Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Zeekapitein in Nieuwe Pekela

 Als saluut aan de geschiedenis is begin mei de vaarverbinding van het Zuidlaardermeer naar het Drentse Bareveld officieel geopend. Foto’s RD
 1 van 6  

Als saluut aan de geschiedenis is begin mei de vaarverbinding van het Zuidlaardermeer naar het Drentse Bareveld officieel geopend. Foto’s RD

Dat er niets boven Groningen gaat, is bekend. Maar dat de provincie meer te bieden heeft dan turf en toren is een ware ontdekking. Badde hoi!
Prinses Máxima kan in het water zien hoe mooi ze is. Zo stil is het op het Zuidlaardermeer. Soepel stuurt Willem Otto Nachbar zijn sloep, genoemd naar de kroonprinses, het water op. Het is nog vroeg in de ochtend en bijna windstil. In de verte probeert een aalscholver een maaltje vis te verschalken. Een groep zeeverkenners is met kleine zeilboten in de weer. Het wil niet erg vlotten.

Het Zuidlaardermeer ligt voor een klein deel in Drenthe. „Zeg maar de kant van Berend Botje”, zegt Nachbar, verwijzend naar het beroemde kereltje dat met zijn bootje naar Zuidlaren ging. Het grootste deel hoort bij Groningen. Vanaf het midden van de watervlakte is de Martinitoren net te zien. En dat doet iedere Groninger toch weer goed.

Het meer is 670 hectare groot, waarvan ongeveer de helft goed bevaarbaar is. Het is er niet diep, hier en daar maar 50 centimeter langs de oevers, tot maximaal 1,80 meter in de vaargeul. Het meer is niet, zoals andere plassen in de provincie, door mensenhanden gegraven, maar ontstaan als verbreding van het riviertje de Hunze.

In de 12e eeuw werd ten oosten van het meer een begin gemaakt met turfwinning. Hierdoor ontstond een belangrijke scheepvaartroute van de Hunze via het meer naar de stad Groningen. Door het slechte afwateringssysteem was het meer vroeger veel groter. Begin 1900 zijn de zogenaamde madelanden ingepolderd en ontstond het meer zoals het er nu bij ligt.

Krab
„Kijk, een muskusrat.” Het forse beest steekt alleen met zijn kop boven het water uit en verdwijnt snel in het riet. Dit jaar worden in het Zuidlaardermeer bevers uitgezet. In het water huist de wolhandkrab. Die brengt volgens Nachbar, eigenaar van zeilschool De Bloemert in Midlaren, veel schade toe. „Grote stukken riet verdwijnen soms zomaar. We vermoeden dat de krabben de wortels kapotmaken, waardoor het riet gaat drijven.”

Mans Vos van de gelijknamige palingrokerij aan de Osdijk in Noordlaren vangt de zoetwaterkrabben en verkoop ze aan Chinezen. „Die zijn er dol op.” Van paling moet Vos het echter hebben. Langs de oevers van het meer staan zijn schietfuiken. Per jaar haalt hij ongeveer 8000 kilo van de kronkelende vissen boven water. Na anderhalf uur in de rookton doet een pondje paling 12,50 euro.

In Groningen zijn nog vier beroepsvisser, Vos is de enige op het Zuidlaardermeer. Zijn vader, grootvader en overgrootvader visten hier ook. „De visserij is nog net zo als 400 jaar geleden.” Twee zorgen voor Vos: zijn zoon moet niets van paling hebben en de beestjes worden steeds magerder. „Het klinkt gek, maar dat komt omdat het water hier steeds schoner wordt. Paling gedijt goed in een beetje vies water, met veel fosfaat.”

De paling uit het meer is vetter en donkerder van kleur dan zijn soortgenoten uit het IJsselmeer. De smaak is voortreffelijk, zo kan het bezoek zelf constateren. „Tja”, zegt Vos, „IJsselmeerpaling heeft de naam. Maar ik verkoop via de groothandel paling uit het Zuidlaardermeer, die dan in Urk of Harderwijk als IJsselmeerpaling wordt verkocht.”

Kanalen
Van de noordelijke provincies staat vooral Friesland bekend om het water, maar Groningen heeft ook heel wat te bieden. De provincie telt 44 jachthavens en ongeveer 5000 ligplaatsen. De stad Groningen vormt het knooppunt van verschillende vaarroutes.

Dat zou best wat meer uitgevent mogen worden, vindt ook Hendrik Hachmer, conservator van het Veenkoloniaal Museum in Veendam. Natuurlijk is de streek met zijn rechte kanalen bekend van de turf. Zware tijden, waarbij het landschap soms tot wel 10 meter werd afgegraven om inwoners van de grote steden warme voeten te bezorgen.

„Armoede? Dat hadden we niet in Groningen”, corrigeert Hachmer. „De armoede zat vooral in Drenthe.” In Veendam stichtte de doopsgezinde dominee Anthony Winkler Prins een hbs, zodat jongeren konden studeren. Later schreef hij met enkele vrienden de overbekende encyclopedie.

Minder bekend is dat vanuit de turfvaart zeevaart ontstond. Omstreeks 1870 stond meer dan 60 procent van de Nederlandse handelsvloot in de Groninger veenkoloniën geregistreerd. Vooral de handel op de Oostzee floreerde. Hout, graan, bakstenen, lijnolie; van alles werd er op de Groningse schepen vervoerd.

Soms waren complete families aan boord, inclusief moeder de vrouw. Bewijzen daarvan zijn te vinden op de begraafplaats achter de dorpskerk in Veendam. Zo liet Jantje A. Hazewinkel op 19 januari 1856 op de Indische Oceaan het leven. Normaal zou de vrouw een zeemansgraf hebben gekregen maar haar echtgenoot, kapitein Berend J. Jonker, wilde per se naast haar worden begraven. Dus vulde hij aan boord een houten vat met jenever en spiritus, deed het lichaam van zijn vrouw erin en begroef haar later in Veendam. Helaas kwam Jonker zelf nooit meer van zee terug.

Bureau
In 1870 telde een plaats als Nieuwe Pekela 178 zeekapiteins. Ze lieten hun huizen altijd langs het diep bouwen. Zo ook Kornelis Jans Boon, schipper van de galjoot Vrouw Jantje, en zijn vrouw, Jantje Roelfs Koop.

De woning met haar karakteristieke Friese tegeltableaus bij de voordeur en haar rijke bedsteewand in de voorkamer weerspiegelt zich in het water van het Pekelder Hoofddiep. Het bureau van Boon staat erbij alsof de kapitein het gisteren verliet.

Achter het huis is een piepklein tuintje; de kapitein had immers toch geen tijd om het bij te houden. Als hij thuis was, mijmerde hij het liefst over reizen naar de Middellandse en de Zwarte Zee en havens als New York en Bahia.

Als er weer eens een nieuw schip in het nauwe kanaal te water werd gelaten, was het in het dorp, met zijn karakteristieke lintbebouwing, groot feest, waarbij het ”Pekelder woater” rijkelijk vloeide. „De schepen kwamen hier nooit meer terug”, zegt Hachmer, die zich sterk maakt om dit deel van de historie levend te houden. Al moet hij daarvoor misschien de naam van zijn museum veranderen.

Als saluut aan de geschiedenis is begin mei de vaarverbinding van het Zuidlaardermeer naar het Drentse Bareveld officieel geopend. De vaarroute, oorspronkelijk bedoeld voor het transport van turf, ging in 1972 dicht voor de scheepvaart. Op initiatief van de gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Aa en Hunze en Veendam en de provincies Drenthe en Groningen is de vaarverbinding weer open.

Wie de kans krijgt, moet de route varen aan boord van een historisch schip, zoals de lemmeraak Badde Hoi van de familie Heller uit Foxhol. De stalen boot met fraaie houten opbouw kan soms maar net onder de bruggen over het Kielsterdiep door. Bij het passeren klinkt de groet ”badde hoi”, zoiets van goedendag. Vanaf het water ziet het lintdorpje Kiel-Windeweer er aandoenlijk uit. Zei Willem Otto Nachbar het al niet in zijn sloep op het Zuidlaardermeer? „Een beetje kneuterigheid hoort bij Groningen.”

Zeilschool De Bloemert, 050-4092379 en www.debloemert.nl.

Veenkoloniaal Museum, Veendam, 0598-364224 en www.veenkoloniaalmuseum.nl.


Nergens zo veel orgels
Geen waterrat? In Oost-Groningen is ook op het land veel te zien.

Amshoff

Het is een kerk, met de pastorie aan de voorzijde. De Amshoff ligt in het lintdorp Kiel-Windeweer. Binnen is het godshuis nog helemaal intact, compleet met preekstoel en orgel. Wie er wil trouwen is welkom. In het restaurant naast de kerk is te zien wat kok Jan Stams op het vuur zet. Pieter Venemakade 93, Kiel-Windeweer, www.de-amshoff.nl.

Orgels

Nergens zijn er, volgens de provinciale VVV, „zo veel orgels op zo’n geringe oppervlakte.” Veel middeleeuwse Groninger kerken bieden plaats aan prachtige, monumentale orgels. De Duitse orgelbouwer Schnitger liet in Groningen zijn sporen na, bijvoorbeeld in Noordbroek. Als het orgel wordt bespeeld, trilt de 14e-eeuwse kerk op haar grondvesten. www.groningenorgelland.nl.

Star

Museumspoorlijn Star (Stichting Stadskanaal Rail) rijdt met historische treinen op het oude NS-traject tussen Veendam en Musselkanaal. Het spoor loopt langs de grens met Drenthe. Met zijn 26 kilometer is de Star de langste museumspoorlijn van Nederland. Stationsstraat 3, Stadskanaal, www.stadskanaalrail.nl.

Bourtange

Halverwege de vorige eeuw was Bourtange een dorpje dat dreigde dood te bloeden. Nu is het, dankzij een grootscheepse reconstructie, weer de vesting die het ooit was. Alle straatjes komen in stervorm uit op het centrale plein. Kanonnen, wachthokjes, barakken en de galg; alles is er nog. Al staat de laatste buiten de wallen. W. Lodewijkstraat 33, Bourtange, www.bourtange.nl.

Klooster

Hoewel er al sinds 1593 geen kruisheren meer leven, is het kloostercomplex in Ter Apel nog altijd een bezienswaardigheid van formaat. Het klooster staat in de monumententop 100 van Nederland. Boslaan 3, Ter Apel, www.kloosterterapel.nl.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels