Laat ik deze jongen Cees noemen. Cees trekt zich terug op zijn kamer, bij zijn computer en tv. Dat werpt de vraag op of het überhaupt verstandig is om een kind een computer en een tv op de slaapkamer te laten hebben. Zo wordt het voor het kind wel erg aantrekkelijk zich helemaal in zijn eigen wereldje terug te trekken.
Cees toont behoefte aan zelfstandigheid, maar waar gebruikt hij die voor? Cees’ ouders dienen te weten waar hun zoon mee bezig is. Waar kijkt hij naar, welke sites bezoekt hij, wat leest hij? Weet hij dat zijn ouders hem hierin slechts tot op zekere hoogte vrijheid geven? Zij zijn nog steeds zijn opvoeders die hem de weg moeten wijzen naar de volwassenheid. Cees’ mening moet worden gevormd. Daar is communicatie voor nodig. Dit lijkt bij Cees onvoldoende het geval te zijn.
Verantwoordelijkheid
Cees moet toegroeien naar het dragen van meer verantwoordelijkheid. Daarom moeten ouders in dit soort situaties de volgende vragen beantwoorden: Is Cees ergens verantwoordelijk voor? Aan welke eisen moet hij voldoen? Wat zijn zijn taken in het gezin? Of heeft hij helemaal geen taken, en heeft hij daardoor het gevoel dat hij niet nuttig is?
Er kunnen diverse redenen zijn waarom Cees zich terugtrekt. Door veranderingen in zijn hormonen kan hij emotioneel instabieler worden of minder zelfvertrouwen krijgen. Daarom is extra aandacht nodig voor Cees’ zelfbeeld en zijn gevoelens die ontstaan door de lichamelijke veranderingen. Ook zijn ervaringen op school, relaties met leeftijdsgenoten en de confrontatie met zijn mogelijkheden en onmogelijkheden hebben invloed op zijn zelfbeeld.
Cees heeft door ervaringen of reacties uit zijn omgeving mogelijk een negatief zelfbeeld gekregen. Een zelfbeeld is te onderscheiden in zelfvertrouwen en zelfwaardering. Wanneer het goed gaat op school ontwikkelt een kind zelfvertrouwen. Het voelt: ik kan het leven aan. Zo krijgt het kind zelfvertrouwen, waardoor het een nieuwe uitdaging durft aan te gaan. Is de omgeving ook tevreden, dan ontstaat er zelfwaardering: ik ben iemand die de moeite waard is.
Vertrouwensrelatie
Ouders dienen een vertrouwensrelatie met hun kind op te bouwen. Belangrijk daarbij is dat ze het kind accepteren, complimenten geven, geborgenheid bieden, en voorspelbaar duidelijk en betrouwbaar zijn. Een kind moet voelen dat het er mag zijn. Anders krijgt het een negatief zelfbeeld.
Elk kind heeft positieve aandacht nodig om een positief en evenwichtig zelfbeeld te ontwikkelen, zodat het kan komen tot een vertrouwde omgang met de ander. Mist een kind een positief zelfbeeld, dan krijgt het steeds meer moeite evenwichtige relaties op te bouwen. Dat kan zich uiten in zich terugtrekken. Ook maakt het dan weinig of geen vrienden, ervaart het innerlijke onzekerheid en is het bang te worden afgewezen. Bovendien durft het zijn gevoelens niet te uiten.
Vermoedelijk ligt het probleem van Cees op dit vlak. Het is van belang hem, en andere pubers die hetzelfde gedrag vertonen, eerlijk en positief te benaderen, niet opdringerig of argwanend. Geef hem zelfvertrouwen, durf zelf open te zijn. Leer hem verantwoordelijkheid te dragen door klusjes te doen of een huisdier, bijvoorbeeld een hond, te laten verzorgen. Dat biedt de mogelijkheid hem naar een puppycursus te laten gaan. Dan krijgt hij weer contact. Ook lichamelijke inspanning is bijzonder goed voor jongens in de puberleeftijd. Voor Cees is een teamsport aan te bevelen.
Fietstocht
Het is belangrijk dat Cees’ ouders opgewekt en levendig met hem omgaan. Cees heeft behoefte aan veiligheid, waardering, zelfverwerkelijking en hij wil ook ergens bijhoren. Hierbij heeft hij zijn ouders nodig. Zij moeten laten merken dat ze trots op hem zijn. Complimenten versterken het zelfvertrouwen. Ook kunnen zij hun zoon uitdagen en aanmoedigen activiteiten te ondernemen of samen dingen te doen. Was samen de auto of onderneem gezamenlijk een fietstocht.
Cees heeft zijn ouders erg nodig, ook al lijkt dit niet zo. Tieners, ook Cees, hebben behoefte aan aanwezige ouders die staan voor hun overtuiging.
Dit betekent dat ouders afspraken blijven maken en grenzen aangeven. Binnen die grenzen is het kind vrij. Gaat het kind de grenzen over, dan heeft dat negatieve gevolgen. Opvoeders moeten duidelijk zeggen hoe zij over de daden van het kind denken en of ze die af- dan wel goedkeuren.
Het gedrag van de opvoeder beïnvloedt het kind. Persoonlijkheidsvorming voltrekt zich in persoonlijke ontmoetingen.
Om niet in een isolement te raken heeft elk kind basisvertrouwen nodig: vertrouwen in zichzelf en de ander. Bij het volwassen worden heeft de puber ook een zekere mate van zelfstandigheid nodig, evenals de mogelijkheid eigen initiatief te tonen.
Opvoeden gaat met vallen en opstaan; dat lukt nooit perfect. Laten ouders daarin niet krampachtig worden. Ook in de relatie met hun kind mag de genade van God zichtbaar worden.
Drs. Keus is oud-docente pedagogiek aan hogeschool Driestar educatief, echtgenote en moeder van drie volwassen kinderen.
Tips
Stel tijdsgrenzen in het omgaan met de computer.
Zorg voor lichamelijke activiteiten.
Laat het kind lid worden van een club of vereniging met leeftijdsgenoten.
Geef verantwoordelijkheden.
Blijf in gesprek zonder opdringerig te zijn.
Mopper niet.
Praat ook eens met de mentor.