Het valt niet altijd mee om slangen zover te krijgen dat ze voor het oog van de camera een sprong wagen, zegt Socha, als onderzoeker verbonden aan de universiteit van Chicago. „Ik zet de slang voorzichtig op een tak boven op de springtoren en laat hem vervolgens met rust. Soms springt hij meteen weg, om zo snel mogelijk bij me weg te zijn, denk ik. Het gebeurt ook dat het dier rustig blijft zitten. Dan plaag ik hem een beetje. Werkt dat niet, dan haal ik hem van de tak af, om het later nog een keer te proberen.”
Springt de slang wel, dan staat een complete batterij camera’s klaar om de bewegingen van het lenige slangenlijf te filmen. De filmbeelden leren Socha hoe het dier door de lucht vliegt. „Vooraf verf ik met een kwast kleine, witte stippen op de slang, die later duidelijk op de video herkenbaar zijn. Met behulp van de computer zet ik die stippen om in driedimensionale coördinaten, een tijdrovende klus. Aan de hand van de coördinaten herleid ik het traject dat de slang aflegt en bepaal ik ook de stand van het lijf en de snelheid waarmee hij vliegt.
S-bocht
Een slang die het luchtruim doorklieft, blijft Socha fascineren, hoe vaak hij het inmiddels ook al heeft gezien. „In rust hangen ze onbeweeglijk aan een tak. Vanuit die positie zijn ze in staat naar een andere boom te springen, ook al staat die tientallen meters verderop.”
Een slang heeft geen vleugels die hem helpen zo lang mogelijk in de lucht te blijven. Om toch een beetje de werking van een vleugel na te bootsen, maakt het dier zichzelf zo plat mogelijk en verdubbelt zo zijn oppervlak. Videobeelden leren de onderzoeker dat het afplatten en weer rond maken van het lichaam in een flits gebeurt. „Bij de landing op een tak is het voorste deel van het lijf, dat zich om de tak krult, alweer rond. Terwijl de zwevende achterkant nog is afgeplat.”
Met behulp van zijn computer ontrafelt de wetenschapper stukje bij beetje de vliegtechniek van de slang. Eenvoudig gezegd vouwt het dier zich in een S-bocht, die zich al golvend verplaatst van kop naar staart. De slang die met zijn lichaam de grootste golfbewegingen maakt, verplaatst zich het snelst. Toch zijn het niet de grootste slangen die naar verhouding de grootste golfbewegingen maken. De frequentie van de golven heeft daarentegen nauwelijks gevolgen voor de kracht van de sprong. Waarschijnlijk maakt de slang die snelle golfbewegingen om zijn lijf in de lucht stabiel te houden.
De springbeelden leren Socha dat vliegende slangen over een uitzonderlijke spiercontrole beschikken, zodat ze hun lijf op allerlei manieren kunnen draaien, vouwen en laten golven. „Hoe de spieren precies werken, weet ik nog niet. Een intrigerende vraag voor mij is hoe een slang het voor elkaar krijgt om in de lucht te manoeuvreren en te draaien. Welke krachten daarbij een rol spelen, bijvoorbeeld. Waarom maakt het dier golvende bewegingen tijdens zijn vlucht en waarom kunnen kleine slangensoorten beter vliegen dan de grotere. Die vragen hoop ik in de toekomst te kunnen beantwoorden.”
Giftig
Gevaarlijk is het werken met vliegende slangen niet. „Ze zijn giftig, maar een beet levert hooguit een gezwollen vinger op. Voor gekko’s, kikkers, vogels en vleermuizen loopt het wel verkeerd af. Zij vormen dan ook de belangrijkste voedselbron.” Socha werkt vooral met de gouden boomslang (Chrysopelea ornata) en de veel kleinere paradijs boomslang (Chrysopelea paradisi). „De gouden boomslang bijt naar alles wat beweegt. De paradijsboomslang is minder agressief, maar toch had ik er ook een heel venijnig exemplaar bij zitten.”
Niemand weet waarom vliegende slangen soms het luchtruim kiezen. De Amerikaanse bioloog denkt dat ze het vooral doen om aan dreigend gevaar te ontsnappen. Het is niet bekend wie de natuurlijke vijanden van de vliegende slang zijn. Wellicht roofvogels, kleine roofdieren en andere slangen, vermoedt Socha. „De beste vliegers zijn de slangen die zo snel mogelijk bij me vandaan willen. Dat is veelzeggend.”
Meer informatie: www.flyingsnake.org.