Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Warm huis voor jongeren

 GOUDA - Het nieuwe kerkgebouw van de gereformeerde gemeente in Gouda. Foto RD, Anton Dommerholt.
 1 van 6  

GOUDA - Het nieuwe kerkgebouw van de gereformeerde gemeente in Gouda. Foto RD, Anton Dommerholt.

Overal stroomt water: in de ramen, de doopvont, het schilderij in de aula, het wandkleed in de ontvangstruimte. Water is het thema van het nieuwe kerkgebouw van de gereformeerde gemeente in Gouda. „Omdat de kerk aan de Gouwe staat, in de stad van het water, maar ook omdat het een symbolische betekenis heeft: het water des levens, het werk van de Heilige Geest.”
Van buiten gezien doet het gebouw met zijn spitse, gebogen vorm een beetje denken aan een enorm gotisch raam. Maar in de volksmond heet het anders: de mijter. Die roomse associatie wordt echter tenietgedaan door de sobere witte letters tegen een donkerder achtergrond: Gereformeerde Gemeente Gouda. Baksteen in contrast met metalen gevels en dakpannen in allerlei grijstinten. Een rand van ramen langs de hoog oprijzende bogen laat de kap als het ware zweven op het gebouw. Aan de voorkant ligt de grote kerkzaal met bijbehorende consistorie, aan de achterkant negen grotere en kleinere vergaderzalen en een ingebouwde kosterswoning.

Binnen valt nog extra op hoe hoog het gebouw is. Hoog en licht. Vergenoegd geven L. G. Verdouw, voorzitter van de bouwcommissie, en L. W. Both, behalve diaken ook lid van de commissie gebouwenbeheer, een toelichting op alles wat er te zien is. Ze zijn blij met het ontwerp, met de kleuren, de ramen, de inrichting. „Deze kerk heeft een warme uitstraling. We wilden niet zo’n in zwart en wit uitgevoerde kerk, zoals we elders wel gezien hebben. Daarom hebben we gekozen voor het gebruik van hout, voor lichte tinten, blauwe accenten, kleurige ramen.”

Orgel
Wie de kerk binnenkomt, ziet zich meteen geconfronteerd met orgel en preekstoel, omlijst door de boog van ramen. „Die preekstoel is, net als de doopvont, door vrijwilligers uit de gemeente gemaakt”, zegt Verdouw. „Ruim opgezet, maar dat past ook bij zo’n grote kerk. We hebben in het algemeen veel aan alle vrijwilligers uit de gemeente te danken. Dat vormde toch wel een hoogtepunt bij de kerkbouw: de samenwerking, de goede contacten, het saamhorigheidsgevoel.”

Het orgel, een nieuw dertigstemmig mechanisch Van Vulpenorgel, is nog niet klaar. Het door Wim Ros ontworpen front ziet er indrukwekkend uit - de zwaarste pijpen aan de zijkanten, de lichtere in het midden, met daaronder de spreuk ”Soli Deo Gloria”. Maar het intoneren kost nog veel tijd. Pas in het voorjaar van 2009 kan het instrument in gebruik worden genomen. Tot die tijd moet de gemeente het doen met een elektronisch orgel dat achter in de kerk staat opgesteld. Of de 1300 zitplaatsen in de kerk op termijn voldoende zijn, is overigens de vraag. „De eerste zondagen zat de kerk vol, al zullen daar ook wat belangstellenden bij geweest zijn. Maar we hebben altijd de mogelijkheid om uit te breiden met een galerij.”

Opvallend zijn de kunstzinnige elementen die hier en daar in het gebouw zijn aangebracht. In de ontvangsthoek in de hal hangt een wandkleed: een tamelijk abstract tafereel van riet aan een waterkant, gemaakt door een groep vrouwen uit de gemeente. En in de grootste vergaderzaal is een indrukwekkend, meters breed schilderij van Jan van den Berge aangebracht, waarin het thema van de visvangst centraal staat. Maar het opvallendst zijn toch de ramen in de grote kerkzaal.

Kleurenspel
Het beste effect ontstaat als de zon schijnt, vertelt Verdouw. „Dan wordt er in de kerk een schitterend kleurenspel op muren en plafond zichtbaar. Maar ’s avonds is het andersom: dan schijnt het licht in de kerk naar buiten en trekken de ramen de aandacht van voorbijgangers.” Behalve de hoge, gebogen rand van glazen aan de voorkant van de kerk -de lintel- is er aan de achterkant een raam waarin een beek is uitgebeeld, die door openstaande poorten een ommuurde stad binnenstroomt - een herinnering aan Psalm 46: „De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods.”

De ramen aan weerskanten van het gebouw zijn eenvoudiger en ongekleurd. Daarin wordt een steeds terugkerend motief in zeefdruk herhaald: vissen, bladeren en vruchten tegen een achtergrond van vensters en muren, een verbinding tussen de ramen aan voor- en achterkant. „Daar hebben we heel bewust voor gekozen: doorzichtig, iedereen kan het gebouw inkijken, maar toch niet helemaal transparant, zodat je als kerkganger niet afgeleid wordt door de buitenwereld.”

Kunst in de kerk, is daarover nagedacht? „We hebben er wel discussie over gevoerd in de kerkenraad”, zegt Both. „Moesten we dat wel willen, moesten we niet meer kijken naar onze afstamming uit de schuurkerken? Maar nu, achteraf, hoor ik eigenlijk alleen waarderende woorden. We mogen best streven naar een bepaalde sierlijkheid, mits passend in het geheel. Tijdens de eerste kerkdienst in dit gebouw, op dankdag, heeft ds. Clements over Ezechiël 47 gepreekt, het hoofdstuk waarop de voorstelling op de ramen is gebaseerd. Daardoor gaat het leven voor de mensen.”

Jongeren
Ook tijdens het proces is er voortdurend hard gewerkt om de zaken goed te communiceren met de gemeente: via de website, via nieuwsbrieven, via gemeenteavonden. Verdouw: „We hebben veel gedacht aan onze jonge mensen. Er is hier veel jeugd, een intensief verenigingsleven. Daarom wilden we jongeren een warm huis geven, een goede ervaring van gemeente-zijn. We wilden meer bieden dan een houten stoel en een kale tafel. Daarom in elke vergaderruimte een beamer en een orgeltje, een bibliotheekruimte met solide kasten, overal mooie stoelen…”

Both: „Als kerkenraad zeiden we afgelopen zondag nog tegen elkaar: Wat zitten we er toch keurig bij. Maar het gaat natuurlijk niet om de uiterlijke pracht, het gaat om het geestelijke welzijn van de gemeente en de eer van de Heere. Aan oudere mensen uit de gemeente merk je dat ze soms moeite hebben met zo’n dure kerk, ze moeten wennen aan al die investeringen, ook al is de helft bijeengebracht door eigen gemeenteleden, en is deze kerk niet duurder dan vergelijkbare nieuwbouwkerken in het land. Maar we doen het voor onze kinderen en kleinkinderen, we hebben de roeping hun het eeuwige Woord van God door te geven. En ook voor de buitenwereld: niet voor niets hebben we een open dag voor belangstellenden georganiseerd. We hopen dat de uitstraling van het gebouw helpt om mensen naar binnen te krijgen.”

Volgende week deel 2: de hervormde wijkgemeente Sion te Houten.


„Gevoel mag meedoen”

„In onze traditie zijn we niet zo geneigd om kunst in kerken toe te passen, we vinden dat het sober moet blijven”, zegt kunstenaar Arie van der Spek uit Nieuw Beijerland. „Daar ben ik ook vóór. Maar dat betekent niet dat een kerk er armetierig of armoedig uit moet zien.”
Negen maanden lang werkte Van der Spek aan de ramen van de Goudse kerk, „een eigentijds gebouw met een eigen uitstraling, geen pakhuis voor 1500 mensen. Het ontwerp van de architect was heel bepalend voor het ontwerp van de ramen. Ik had te maken met twee bogen die van bovenaf naar beneden komen. Dat is heel symbolisch: wij kijken van beneden naar boven, maar het genadewerk van God gaat van boven naar beneden.”
Van die gedachte heeft de kunstenaar iets zichtbaar willen maken. „Bovenaan, op het hoogste punt waar de bogen bij elkaar komen, kringelt de rook van het brandofferaltaar. Daaronder vloeien aan weerszijden twee stromen water naar beneden: rechts gaan ze langzaam, rustig spiegelend naar de vlakte, links gaan ze, heftiger stromend, naar de zee. Onder aan de ramen worden dan vissen zichtbaar, en bomen met bladeren en vruchten. De hele voorstelling verwijst naar Ezechiël 47, een Bijbelgedeelte waarover ik al langere tijd iets wilde maken.”
De grootste uitdaging voor Van der Spek was de gebogen vorm van de ramen. „Het is ontzettend moeilijk om daar verticale lijnen in te maken. Ik heb verschillende ramen over moeten maken omdat de berekening niet klopte. Die vorm was een enorme beperking – maar binnen beperkingen ga je harder vechten. Avond aan avond stond ik te snijden aan al die blauwe vlakjes. Ik wilde geen glas in lood, of glasstukken die elkaar overlapten, het moest sober blijven, maar dat betekende wel dat alle stukjes heel precies tegen elkaar moesten passen – anders kreeg je ineens een akelig wit lijntje ertussen.”
De kunstenaar is blij met het resultaat. „Het is eenvoudig, monumentaal. Je merkt dat mensen het waarderen, dat het ze in het hart raakt. Dat is precies het doel van kunst. Geloof is meer dan gevoel, dat weet ik, maar het gevoel mag wél meedoen.”


„Het Woord centraal”

Wat is een kerk? Wat is een protestantse kerk? Wat is een kerk voor een gereformeerde gemeente? En wat is een kerk voor de gereformeerde gemeente van Gouda? Met die vragen begon architect Sander Ros van architectenbureau Roos en Ros uit Oud Beijerland het gesprek met de Goudse kerkenraad en bouwcommissie. „Een protestantse kerk moet zich kenmerken door stijlvolle eenvoud. Het Woord staat centraal – dat is een belangrijk uitgangspunt, waarmee wij tamelijk uniek zijn binnen de huidige kerkbouw. Al vanaf de parkeerplaats zie je hier bijvoorbeeld één lange rechte lijn richting de preekstoel en het Woord. De kerkzaal ligt ook bewust zichtbaar aan de voorkant van het gebouw.”
Het maakt verschil voor welke gemeente er een kerk gebouwd moet worden, erkent Ros. „In een vrijgemaakte kerk bijvoorbeeld bouw je een podium, en de ontmoetingsruimte is groter en nadrukkelijker aanwezig. Terwijl zulke dingen in een kerk voor een gereformeerde gemeente minder nadruk krijgen, omdat het grootste accent ligt op het Woord.”
Op verzoek van kerkenraad en bouwcommissie maakte de architect verschillende modellenstudies: een schuurkerk met zadeldak, een stedelijk rechthoekig volume, een kerk met een spitsboog. „Die laatste is het geworden, het werd vrijwel meteen duidelijk dat men daarmee verder wilde.” De plaats van het gebouw speelde ook een rol: „Deze kerk staat op een terrein met hoogwaardige bedrijvenontwikkeling, tussen allerlei opvallende gebouwen met een eigen identiteit en karakter. Daarom is dit een heel goede kerk voor deze locatie – maar als het gebouw ergens aan de rand van Barendrecht had gestaan, of in Lelystad langs de snelweg, zou het er heel anders hebben uitgezien.”
De Goudse kerk is 29 meter hoog geworden. „Wij vinden dat de afstand van de achterste bank tot de kansel niet te groot moet zijn, dus krijg je een breed opgezette kerk. Om het geheel in de goede verhoudingen te krijgen, moest het gebouw dus ook hoog worden. We hebben ook erg nagedacht over de lichtval en het kleurgebruik: hoe maak je een goede, warme maar ook waardige sfeer? Dat is gelukt met indirect licht, gekleurde ramen, pastelachtige tinten en blank eikenhout in het interieur.”


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Gerelateerde artikelen