Dinosaurusbotten blijven voor verrassingen zorgen. Vonden onderzoekers acht jaar geleden voor het eerst een exemplaar met daarin complete rode bloedcellen -met de nodige hoofdbrekens voor evolutionisten tot gevolg- eind vorige maand rapporteerden diezelfde onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift Science dat dinosaurusbotten ook zacht weefsel kunnen bevatten.
De vondst was een geluk bij een ongeluk. De paleontologen die het bot opgroeven, moesten het bot breken om het in een helikopter te krijgen. Maar in plaats van een massief stuk gefossiliseerd bot, vonden ze in de kern complete bloedvaten, botcellen en vezelachtige delen.
„Het weefsel is flexibel en transparant”, zegt dr. Mary Higby Schweitzer van de Amerikaanse North Carolina State University en leider van de onderzoeksgroep. „Nog nooit eerder is weefsel van tientallen miljoenen jaren oud in deze staat aangetroffen. Het was alsof je naar een modern schijfje bot keek.”
Deze reactie is tekenend voor hoe evolutionisten met zulke vondsten omgaan, vindt dr. Carl Wieland, voorzitter van de creationistische denktank ”Answers in Genesis”. „Het geloof in een oude aarde blijft overeind staan, ondanks de gevonden feiten. In plaats van vraagtekens te plaatsen bij het evolutiemodel, proberen ze de nieuwe feiten ermee in overeenstemming te brengen door nieuwe aannames te doen. Dat de aarde miljoenen jaren oud is, is volgens evolutionisten immers wetenschappelijk aangetoond.”
Typisch een voorbeeld van de „buitenproportionele” status die wetenschap bij evolutionisten heeft, aldus wiskundehoogleraar Ronald Meester eerder deze maand tijdens een lezing over schepping en evolutie aan de VU. „Wetenschappelijk bewezen is niet gelijk aan waarheid. Wetenschappelijke standpunten drukken een vertrouwen in bepaalde theorieën uit. Het zijn ten diepste geloofsuitspraken.”
Afschieten
Zolang evolutionisten zich er maar van bewust zijn dat hun uitspraken deze status hebben, dat het gaat om een model van de werkelijkheid, is er volgens Meester niets aan de hand. „Er is niets mis mee om in een theorie te geloven. Darwin heeft zijn theorie ontwikkeld in een poging om te begrijpen waar wij eigenlijk vandaan komen. Hij heeft duidelijke keuzes gemaakt; overtuigende keuzes waarschijnlijk, want veel mensen blijken er gevoelig voor te zijn. Maar het zijn wel keuzes van iemand die een model van de werkelijkheid ontwierp.”
Meester, auteur van onder andere ”Het pseudoniem van God”, waarin hij zijn standpunten over geloof, wetenschap en toeval uiteenzet, pleit daarom voor een open houding jegens andere modellen. In een discussie over intelligent design (ID), een alternatief voor de evolutietheorie dat uitgaat van een doelgericht ontwerp van de natuurlijke werkelijkheid tegenover de werkelijkheid als product van het toeval, zegt hij onder andere: „Laten we dit model in alle openheid op inhoud bekijken en niet louter op de vorm afschieten omdat het niet in de orthodoxie van het darwinisme past.”
In Amerika is het ter discussie stellen van de evolutietheorie veel minder omstreden. Volgens recent onderzoek van het tijdschrift National Geographic is 45 procent van de Amerikanen ervan overtuigd dat God de mens „in de achterliggende 10.000 jaar” heeft geschapen. Verder is 37 procent van mening dat een goddelijk initiatief aan het begin van de wereld staat en de evolutie in gang heeft gezet.
Voor ID is in Amerika daarom veel meer ruimte. „Toch heeft deze beweging geen enkele religieuze binding, zoals je vaak hoort”, zegt Meester. „De aanhangers werken puur vanuit wetenschappelijke waarnemingen en redeneringen.”
Een belangrijke voorvechter is de biochemicus Michael Behe, de auteur van ”Darwins black box”. Hij stelt dat er in celstructuren „onherleidbaar complexe” systemen voorkomen die onmogelijk het product kunnen zijn van toeval.
Achteraf verklaren
Dat er in Nederland een wat andere wind waait dan in Amerika, blijkt wel uit reacties op de houding van de moslimstudenten. „Het geloof in een geschapen aarde van zo’n 10.000 jaar oud moet je niet proberen uit te roeien; het blaast zichzelf op den duur wel op”, zegt godsdienstwetenschapper prof. dr. Abdelkader Tayob. „Laten de ontwikkelingen aan de VU hun loop maar hebben, dan wordt vanzelf helder wat tot het domein van de wetenschap behoort en wat tot dat van de religie.”
Zo’n scheiding tussen geloof en wetenschap is volgens Meester onmogelijk vol te houden. „Elk aspect van ons leven is doordrenkt van spiritualiteit. Hoe wij verschijnselen interpreteren, hangt af van onze levensbeschouwing. En daarom kan niet wetenschappelijk bewezen worden dat de ene theorie beter is dan de andere. Een creationistische visie heeft wetenschappelijk gezien evenveel bestaansrecht dan de evolutietheorie.”
Wieland verwacht niet dat de vondst van het zachte weefsel in het dinosaurusbot het tij zal keren. „Het zal waarschijnlijk een algemeen aanvaard fenomeen worden dat zelfs rekbaar, zacht weefsel op één of andere manier in staat is om miljoenen jaren voort te bestaan. Het is achteraf verklaren, toewerken naar een vastgesteld doel.”
Het vinden van rode bloedcellen en zacht weefsel in een dinosaurusbot is op zich geen wetenschappelijk bewijs dat de dinosaurusfossielen veel jonger zijn dan evolutionisten beweren, beseft Wieland. „Maar het wijst wel heel sterk in die richting en de vondst past veel beter in de theorie van een fossiel van enkele duizenden jaren oud dan in de miljoenenjarenopvatting.”