Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Voeding beïnvloedt vruchtbaarheid

 De oorzaak van verminderde vruchtbaarheid is vaak niet bekend.

De oorzaak van verminderde vruchtbaarheid is vaak niet bekend.

Een tot twee op de tien stellen met een kinderwens raken niet binnen een jaar zwanger. Wetenschappers ontdekken steeds vaker de achterliggende oorzaak van dit probleem, al wil dat nog niet zeggen dat ze een oplossing kunnen aandragen. Wel is duidelijk dat voeding een grotere rol speelt dan artsen meestal aannemen.
Ongewenste kinderloosheid is een zware last. Veel mensen zoeken hun toevlucht tot reageerbuisbevruchting (in-vitro fertilisatie, ivf) en aanverwante methodes. Buiten het feit dat deze behandeling maar in een kwart van de gevallen aanslaat, wordt de oorzaak van het probleem niet gepakt. Terwijl juist bij het achterhalen van de bron een oplossing in het verschiet ligt.

De oorzaak van subfertiliteit (verminderde vruchtbaarheid, zie kader) is vaak niet bekend. Wel blijkt steeds duidelijker dat voedingsstoffen (vitamines, mineralen, antioxidanten en dergelijke) meer invloed hebben dan gedacht. De Nijmeegse onderzoeker Inge Ebisch promoveert donderdag op onderzoek naar deze relatie.

Ebisch betreurt het dat de relatie tussen voeding en verminderde vruchtbaarheid onderbelicht is. „Tegenwoordig is er veel aandacht voor nieuwe technieken die antwoord kunnen geven op de onderliggende genetische oorzaken van onvruchtbaarheid. Hierdoor raken minder revolutionaire oorzaken, zoals voeding, wat op de achtergrond. Terwijl juist zoiets eenvoudigs als voeding veel makkelijker kan worden aangepakt dan erfelijke factoren.”

Foliumzuur
De Nijmeegse onderzoeker richt zich onder andere op het effect van foliumzuur en zinksulfaat -stoffen die lang niet altijd in voldoende mate in ons voedsel aanwezig zijn- op de zaadkwaliteit van de man. Het effect van beide stoffen staat onomstotelijk vast. De hoeveelheid zaadcellen in het sperma neemt bij de supplement slikkende mannen toe met 74 procent. Op het oog een enorme verbetering, maar Ebisch relativeert. „Een toename van 74 procent wil nog niet zeggen dat er daarna een spontane zwangerschap tot stand kan komen. Als het sperma van een man bijvoorbeeld 1 miljoen zaadcellen per milliliter sperma bevat, dan leidt een bijnaverdubbeling nog niet tot de normale hoeveelheid van 20 miljoen zaadcellen.”

De Gezondheidsraad adviseert vrouwen met een kinderwens foliumzuur te slikken, om de kans op een kind met een open ruggetje te verkleinen. Ebisch is geen voorstander van de standaard toediening van foliumzuur aan verminderd vruchtbare mannen. „Daarvoor is het nog te vroeg. De dosis foliumzuur en zinksulfaat die de mannen tijdens het onderzoek slikten, ligt hoog. We weten ook niet hoe het effect van beide voedingsstoffen tot stand komt. Ik heb in het kader van mijn promotieonderzoek een aantal mogelijke routes onderzocht, maar geen antwoord gevonden.”

Er is nog een reden tot voorzichtigheid: een toename van 4 procent van het aantal afwijkende zaadcellen in het sperma van de supplement slikkende mannen. Ebisch: „Op dit moment hebben we geen gedetailleerde informatie over de kwaliteit van deze abnormale zaadcellen.”

Hoewel het voor het bewust slikken van bepaalde voedingssupplementen nog te vroeg is, meent Ebisch dat mannen en vrouwen met een kinderwens op dit terrein toch wel het een en ander kunnen doen. De Nijmeegse onderzoeker is overtuigd van de relatie tussen vruchtbaarheid en voeding. „Ik pleit ervoor om mannen aan te raden gezond te eten, zodat ze op die manier voldoende vitaminen binnenkrijgen.”

Balans
Foliumzuur en zink zijn allebei antioxidanten, stoffen die een rol spelen bij de reparatie van schade aan erfelijk materiaal. Zowel oxidanten als antioxidanten zijn van belang bij de voortplanting. Oxidanten spelen onder andere een rol bij de beweeglijkheid van de zaadcel en bij de binding van de zaadcel aan de eicel. Een teveel aan oxidanten levert schade op aan DNA en celmembraan van de zaadcel. Er moet dus sprake zijn van een goede balans tussen beide stoffen.

De promovenda kijkt in haar studie nog verder dan foliumzuur en zinksulfaat. Ze richt ze ook op een vaatgroeifactor, die verantwoordelijk is voor de groei van nieuwe bloedvaten bij de vrouw, wat van belang is bij de eisprong. Verder kijkt ze naar een stof die ervoor zorgt dat de zaadcel zich makkelijker een weg kan banen naar de eicel en hiermee kan versmelten. Als laatste neemt ze een tweede groep antioxidanten onder de loep.

Ebisch heeft het belang van deze stoffen proberen vast te stellen door de aanwezige hoeveelheid te vergelijken met het resultaat van de reageerbuisbevruchting van het desbetreffende koppel. „We hebben een aantal verbanden gevonden, maar dat wil niet zeggen dat er sprake is van een oorzakelijk verband. Dat moet nog worden uitgezocht. Het is nu dus nog veel te vroeg om mensen deze stoffen te laten slikken. Zelfs in onderzoeksverband. Eerst moet er meer duidelijk worden of deze stoffen direct de uitkomst van een ivf-behandeling beïnvloeden.”

Ebisch gaat ervan uit dat de onvruchtbaarheidspuzzel in de toekomst stukje bij beetje zal worden opgelost. „Het zal dan om kleine winsten gaan. Subfertiliteit heeft meestal meer dan één oorzaak en het zal daardoor niet zo simpel zijn dat te verhelpen.”

Subfertiliteit

Onder subfertiliteit verstaat de medische wereld het onvermogen binnen een jaar zwanger te worden, terwijl man en vrouw wel geregeld gemeenschap hebben. Subfertiliteit komt veel voor; in de westerse wereld bij 10 tot 17 procent van alle stellen. In een op de vijf gevallen ligt de oorzaak bij de man en in ruim een op de drie gevallen bij de vrouw. Voor 27 procent van de betreffende stellen geldt dat het probleem bij beiden ligt.

Er zijn veel oorzaken van verminderde vruchtbaarheid te noemen. Bijvoorbeeld aangeboren afwijkingen aan de voortplantingsorganen, een verstoorde hormoonhuishouding, een in het verleden doorgemaakte infectie, medicijngebruik, alcoholconsumptie en roken.

Ook de leeftijd van de vrouw is een belangrijke factor. Hoe ouder een vrouw wordt, des te moeilijker is het om spontaan zwanger te raken. Wanneer er ook andere zaken meespelen, neemt de subfertiliteit alleen maar toe.

De leeftijd van de man speelt veel minder een rol. De productie van zaadcellen gaat tot op hoge leeftijd door, al neemt de kwaliteit van het zaad bij het ouder worden wel wat af.

In 15 procent van de gevallen kunnen artsen geen oorzaak voor verminderde vruchtbaarheid aanwijzen. Die gevallen scharen ze onder de noemer ”idiopathische subfertiliteit”. Deze groep heeft Inge Ebisch in het Universitair Medisch Centrum St Radboud in Nijmegen in het kader van haar promotieonderzoek nader bekeken.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels