Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Ziekenhuizen vuurbang voor MRSA

 Varkenshouders hebben kans op de ziekenhuisbacterie MRSA wanneer ze in contact komen met besmette dieren.
 1 van 2  

Varkenshouders hebben kans op de ziekenhuisbacterie MRSA wanneer ze in contact komen met besmette dieren.

De ontdekking van MRSA, de gevreesde ziekenhuisbacterie, bij varkenshouders roept vragen op. Hebben zij en hun familieleden een grotere kans om drager te zijn? Is het nodig om maatregelen te nemen bij ziekenhuisopname? De zaak is in ieder geval voor het RIVM serieus genoeg om er grondig onderzoek naar te doen.
In een Nijmeegs ziekenhuis stellen laboranten in 2003 tot drie keer toe bij verschillende patiënten een onbekend type bacterie vast. Uit diverse tests blijkt dat het gaat om de methicilline of multiresistente Staphylococcus aureus, MRSA, een bacterie die ongevoelig is voor de meeste antibiotica. De in Nijmegen gevonden variant is echter nog niet eerder bij mensen aangetroffen. Dat roept natuurlijk vragen op.

Al snel komen artsen er achter dat de betrokken patiënten allemaal met varkens in contact zijn geweest. Vervolgens komt uit screening van gezinsleden naar voren dat een aantal van hen ook de bacterie bij zich draagt. Zonder dat zij daar overigens ook maar iets van merken.

In een kleinschalige steekproef van het ziekenhuis onder 26 varkenshouders wordt bij zes van hen vastgesteld dat ze drager zijn van de MRSA-bacterie. Het lijkt erop dat dit hoge percentage van 23 geen toeval is, aangezien de ziekenhuisbacterie normaal gesproken bij minder dan 1 procent van de Nederlanders wordt aangetroffen. De gewone, niet resistente Staphylococcus aureus komt bij ongeveer 40 procent van de bevolking voor.

Uiteindelijk blijken varkens de bron te vormen van de MRSA-besmettingen. Begin dit jaar presenteerde de Voedsel en Waren Autoriteit haar uitkomsten van onderzoek onder meer dan 500 slachtvarkens. Bij 39 procent werd hetzelfde onbekende type van de bacterie vastgesteld. „Daar schrokken we eigenlijk van. We hadden er geen idee van dat de dieren deze bacterie bij zich droegen, want daar was in Nederland nog nooit naar gekeken”, zegt Desirée Beaujean van het Centrum Infectieziektenbestrijding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Of behalve varkens ook andere dieren, zoals koeien en kippen, drager van de ziekteverwekker kunnen zijn, is niet bekend.

Beaujean durft nog geen harde uitspraken te doen over het voorkomen van MRSA bij varkenshouders en of zij de enige risicogroep vormen voor het overnemen van de bacterie van varkens. Beaujean: „Loopt alleen de boer die direct contact heeft met de dieren het risico drager van MRSA te worden? Heeft de boerin het ook bij zich en zo ja, komt dat doordat ze in de stal werkt of neemt ze de bacterie van haar man over? Het zijn allemaal vragen waar nog onderzoek naar moet komen. Maar voor ziekenhuizen is het belangrijk dat hier antwoord op komt.”

Operatiewond

In het dagelijks leven vormt de Staphylococcus aureus geen bedreiging. „Integendeel”, zegt Beaujean, „de bacterie, die meestal op de huid en in de neus zit, vormt daar een verdedigingslinie zodat schadelijke bacteriën geen kans krijgen. Bij een beschadiging van de huid, zoals een operatiewond, krijgt de Staphylococcus aureus echter de kans het lichaam binnen te dringen en een infectie te veroorzaken. Vooral voor patiënten in het ziekenhuis met een zwakke weerstand vormt dit een bedreiging.”

Een resistente bacterie maakt mensen niet zieker dan de niet-resistente Staphylococcus aureus. Normaal gesproken is het probleem prima te behandelen. Tegen MRSA is echter maar één kruid gewassen: het antibioticum vancomycine. Het gevaar ligt op de loer dat de bacterie op een gegeven moment ook dit medicijn kan weerstaan, zodat alle middelen falen. Beaujean: „Dan overlijd je aan een relatief eenvoudige infectie.”

Nederlandse ziekenhuizen doen er alles aan om MRSA buiten de deur te houden. Enerzijds om te verhinderen dat de ziekteverwekker zwakke en geopereerde patiënten kan besmetten. Anderzijds omdat ziekenhuizen willen voorkomen dat bacteriën resistentie aan elkaar doorgeven. „Het lukt in Nederland nog steeds om MRSA buiten de deur te houden. Dat is de motivatie om het strikte beleid vol te houden.”

Quarantaine

In West- en Zuid-Europese landen hebben ziekenhuizen MRSA niet vanaf het begin met man en macht bestreden en het beestje laat zich nu vrijwel niet meer verjagen, stelt Beaujean.

Om het ontstaan van resistente bacteriën tegen te gaan, hanteert Nederland een streng beleid: antibiotica zijn alleen op recept verkrijgbaar, want bij veelvuldig gebruik van de middelen is de kans groot dat de bacterie een mechanisme ontwikkelt waarmee hij de behandeling kan overleven. Daarnaast schrijven artsen bij voorkeur een middel voor dat een specifieke groep ziektekiemen aanpakt in plaats van een breed scala. Ten slotte houden ziekenhuizen zich strikt aan scherpe hygiëneregels.

Om import van MRSA te voorkomen, liggen patiënten uit buitenlandse ziekenhuizen eerst op een aparte kamer. Pas als testen negatief zijn voor MRSA, mogen ze naar een gewone verpleegafdeling. Anders blijft de quarantaine gehandhaafd.

Nu de verdenking is gerezen dat varkenshouders vaker dan gemiddeld een resistente bacterie bij zich dragen, rijst ook de vraag of het goed is om aparte verpleging bij ziekenhuisopname voor hen in te voeren. „Je moet dan wel eerst zeker weten dat deze groep een risico vormt”, stelt Beaujean. „In juni zal de inventarisatie van de risicogroepen worden afgerond. Als het nodig is, zullen we op grond daarvan het beleid aanpassen.”

Voor varkenshouders zelf is het van belang te weten of de resistente bacterie bij hen vaker voor komt, zodat ze bij een infectie de juiste behandeling krijgen. Voor de maatschappij is eventuele ziekenhuisopname een belangrijk issue: „De samenleving is er niet bij gebaat dat MRSA door varkenshouders in ziekenhuizen wordt geïntroduceerd.”

Mensen moeten echter wel blijven beseffen dat de bacterie normaal gesproken geen kwaad kan, vindt Beaujean. „Het is alleen een ziekenhuisprobleem. Daarbuiten is het geen punt als mensen die bacterie bij zich dragen. Dat moeten wij er dan ook niet van maken.”

Moeilijk weg te krijgen

Waarom willen ziekenhuizen MRSA buiten de deur houden?

De resistente bacterie is ongevoelig voor de meeste antibiotica. Het enige middel dat daar nog tegen werkt, is vancomycine.

Als MRSA ongevoelig wordt voor vancomycine, is de ziekteverwekker niet meer te behandelen.

Het gevaar bestaat dat MRSA resistentie doorgeeft aan andere bacteriën.

De ziekteverwekker vormt een bedreiging voor de zwakke patiënt. Buiten het ziekenhuis is MRSA voor gezonde mensen geen probleem.

De huidbacterie verspreidt zich via handcontact gemakkelijk van de ene persoon naar de andere.

Veelbelovende ontdekking

Tijdens hun speurtocht naar een nieuw antibioticum heeft een groep Japanse onderzoekers een natuurlijke stof gevonden die een breed scala aan bacteriën doodt. Dat schreef de vakgroep vorige week in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Het ontdekte platensimycine is -opvallend genoeg- zelf afkomstig van een bacterie (Streptomyces platensis). Het middel pakt onder andere twee soorten aan die veel problemen veroorzaken in ziekenhuizen: multiresistente Staphylococcus aureus (MRSA) en vancomycineresistente Enterococcus (VRE).

De huidige antibiotica richten zich op een beperkt aantal fronten: de opbouw van het erfelijk materiaal, eiwitten of de celmembraan van de bacterie. Dat heeft tot gevolg dat een vrij kleine verandering in de ziekteverwekker de werking van het middel al ongedaan kan maken: het ontstaan van resistentie.

Platensimycine vormt een aparte klasse onder de antibiotica, want het werkt via een voorheen onbekend mechanisme. De stof richt zich op de buitenkant van de bacterie doordat hij de aanmaak van vetzuren blokkeert. Daardoor gaat het schadelijke beestje uiteindelijk dood.


Lees ook:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels