Maar buiten het internaat is de jeugd minder voorbeeldig. Een nieuwe grote uitdaging voor de kerk, noemt synodevoorzitter ds. M. Nekwek het groeiend contact van gemeenteleden uit afgelegen dorpen met de buitenwereld. De uitdaging is vooral groot doordat het jongeren zijn die als eersten met die zondige buitenwereld worden geconfronteerd. Ds. Nekwek geeft toe dat de kerk eigenlijk te laat deze keerzijde heeft beseft van het stimuleren van kerkelijke jeugd om de geïsoleerde dorpen te verlaten en in de stad te gaan wonen en studeren.
Alcoholmisbruik, diefstal, misdragingen op seksueel terrein, het zijn enkele van de ontsporingen die onder de scholieren voorkomen. Minder opvallend maar even ernstig is afnemende betrokkenheid bij de kerk. „Kerkelijk zullen ze zich altijd blijven noemen”, weet Guiljam, „maar de discipline om ook daadwerkelijk op zondag naar de kerk te gaan, slijt gaandeweg.” In de praktijk komt het erop neer dat ’s zondags voornamelijk jeugd uit de internaten in de kerkbanken zit.
Ds. Nekwek wijt het jeugdprobleem aan de zwakke opvoeding die kinderen in de dorpen genieten. „Ouders werken hele dagen in hun tuinen en laten hun kroost te veel aan hun lot over. Die vrijheid ontaardt in vrijgevochten gedrag zodra deze kinderen in de stad terechtkomen.” Anderen wijzen op de abrupte overgang die veel dorpelingen hebben gemaakt naar het christelijk geloof. Oude heidense opvoedingsgebruiken raakten daardoor snel in verval, maar zicht op een alternatieve christelijke opvoeding kwam er niet. Christenouders zitten tot op de dag van vandaag op dit punt in grote verlegenheid: ze hebben geen idee hoe ze hun kinderen moeten opvoeden volgens de ”nieuw leer”.
Het wangedrag van de stedelijke jeugd komt intussen wel als een boemerang terug naar de dorpen, namelijk op het moment dat de afgestudeerden teruggaan naar hun geboorteplekken. Ze genieten daar als gestudeerden groot gezag, en daardoor wordt hun gedrag, zoals alcoholmisbruik en veelwijverij, gemakkelijk overgenomen.
De verlegenheid van de kerk met de zaak is groot. Er wordt een christelijk jongerenblad gemaakt en verspreid, maar meer dan dat wordt de jeugd van Wamena niet aangeboden. Er is een zondagsschool, maar die is lang niet toereikend. „Daar zitten zo’n 200 kinderen op, waaronder nogal wat zestienjarigen”, zegt Gert Guiljam. Eigenlijk zou de gemeente voor de oudere jeugd op zijn minst catechisatie moeten verzorgen, vindt hij, en als medewerker gemeenteopbouw is Guiljam van plan in die richting te gaan werken.
Met het geld dat de RD-actie zal opbrengen wil hij een soort theologische cursus ontwikkelen die geschikt is voor twee doelgroepen. Allereerst zijn dat afgestudeerden die in Wamena en omgeving een baan zoeken. Zij hebben zoals gezegd veel invloed in de dorpen, maar weten vaak erg weinig van de Bijbel. Een tweede doelgroep zijn de jongeren binnen en (vooral) buiten de internaten. „Materiaal om zoiets op te zetten is er voldoende”, zegt Guiljam. Een probleem zal volgens hem wel zijn om mannen binnen de kerk te vinden die les kunnen geven en die de jeugd weten aan te spreken.