Pfeiffer is een duizendpoot die actief is op verschillende terreinen van de gezondheidszorg. Zijn belangrijkste inspanningen liggen op het terrein van de interne geneeskunde en de kindergeneeskunde. Als internist zet hij zich in voor de behandeling van jicht en publiceert hij diverse wetenschappelijke artikelen. Pfeiffer heeft ook bestuurlijke kwaliteiten. Zo is hij vanaf 1882 gedurende 32 jaar secretaris van een jaarlijks gehouden congres voor interne geneeskunde, waar de belangrijkste Duitse internisten elkaar ontmoeten. Zijn roem reikt tot in Perzië -het huidige Iran- waar hij, op aanbeveling van een collega, de zwaar aan jicht lijdende sjah van Perzië Muzaffar ed-Din Mirza in Teheran behandelt.
Daarnaast is Pfeiffer druk in de weer met kuuroorden. Mineraalwater is er in Wiesbaden en omgeving in overvloed en Pfeiffer heeft als echte Duitser veel op met de mogelijk heilzame effecten ervan op diverse ziekten, waaronder jicht en andere gewrichtsaandoeningen.
Ook het gebied van de kindergeneeskunde heeft de aandacht van Pfeiffer. Hij zet zich in voor een goede zuigelingenvoeding -in 1887 publiceert hij een analyse van de bestanddelen van melk- en de oprichting van kindertehuizen. Vanaf datzelfde jaar is hij gedurende achttien jaar secretaris van het Genootschap voor kindergeneeskunde. In 1889 maakt de kinderarts uit Wiesbaden letterlijk naam met de beschrijving van de verschijnselen van mononucleosis infectiosa, later bekend als de ziekte van Pfeiffer, door hem in het Duits aangeduid als ”Drüsenfieber”, oftewel klierkoorts.
Symptomen
Pfeiffer noemt als symptomen van de ziekte keelpijn en koorts in combinatie met pijnlijk opgezette lymfeklieren in de hals, onder de oksels en in de liezen en ernstige moeheid. Dat hij als kinderarts met de aandoening in contact komt, is geen wonder. De ziekte treft vooral pubers en jongvolwassenen. Wat Pfeiffer op dat moment nog niet weet, is dat de verwekker een micro-organisme is dat zich via het speeksel verspreidt. Het gaat om het Epstein-Barrvirus (EBV), een lid van de grote familie van zogeheten herpesvirussen. EBV is nummer vier (HHV-4) in de serie van humane herpesvirussen en een broertje van onder meer het herpes simplex virus (HHV-1, de verwekker van de koortslip), herpes simplex-2 (HHV-2, veroorzaker van de geslachtsziekte herpes genitalis) en het varicella zoster virus (HHV-3, de veroorzaker van waterpokken en gordelroos).
EBV komt zo algemeen voor onder de bevolking dat de afkorting in het Engels ook wel EveryBody’s Virus wordt genoemd. In ontwikkelingslanden komen vrijwel alle kinderen al op jonge leeftijd ermee in aanraking. In de westerse landen ligt dat percentage op gemiddeld 40. Als iemand ooit met het virus in contact is gekomen, is hij of zij levenslang drager, al krijgt hij de ziekte meestal niet voor de tweede keer. Het virus kan zich schuilhouden in bepaalde cellen van het afweersysteem, de B-lymfocyten. Daar is het onzichtbaar voor het afweersysteem omdat op de buitenkant van de lymfocyten -vrij ongebruikelijk voor afweercellen- geen eiwitsporen zijn te vinden die de aanwezigheid van het virus in de cel verraden. Omdat het micro-organisme zich via speeksel verspreidt, treedt besmetting nogal eens op tijdens de verkeringstijd. De Engelsen hebben daarom een toepasselijke bijnaam voor de ziekte van Pfeiffer: kissing disease.
Kinderen hebben meestal slechts lichte ziekteverschijnselen. Pubers en jongvolwassenen kunnen echter weken- tot maandenlang flink ziek zijn van Pfeiffer, waarbij niet alleen de lymfeklieren, maar ook lever en milt zijn opgezet. Een behandeling met antibiotica heeft geen zin bij een virusziekte als Pfeiffer, tenzij naast de virale infectie nog een bacteriële infectie meespeelt.
Lymfklierkanker
EBV is niet alleen de verwekker van Pfeiffer, zo ontdekken wetenschappers later. Het virus speelt mogelijk ook een rol bij het ontstaan van de ziekte van Hodgkin. Deze vrij zeldzame vorm van lymfklierkanker treft jaarlijks zo’n 350 Nederlanders. Bij ongeveer de helft van de Hogdkinpatiënten is EBV aanwezig in de kankercellen. Wat voor rol het virus daar speelt, is nog onopgehelderd. Statistisch gezien gaat het om een uiterst gering risico. Verreweg de meeste mensen die ooit Pfeiffer hadden, krijgen geen lymfklierkanker.
Naam: Emil Pfeiffer
Geboortedatum: 1 maart 1846
Sterfdatum: 13 juli 1921
Nationaliteit: Duits
Vernoeming: Ziekte van Pfeiffer