Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
 

Vrijheid van godsdienst wel degelijk in het geding

De godsdienstvrijheid en de onderwijsvrijheid zijn wel degelijk in het geding, reageert ds. W. Visscher op dr. Henk Post (RD 6-1). Volgens hem sluit Post de ogen voor de realiteit.

Onlangs stelde ik in deze krant dat de vrijheid van godsdienst en van onderwijs in het geding zijn (RD 31-12). Dr. Post meent dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen. Hij sluit zijn ogen voor de realiteit.

We kennen allemaal de kwesties: een Haagse ambtenaar is ontslagen omdat hij geen homohuwelijken wil sluiten, een reformatorische lesmethode over seksuele voorlichting is min of meer afgewezen en inmiddels weet de SGP heel goed dat de Nederlandse rechter niet veel opheeft met een principiële Bijbelse visie op het lidmaatschap van vrouwen.

Ook de Commissie Gelijke Behandeling doet zo af en toe uitspraken waarin de verhouding van grondrechten aan de orde komt. Ik kan met niet aan de indruk onttrekken dat artikel 1 van de Grondwet toch wel wat zwaarder weegt dan andere grondrechten.

Dan heb ik het nog niet over de discussie over jongensbesnijdenis, de hostierel in Den Bosch, het warme onthaal van het COC bij allerlei politieke gelegenheden, de discussie over schepping en evolutie en de discussie over de vraag of de grondrechten gelden als individueel recht en niet als recht dat uitwerking heeft op derden.

Wanneer je het bovenstaande op je laat inwerken, vraag je je toch met enige verwondering af hoe het komt dat dr. Post deze ontwikkelingen kan typeren als: „geen uitgemaakte zaak”, „momenteel niet aan de orde”, „niet goed in te zien” enzovoort. Zijn mening komt kortweg hierop neer: het valt allemaal erg mee en er is op dit moment niets aan de hand.

Het is geen probleem dat Post het niet met me eens is. Prima dat hij enkele nuanceringen aanbrengt. Heel goed ook dat hij wijst op het grote voorrecht van de rechtsstaat. Maar zijn stelling 
dat mijn zorgen rond vrijheid 
van godsdienst en onderwijs niet gebaseerd zijn op de feitelijke conditie van de rechtsstaat, lijkt mij in strijd met de realiteit.

We kunnen natuurlijk formeel juridisch uitgaan van de huidige situatie. Maar de waarheid gebiedt te erkennen dat er in werkelijkheid heel wat meer aan de hand is. Burgemeester Bilder, van wie ik de gedachte over het ter discussie staan van grondrechten overnam, sprak echt geen onzin. Daarvoor zijn de feiten te duidelijk en te helder.

Ondertussen vraag ik me wel af in wat voor vreemde wereld Henk Post eigenlijk leeft. Ik had eerlijk gezegd van iemand die zich zo in deze materie heeft verdiept, wel wat meer verwacht dan de opmerking dat van een ambtenaar van de burgerlijke stand niet wordt gevraagd in te stemmen met de opvattingen van het homoseksuele bruidspaar. Natuurlijk is dit laatste niet het geval, want dan zouden we heel ver van huis zijn.

Het is ondertussen tekenend dat er kennelijk geen ruimte meer is in Den Haag en andere steden voor ambtenaren die met de Bijbel in de hand en naar de diepste overtuiging van hun hart actief willen zijn voor de publieke zaak.

Jammer dat Post zijn ogen sluit voor de realiteit en wegvlucht in een formeel juridisch kader. Papier is geduldig, maar laten we onze ogen opendoen voor de zich aftekenende seculiere praktijk.

De auteur is predikant van de gereformeerde gemeente te Amersfoort.


Lees ook:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek