Het onderwijs dat Herman eerst thuis en later op het gymnasium krijgt, bereidt hem voor op het ambt van predikant. Om te voorkomen dat hij alleen met zijn neus in de boeken zit, stuurt zijn vader hem regelmatig naar buiten, om te ontspannen en om zijn lichamelijke conditie te verbeteren.
Op twaalfjarige leeftijd krijgt hij een hardnekkige, pijnlijke zweer op zijn linkerdij. Vijf jaar lang proberen geneesheren en chirurgen hem ervan te verlossen met veelal pijnlijke methoden. Het maakt hem duidelijk dat een behandeling vaak even ondraaglijk is als ziekte zelf. Aangezien de gebruikelijke methoden falen, schuift hij die terzijde en gaat op zoek naar effectievere manieren. Uiteindelijk geneest de wond door een behandeling met zout en urine.
Op het gymnasium, waar hij vanaf zijn veertiende naartoe gaat, is Boerhaave de beste van de klas. Het vooruitzicht op een studie aan de universiteit komt echter in het geding wanneer zijn vader op 12 november 1682 sterft en maar een kleine toelage achterlaat voor zijn weduwe en negen kinderen, waarvan de oudste pas zestien is. Toch zet Herman, met toestemming van zijn voogden, zijn studie voort; zo lang als het vermogen uit de erfenis dat toelaat.
Latijn
Aan de universiteit van Leiden studeert hij, zoals zijn vader wenste, theologie en daarbij filosofie en wiskunde. Wanneer hij deze studies heeft afgerond, begint hij in 1690 aan medicijnen, scheikunde en plantkunde. Uiteindelijk richt hij zich niet langer op godgeleerdheid, maar volledig op geneeskunde.
Over de wetenschappelijke carrière van Boerhaave is een boek te schrijven. Niet alleen kent de hele Europese wetenschappelijke wereld hem, ook in China geniet hij bekendheid en delen van zijn werk worden in het Arabisch vertaald.
In 1701 wordt hij benoemd tot lector geneeskunde aan de Leidse universiteit. Wanneer hij college geeft, is de zaal altijd overvol met studenten uit verschillende landen. Hij geeft de lezingen in het Latijn, dat hij vloeiend spreekt. In de jaren van zijn aanstelling studeren in totaal 1919 personen geneeskunde in Leiden, waarvan 690 uit Engelstalige landen, 600 uit Duitstalige landen en verschillenden uit het Midden-Oosten en Amerika.
In 1709 wordt hij in Leiden hoogleraar in de geneeskunde en plantkunde. In 1714 krijgt hij bovendien de benoeming tot hoogleraar praktische geneeskunde en tot rector magnificus van de universiteit. Vier jaar later wordt hij daarbij benoemd tot hoogleraar chemie.
Op 14 september 1710 treedt Boerhaave in het huwelijk met Maria Drolenvaux, dochter van een rijke koopman. Ze krijgen vier kinderen van wie er slechts een de volwassen leeftijd bereikt, Maria Joanna.
Overgeven
Wat nu het syndroom van Boerhaave heet, beschrijft hij als eerste in 1724: het scheuren van de slokdarm, vaak als gevolg van krachtig overgeven. De manier waarop hij hiervan verslag doet, is standaard geworden in de medische wetenschap: het omvat anamnese (dat wat de patiënt over zichzelf en zijn ziektegeschiedenis vertelt), lichamelijk onderzoek, diagnose, ziektegeschiedenis en bevindingen van de autopsie.
De arts verhaalt in zijn publicatie van een belangrijke admiraal van de Hollandse vloot, baron Jan Gerrit van Wassenaer. De man ligt ziek te bed op het moment dat zijn hulp wordt ingeroepen.
Een paar dagen eerder had de admiraal een uitgebreid diner met een paar vrienden. Omdat het voedsel hem nogal zwaar op de maag lag, nam hij een braakmiddel; iets wat hij wel vaker doet als hij te veel heeft gegeten. Het overgeven lukte niet echt, en plotseling krijgt de man ondraaglijke pijn in de borst. Tegen de tijd dat Boerhaave aan zijn bed komt, is hij ernstig ziek, al heeft hij geen koorts. De arts behandelt hem met aderlating, warme kompressen en niet-alcoholische dranken. Het mag allemaal niet baten: de baron overlijdt de volgende dag.
Om de doodsoorzaak te achterhalen voert Boerhaave autopsie uit. Die brengt een scheur in de slokdarm aan het licht. In de borstkas treft de arts een deel van het feestmaal aan, naast een grote hoeveelheid lucht en zo’n 3 liter vocht. Boerhaave herkent de geur van eendenvlees en herinnert zich dat de admiraal dat drie dagen eerder heeft gegeten.
De arts concludeert dat het gat in de slokdarm -waar hij met zijn hele vinger doorheen kan- is ontstaan tijdens het overgeven. Het blijkt een zeldzaam, maar dodelijk fenomeen. In de volgende 220 jaar worden slechts vijftig gevallen van het syndroom van Boerhaave beschreven. Voor het eerst in 1940 overleeft een patiënt het fenomeen doordat hij vrijwel onmiddellijk wordt geopereerd.
De laatste jaren van zijn leven tobt de geleerde Boerhaave met zijn gezondheid. Hij moet daarom in 1725 de leerstoelen plantkunde en scheikunde opgeven. Toch zal hij, tot aan zijn dood in 1738, vanaf zijn ziekbed blijven lesgeven in praktische en klinische geneeskunde. Al tijdens zijn leven worden zijn lesmethoden door de vele internationale studenten over heel Europa verspreid. Twee van zijn boeken op geneeskundig en scheikundig terrein, ”Institutiones Medicinae” (1708) en ”Elementa Chemiae” (1724) blijven decennialang standaardwerken aan universiteiten.
Naam: Herman Boerhaave
Geboortedatum: 31 december 1668
Sterfdatum: 23 september 1738
Nationaliteit: Nederlands
Vernoeming: Syndroom van Boerhaave