Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Walvisbotten als tuinhek

 Het Duitse Waddeneiland Borkum is vooral gericht op voetgangers en fietsers. De meeste bewoners hebben hun auto op het vasteland staan. Foto’s RD
 1 van 8  

Het Duitse Waddeneiland Borkum is vooral gericht op voetgangers en fietsers. De meeste bewoners hebben hun auto op het vasteland staan. Foto’s RD

Strand, bos, zee en duinen op slechts 36 vierkante kilometer, dat is het Duitse Waddeneiland Borkum. Op de fiets krijgt de bezoeker alle facetten te zien en snuift hij ook nog wat historie op. Over walvisvaarders, de architect van de gereformeerde kerk en het traditionele feest Klaasohm bijvoorbeeld.
Borkum weet hoe het zijn gasten welkom moet heten. Een kleurrijk treintje staat bezoekers op te wachten om hen naar het enige stadje van het eiland te brengen. Geen gezeul dus met koffers van veerboot naar hotel.

In het centrum, eindpunt van de trein, komt het echte vakantiegevoel opzetten. Op de Bismarckstrasse, een lange straat die vanaf het station schuin omhoog voert richting de strandpromenade, is het een gezellige drukte. Winkelende toeristen kijken nieuwsgierig tussen de vele kledingrekken die buiten staan. Een groep schoolkinderen ploft neer bij een van de vele restaurantjes om zich te goed te doen aan een grote coupe ijs. Een bejaard echtpaar drinkt een kop koffie, ondertussen de mensenmeute observerend.

Bij de fietsverhuur bij het station staat gids Albertus Akkermann -gezet postuur, baard, groene waxjas -te wachten. De geboren en getogen Borkumer vertrok op zijn zestiende naar het vasteland, maar verblijft in de zomermaanden regelmatig op zijn geboortegrond. „Borkum is voor mij een plaats waar ik me kan terugtrekken uit alle drukte.”

Hij spreekt net als veel andere inwoners Platduits, een soort Gronings, dus voor Nederlanders prima te verstaan. Rondleidingen geeft hij altijd op de fiets. Niet verwonderlijk, Borkum telt zo’n 120 kilometer aan fiets- en wandelpaden. „De meeste eilanders laten hun auto op het vasteland staan”, weet de gids te vertellen.

Eenmaal op de pedalen, merkt de bezoeker weinig meer van de drukte in het centrum. Na enkele minuten fietsen parkeert Akkermann zijn fiets tegen een hek onder aan een duintop. Hij klimt naar boven en spreidt zijn armen wijd uit. „Dit zijn de groene longen van het eiland.” Hij wijst naar een bos dat zich voor hem uitstrekt. De Greune Stee is honderd jaar geleden aangeplant door schoolkinderen van het dorp en biedt een thuis aan konijnen, fazanten en 120 reeën.

Doodshoofden
Langs de zeedijk prijkt op een witte huizenrij in grote letters het woord Tüskendör, wat tussendoor betekent. „Vroeger hadden we op deze plek natte voeten gekregen”, legt Akkermann uit. De zee heeft het eiland rond 1362 in tweeën gedeeld: West- en Ostland. Vijfhonderd jaar later is het gebied weer aan elkaar ’geplakt’, verland en herinnert alleen de kunstmatig aangelegde Tüskendörsee nog aan deze tijd.

Aan de voet van de massieve oude vuurtoren uit 1576 staan in het hoge gras enkele oeroude, verweerde graven met doodshoofden erop. Ze herinneren aan de mannen die in de achttiende eeuw het leven lieten tijdens de walvisvangst. Veel mannen stierven aan scheurbuik of tijdens de jacht op de gigantische zoogdieren. Ze kwamen terug in een massieve, eikenhouten kist om op vaderlandse bodem begraven te worden.

De succesvolste walvisvanger was Rolf Gerrit Meyer, die op 44 vaartochten met zijn bemanning zo’n 301 zoogdieren ving. De opbrengst daarvan was niet gering: een exemplaar leverde omgerekend zo’n 15.000 euro op. Het is duidelijk dat het werk niet zonder risico was. In 1734, het hoogtepunt van de walvisvangst, ontbrak de kostwinner in 40 van de 120 gezinnen op het eiland.

Aan de Wilhelm Bakkerstrasse herinnert een tuinhek, gemaakt van enkele verweerde walvisbotten, nog aan de legendarische periode. Akkermann: „De botten waren een teken van rijkdom. Hoe hoger het hek, hoe meer geld je had.” In het heemkundig museum Dykhus is een ruimte aan de gouden eeuw van Borkum gewijd met onder andere een skelet van een 15 meter lange potvis.

Urk
De nieuwe vuurtoren, gebouwd nadat de oude in 1879 door brand werd verwoest, is het middelpunt van het stadje. Het lichtbaken, gebouwd van 1,5 miljoen stenen, heeft slechts aan drie zijden een klok, omdat er tijdens de bouw nog geen woningen aan de zuidkant stonden. Toen daar wel huizen verschenen, eisten deze bewoners ook een uurwerk aan hun kant. De gemeenteraad vond dat te duur en schonk een klok aan de eerste bewoner. De rest moest daar maar vragen hoe laat het was.

De gereformeerde kerk in Borkum is zeker een bezoekje waard. Aan de buitenkant oogt het gebouw uit 1896 niet bijzonder. Het interieur daarentegen is indrukwekkend. Het plafond is gemaakt van scheepshout. Aan beide wanden hangen borden met rijen namen van mensen die in de oorlog zijn omgekomen. In een vitrine ligt een Nederlandse Bijbel uit 1643. Op de witte muur achter de preekstoel staat Psalm 93 vers 5 levensgroot te lezen. De architect van de kerk is dezelfde die ook het Olympiastadion in Berlijn heeft ontworpen, vertelt de koster met een lach.

Het godshuis biedt plaats aan 800 personen, maar wordt overwegend door toeristen bezocht. Ooit heeft de koster wel eens gehoord van het Nederlandse dorp Urk, waar inwoners twee keer per zondag lopend naar de kerk komen. „Zoiets zul je hier niet gauw meemaken. Borkumers leven van het toerisme. De zondag is een drukke dag voor hen.”

Waar de inwoners wel voor te porren zijn, is het jaarlijkse feest Klaasohm op 5 december. Dan gaan zes jongens, gekleed in een witte broek met rode rand, zwarte laarzen en een masker van meeuwenveren op hun hoofd, het eiland over om snoep en cadeautjes uit te delen. De Borkumers begeleiden hen met koehoorns, trompetten en andere muziekinstrumenten. Akkermann: „Al woon ik vanaf mijn zestiende niet meer op het eiland, Klaasohm heb ik nog nooit gemist.”

Meer informatie: www.borkum.nl, http://nl.borkum.de en 0049-49229330.


Modderbad en lopen op het wad
Borkum is het meest westelijke en tegelijk het grootste van de Oost-Friese eilanden. Vanwege de Golfstroom heerst er een mild klimaat met een zuivere en jodiumhoudende lucht.

Het eiland -dat zo’n 5700 inwoners telt- is onderdeel van het Nationaal Park Nedersaksische Waddenzee. Het wordt jaarlijks bezocht door zo’n 280.000 gasten, waarvan 1 procent uit Nederland komt. Monika Sauer van de VVV in Borkum heeft geen idee wat de oorzaak is voor de geringe belangstelling van de zuiderburen. „We doen veel aan promotie in Noord-Nederland, maar wellicht trekken de Hollanders toch meer naar hun eigen eilanden.”

Vanwege de gezonde zeelucht is een bezoek aan Borkum bijzonder aantrekkelijk voor mensen met een allergie of een aandoening aan de luchtwegen. Sinds 2005 kent het eiland een heus kuuroord: Gezeitenland. De bezoeker kan er terecht voor een massage, sauna met uitzicht op zee, aromatherapieën, modderbehandelingen en nog veel meer. Voor de kleintjes is er onder andere een zwembad met reuzenwaterglijbaan.

De sportievelingen kunnen op Borkum hun hart ophalen aan watersporten als zeilen, surfen, buggykiting, strandzeilen of strandgymnastiek. Ook voor fietsers en wandelaars is het prima toeven op het hoefijzervormige eiland, met zo’n 130 kilometer aan aangelegde wegen. Een wadlooptocht, onder leiding van een gids, is een van de vele mogelijkheden.

Meer informatie: www.duitsverkeersbureau.nl en 020-6978066.


Bezienswaardigheden op Borkum:

Heemkundig museum Dykhus

Een traditioneel ingericht museum over 300 jaar maritieme geschiedenis van Borkum. Het ligt op een terp aan de voet van de eerste dijk van het eiland. De bouwstijl is bekend als Gulfhaus of de Friese huisstijl. Twee hoge walviskaken wijzen de weg naar het museum. Omvangrijk beeld- en kaartmateriaal laten de bezoeker de veranderingen van Borkum in de loop der jaren zien. Publiekstrekker is het skelet van een 15 meter lange potvis. Dit zoogdier had een gewicht van 35 ton en spoelde in 1998 aan voor de Duitse kust. Jammer genoeg hangen er weinig informatieborden in het museum en is alles in het Duits.

Noordzeeaquarium

Het Noordzeeaquarium aan de zuidboulevard laat de bezoeker kennismaken met de onderwaterwereld van Borkum. In zo’n 26 bakken zwemmen vissen, zeesterren, krabben en anemonen rond. Het aquarium is klein en slecht onderhouden. Entree is 2,50 euro.

Vuurschip Borkumriff

Van 1956 tot 1988 voer het schip met een lichttoren op zee om schepen de weg naar de Eems en de Dollard te wijzen. Vandaag de dag is het toegankelijk voor bezoekers, waarbij een gids uitleg geeft over de functie en werking van dit soort schepen. Ook is er een informatiecentrum over het wad en de bescherming van de Noordzee.

Spielinsel

Als het regent, kunnen kinderen tot 12 jaar zich hier prima vermaken. Er is een grote activiteitenruimte, waar tijdens de zomervakantie creatieve cursussen worden gegeven, zoals metaal persen of schelpenkettingen maken. Voor de oudere jeugd zijn er een tafeltennis- en een bordspelruimte.

Rollmops & Co

Visrestaurant waar tientallen verse broodjes aantrekkelijk liggen uitgestald. Een aanrader voor de visliefhebber.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels