Zo’n ruimtelijke reactie op een klap of pistoolschot heet in jargon de impulsrespons. Die kan, na opname met een goede microfoon, op een beeldscherm zichtbaar worden gemaakt. Eerst komen de reflecties tegen wanden en pilaren in beeld, daarna reflectie van reflecties die steeds massaler optreden. Deze worden na verloop van tijd zwakker, totdat stilte als een lange streep weer terugkomt. De vorm van deze impulsrespons maakt de akoestische eigenschappen van een ruimte zichtbaar.
Convolutie
Het ligt voor de hand om deze impulsrespons te gebruiken voor nagalm. Maar dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Er is behoorlijk wat computervermogen voor nodig, want het gaat om een speciale vermenigvuldiging, de zogenaamde convolutie.
In het huidige digitale tijdperk is geluidsreproductie een kwestie van snel achter elkaar getallen produceren en die in geluid omzetten. Bij cd-kwaliteit gaat dat per seconde om twee keer -vanwege het stereo-effect- 44.100 getallen van 16 bits. Een impulsrespons van twee seconden -ook in cd-kwaliteit opgenomen- bevat bijna 200.000 getallen.
De computer moet tijdens het afspelen snel alle getallen waaruit het muziekstuk is opgebouwd, vermenigvuldigen met alle getallen van de impulsrespons. Dit resulteert, na optelling, in een hoogwaardige ruimtelijke weergave.
Dat is een forse computerbelasting. Maar met de komst van de steeds krachtiger Intel- en AMD-processors wordt het nu haalbaar. Verschillende aanbieders van software voor het maken van elektronische muziek leveren, vooralsnog tegen forse prijzen, hun impulsgalm of convolutiegalm. De kwaliteit overstijgt echter die van de gebruikelijke galmprocessors, die intern met een zeer beperkt aantal kunstmatige reflecties werken en het geluid soms onaangenaam doen verkleuren. Ook voor de Hauptwerk-2-software is een uitbreiding met deze galmtechnologie gepland.