Wie was toch deze man die in een van de vele brieven aan zijn vrouw bekende dat hij voortdurend van vogels droomde? Een ietwat excentrieke kerel met een boeiende levensloop. Zijn exacte geboortejaar was lange tijd in nevelen gehuld. Pas in 1917 wordt duidelijk dat Audubon op 26 april 1785 het levenslicht ziet. In Haïti. Jean Jacques Rabin -zo heet hij- is het bastaardkind van een vermogende Franse scheepskapitein en suikerplanter. Moeder, een dienstbode, overlijdt al snel en vader neemt Jean mee naar Couëron bij Nantes, overigens ook het geboortedorp van de bekende natuurvorser Alcide d’Orbigny. Twaalf jaar lang woont de jongen onbekommerd in Frankrijk, tot Napoleon aan de macht komt. Vader wil voorkomen dat de inmiddels achttienjarige knaap als soldaat wordt geronseld en zet hem in 1803 op de stoomboot naar Amerika, waar hij een boerderij bezit, even buiten Philadelphia.
De jonge immigrant, die belabberd Engels spreekt, ontvangt het staatsburgerschap, heet voortaan John James Audubon en trouwt met Lucy Bakewell. Het kersverse paar verhuist naar Kentucky en runt in Louisville een winkel in huis-, tuin- en keukengoederen. Het plaatsje grenst aan de ongerepte wildernis. Zodra Audubon vrij heeft of als zijn compagnon achter de toonbank staat, trekt hij de natuur in om te tekenen. Hij maakt kennis met indianen, die zijn kennis over de flora en fauna bijspijkeren. Als tijdens de economische crisis van 1819 de zaak failliet dreigt te gaan, denkt de artistieke vrijbuiter dat met het afbeelden van vogels meer te verdienen valt. Bij hem rijpt het plan een boek over de complete Noord-Amerikaanse avifauna uit te brengen. Niet een zakgidsje, maar een superprentenboek (size XXL), dat alleen bij voorintekening gekocht kan worden. Volgens zijn berekening is hij bij een oplage van 300 stuks ruim uit de kosten. De gepassioneerde vogelaar heeft er op dat moment geen benul van dat deze klus een kleine twintig jaar in beslag zal nemen.
Wrede taferelen
De manier waarop Audubon vogels afbeeldt, wijkt af van wat in die tijd gangbaar is. Hij tekent ze in treffende houdingen tijdens hun dagelijkse activiteiten. En in een natuurlijke biotoop, zodat ook liefhebbers van landschappen aan hun trekken komen. De illustrator gebruikt rake kleuren en, geïnspireerd door de Franse kunstschilder Jacques-Louis David, suggereert hij dynamiek door de dieren in hun bewegingen te ’bevriezen’. Zo is hij verzot op de esthetiek van de duikvlucht. Een duttende vogel bestaat voor hem gewoon niet.
Zijn belangrijkste handelsmerk is dat ieder wezen op ware grootte op een vel papier komt. Elke prent krijgt om die reden het opvallende dubbelolifantformaat, bijna 1 meter lang en 67 centimeter breed. Voor een schepsel dat niet binnen deze bladspiegel past, bedenkt de tekenaar een pose om het toch geheel een op een te kunnen afbeelden. Zo kijkt de blauwe reiger spiedend schuin naar achteren, mag de trompetzwaan happen naar een vlindertje naast zich in het water en buigt de Amerikaanse flamingo de lange nek voor de kunstenaar welwillend diep omlaag.
Wrede taferelen schuwt hij evenmin, waarbij gevoel voor drama hem niet ontzegd kan worden. Een visarend tilt een zeebaars uit het water die bijna net zo groot is als hijzelf. Twee slechtvalken pikken met bebloede snavels een eend. Drie blauwe gaaien plunderen een nest, waarbij het eierstruif uit hun bek druipt. Toeschouwers uiten ook hun bezwaren over een portret van een steenarend die zijn klauwen in het oog van een konijntje heeft geslagen. Het publiek moet aan deze jachttaferelen maar wennen, is Audubons opvatting.
Oplichter
Om het boek ”The Birds of America” te realiseren, leeft de kunstenaar jarenlang gescheiden van Lucy en zijn twee zonen. Het gezin moet zelf maar zien rond te komen. Wrang is dat de schilder in eigen land bijna niemand voor zijn project weet te interesseren. Audubon moet zich voortdurend met logistieke en financiële zaken bezighouden. Hij trekt door heel Amerika om vogels te jagen en te tekenen en om potentiële kopers te vinden. Geen uitgever neemt het risico om de waterverfschilderingen te drukken.
De idealist laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Audubon steekt met geleend geld van vrienden en kennissen in 1826 de Atlantische Oceaan over en besluit in Groot-Brittannië zijn geluk te beproeven. De ongemanierde ”woodsman” wordt meteen in de hoogste kringen onthaald. Hij vindt er ook een goede graveur en een betrouwbare drukker. William Lizars buigt zich in Edinburgh verrukt over de map met aquarellen en publiceert de eerste gravures. De jaren daarna drukt de Londense firma van Robert Havell het grootste deel van de handmatig ingekleurde platen.
Audubon is koopman en kunstenaar tegelijk, al ziet hij zichzelf niet zo als ”artist”. Ten diepste is zijn ambitie een bijdrage aan de wetenschap te leveren, maar niet iedereen neemt hem serieus. Audubon probeert lid te worden van de prestigieuze Academie voor Natuurwetenschappen in Philadelphia, maar de kamergeleerden wijzen hem het gat van de deur. Ze vinden hem een oplichter die hen wil doen geloven dat kalkoenen kunnen zwemmen. Dat konden deze beesten echt niet, werpen zij hem voor de voeten. Achteraf blijkt de avonturier toch gelijk te hebben, want door zijn woudlopersleven is de vogelschilder tot ongekend secure observaties in staat. De Amerikaanse critici zien de tekeningen echter als uitingen van grootheidswaan en hebben moeite met zijn fysieke verschijning. De gehavende leren plunje en lange manen acht men onverenigbaar met zijn artistieke en wetenschappelijke pretenties.
In Europa weet hij zijn publiek juist te imponeren met deze outfit en verhalen. Tijdens lezingen smeert Audubon zelfs berenvet in zijn haar en slaakt hij luidkeels strijdkreten van indianen. Daarmee beantwoordt hij volledig aan het beeld van een avontuurlijke woudloper, wat ook de afzet van zijn boek bevordert. Zelfs de koningen van Engeland en Frankrijk behoren tot de intekenaars.
Recordbedrag
Audubon pendelt continu tussen Amerika en Europa. Hij moet achter andere vogels aan en die schilderen, ingekleurde gravures controleren op fouten, wanbetalers aanmaningen sturen en nieuwe afnemers zoeken. Hij schakelt ook zijn zoons in als colporteur. Zo stuurt hij de 24-jarige Victor in 1833 naar Haarlem om het Teylers Museum voor The Birds of America te interesseren. Martinus van Marum, de eerste directeur en bibliothecaris, ziet de prenten en is direct verkocht. Bij het horen van de prijs -2243 gulden- heeft hij ongetwijfeld even met de ogen geknipperd (zijn eigen jaarsalaris bedraagt 1400 gulden), maar de deal gaat door. Van Marum rekent het eerste deel meteen contant af.
De aankoop blijkt een uitstekende investering, want het boek behoort nu -dankzij de beperkte oplage- tot de duurste boeken ter wereld. Veilinghuis Christie’s brengt in 2002 in New York een exemplaar onder de hamer voor 8,8 miljoen dollar.
Naar schatting zijn er wereldwijd nog 119 complete edities te vinden en de enige in de Benelux ligt tot eind januari te kijk in Haarlem. Vier delen met ieder 100 platen en één deel met 35 platen. Om bezoekers de kans te geven zo veel mogelijk afbeeldingen te zien, liggen alle vijf banden opengeslagen. Elke dag bij een andere pagina.
Audubon voltooit op 16 juni 1838 zijn meesterwerk met in totaal 1065 vogels. Aan zijn stormachtige leven komt op 27 januari 1851 een eind. Tegenwoordig beschouwen landgenoten zijn doorzettingsvermogen als illustratief voor de innerlijke kracht van de Ware Amerikaan. En biologen verwijzen nog steeds naar zijn verbluffend scherpe waarnemingen. Hoewel de bevlogen jager duizenden dieren afschoot, beschouwt het grote publiek in de VS hem als dé ontdekker en voorvechter van de natuur. Audubon was meer dan een soortenjager. Hij was meer in de vogels zelf geïnteresseerd. Zo is hij in Amerika de eerste die hun trekgedrag bestudeert. Veel van zijn enorme vogelkennis is ook in zijn prenten terug te vinden. Ook dat draagt ertoe bij dat de ornitholoog in 1905 de naamgever wordt van de National Audubon Society, de nationale natuurbeschermingsorganisatie.
De tentoonstelling ”Vogels van formaat” is tot en met 20 januari 2008 te bezichtigen in het Teylers Museum te Haarlem. De gelijknamige catalogus (ISBN 9789046803257; 64 blz.), geschreven door Reinjan Mulder, kost € 17,50. Meer informatie: www.teylers.nl, www.vogelsxxl.nl en http://www.mcq.org/audubon/catalogue/intro-catalogue-menu.html.