Als ze een verhaal horen dat hen angst aanjaagt, in dit geval over dieren of dieven, kunnen ze zelf ook bang worden in een situatie waarin dit voorval zou kunnen plaatshebben. Met name een kind tot de leeftijd van 6 jaar heeft nog onvoldoende realiteitsbesef.
Dit is ook het geval bij bovengenoemd kind - we noemen hem voor het gemak Wouter. Wat hij ziet en hoort, beleeft hij intens. Hij wordt bang dat de dief in het verhaal ook bij hem kan komen en hem ook echt kan pakken.
Opvoeders moeten onderscheid maken tussen onwerkelijke én realistische angsten. Met de laatste worden angsten bedoeld die bij het leven horen. Deze helpen mensen zich te beschermen tegen gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld brand of gevaarlijke verkeerssituaties.
Ontwikkeling denkvermogen
Kinderen zullen best af en toe situaties meemaken die hun angst inboezemen. Het normale groei- en leerproces voorkomt niet dat alle angsten volledig verdwijnen. De ontwikkeling van het denkvermogen heeft echter wel tot gevolg dat niet-realistische angsten verdwijnen. Slechts de realistische angsten blijven over.
Nu is het ene kind gevoeliger voor angsten dan het andere kind. Gevoelige kinderen, zoals Wouter, vangen meer prikkels op uit de buitenwereld. Pas daarom op met enge verhalen.
Niet alleen aanleg speelt echter een rol bij deze problematiek, maar vooral het milieu. Vaak is het gedrag van kinderen te herleiden tot het gedrag van de ouders. Ouders die bang zijn voor onweer dragen dit vaak over op hun kinderen.
Het gevaar is niet denkbeeldig dat ouders vaak te bezorgd zijn, zich te veel inleven in de angstgevoelens van hun kinderen en daarin meegaan. Zo kunnen zij de angst bij hun kinderen in stand houden.
Toch moet een kind leren dat niet alles onveilig is. Wouter ervaart de omgeving als onveilig, heeft een ”angstige bodem”. Een kind dat dit basisgevoel van veiligheid mist wordt eerder angstig en staat wantrouwend tegenover zijn omgeving.
Wouter moet worden geholpen zijn hinderlijke denkbeeldige angsten te boven te komen. Het is daarom van fundamenteel belang dat hij een basisgevoel van veiligheid ontwikkelt. Hoe? Zijn ouders dienen er voor hem te zijn, naar hem te luisteren. Bovenal dienen ze rust, zekerheid en zelfvertrouwen uit te stralen. Alleen al de aanwezigheid van sterke, welwillende ouders vermindert de angsten van een kind aanmerkelijk.
Het is van het grootste belang dat ouders veiligheid bieden en vooral betrouwbaar zijn. Wat ze zeggen moet kloppen. Beantwoord vragen eerlijk en neem niet de toevlucht tot bewust onwaarheid spreken. Zeg bijvoorbeeld niet dat u die vos uit de kamer hebt weggejaagd, want zo bevestigt u dat er wel een vos was. Ook mogen ouders de angst van hun kind niet bagatelliseren. Het voelt zich dan onbeschermd en onveilig.
Praten over angsten
Door betrouwbaar gedrag zal Wouters zelfvertrouwen zich ontwikkelen. Een groter zelfvertrouwen helpt hem zijn angsten te overwinnen.
Een kind wordt minder bang als het weet wat er gaat gebeuren. Daarom is het van belang situaties en voorvallen uit te leggen die het niet begrijpt en in te gaan op zaken die hen bezig houden.
Ouders moeten hun kind ertoe brengen met zijn angsten voor de dag te komen. Alleen al het praten over die angsten maakt dat ze verminderen en geen bedreiging meer vormen. Het voorkomt dat het kind zich alleen voelt met zijn angsten en zorgen. Ook verbetert het de ouder-kindverhouding en bewijst het dat het kind zijn ouders kan vertrouwen.
Belangrijk is dat ouders het kind helpen een duidelijke scheiding aan te brengen tussen schijn, verzinsel en fantasie aan de ene kant en de werkelijkheid aan de andere kant. Telkens wanneer het kind praat over zijn angsten, moeten ouders het niet uitlachen noch erover meepraten. In plaats daarvan moeten ze het kind duidelijk maken dat die kinderangst alleen maar fantasie is.
Fantasie aanwakkeren
Het is ongezond de fantasie onnodig aan te wakkeren. Ouders moeten onafhankelijkheid en zelfvertrouwen aanmoedigen. Kinderen hebben ouderlijke liefde en goedkeuring nodig, een afwijzing door de ouders kan schadelijk zijn, maar overbescherming verlamt.
Ouders zijn niet oppermachtig, maar hun houding en daden kunnen angsten van hun kind in gunstige en ongunstige zin beïnvloeden. Ouders kunnen het kind helpen zijn angsten te overwinnen. Mits zij van zijn angsten op de hoogte zijn en sterk en welwillend overkomen, als een rots in de branding. Sterk zijn houdt in: betrouwbaar, vastberaden en zelfvertrouwend zijn.
Het aanpakken van een denkbeeldige angst kan het beste tactvol gebeuren. Een kind dat bang is voor vossen moet worden verteld dat die nooit in huis zijn.
Realistische angsten moeten opvoeders op een rationele manier bestrijden. Angst voor dieven kán een realiteit zijn. Ouders kunnen hun kind niet vrijwaren van alle angsten. Wel kunnen ze hun kinderen voorleven en laten zien waar ze zélf hun steun en vertrouwen uit putten, namelijk uit het schuilen bij de Heere.
Drs. Keus is oud-docente pedagogiek aan hogeschool Driestar educatief, echtgenote en moeder van drie volwassen kinderen.
Tips
Negeer angsten van het kind niet.
Pas op met enge verhalen.
Wees een rots in de branding.
Breng het kind niet gedwongen in een situatie waarvoor het bang is.
Maak een bang kind niet belachelijk.
Laat merken dat u altijd van het kind houdt.
Zorg dat het kind steeds meer zelfvertrouwen krijgt.
Moedig het aan in positieve dingen die het onderneemt.
Straal zekerheid, zelfvertrouwen en rust uit.