein. Als de zwaartekracht licht afbuigt, waar zijn dan de rechte lijnen? Als dat toch de lichtstralen zijn, dan moet de ruimte zelf gekromd zijn. Het vangen van deze gekromde ruimte in een wiskundige theorie kost Einstein jaren rekenwerk. Als hij in 1912 inziet dat hij hierin een fout maakt, loopt hij wanhopig naar zijn vroegere studievriend Marcel Grossmann: „Je moet me helpen, anders word ik gek.”

Het werk resulteert in 1915 in een verklaring van de zwaartekracht. Populair uitgelegd: het heelal is als een spons met daarin allemaal bolletjes die de spons indeuken. Het deukje dat de zon in de ruimte maakt, zorgt ervoor dat de planeten netjes in het deukje rond de zon blijven cirkelen.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels