Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Vitamines op maat

 De negatieve beeldvorming rond antioxidantvitamines is volgens prof. Aalt Bast niet terecht. Foto’s Fotolia
 1 van 2  

De negatieve beeldvorming rond antioxidantvitamines is volgens prof. Aalt Bast niet terecht. Foto’s Fotolia

„In de toxicologie geldt de stelregel: de dosering bepaalt de schadelijkheid. Ofwel: zelfs zoiets onschuldigs als zuurstof is schadelijk in grote hoeveelheden.”
Dat stelt prof. dr. Aalt Bast, hoogleraar humane toxicologie aan de Universiteit Maastricht, naar aanleiding van recent verschenen onderzoek naar de effecten van voedingssupplementen. Volgens deze studie zouden vitaminepreparaten met hoge doseringen bètacaroteen, vitamine A en vitamine E de kans op sterfte verhogen. Een eventuele rol daarbij van vitamine C en selenium behoeft nader onderzoek, aldus de onderzoekers in hun conclusies.

De studie verscheen in de vorm van een artikel van het Cochrane Center, een denktank van wetenschappers die de uitkomsten van onderzoeken tegen het licht houden, beoordelen en vervolgens hun conclusies trekken. Hun publicatie draagt als titel: ”Anti-oxidant supplements for prevention of mortality in healthy participants and patients with various diseases.”

De vitamines waar in de Cochranestudie naar werd gekeken, behoren tot de groep van zogeheten antioxidanten, stoffen die in staat zijn met vrije radicalen te reageren waardoor zij onschadelijk worden (zie kader ”Antioxidanten beschermen tegen vrije radicalen”).

Volgens Bast gaat het in het onderzoek om zeer hooggedoseerde supplementen en is daarom een kanttekening op zijn plaats. „Er zijn vele wetenschappelijke publicaties waaruit blijkt dat hoge doseringen antioxidanten niet goed zijn voor het menselijk lichaam. Hoge doseringen antioxidanten gedurende enkele jaren kunnen natuurlijk een heel ander effect bewerkstelligen dan normale doseringen antioxidanten uit een gebalanceerde voeding van jongs af aan”, aldus de hoogleraar.

Veel kritiek
Er is veel kritiek op deze zogeheten meta-analyse, zegt Bast, wiens werk zich vooral richt op de rol van vrije radicalen en de therapeutische effecten van antioxidanten. „In deze publicatie wordt vitamine A bijvoorbeeld ten onrechte een antioxidant genoemd. Alleen provitamine A, bètacaroteen, is een antioxidant, net als vitamine C en E. Maar vitamine A zelf oxideert nauwelijks en valt daarom niet onder de noemer antioxidant. Toch is dat misverstand er ooit ingeslopen. Als zelfs mijn collega-wetenschappers deze feitelijke onjuistheid aannemen als de waarheid, dan is het einde zoek. Het is zeer belangrijk dat we correct wetenschappelijk onderzoek uitvoeren.”

De negatieve beeldvorming met betrekking tot antioxidanten is volgens Bast niet terecht. „Er is veel negatieve aandacht voor antioxidanten, terwijl het goede effect van normale hoeveelheden antioxidanten als een paal boven water staat. Het is jammer dat nu het kind met het badwater wordt weggegooid.”

In het verleden is dit volgens de Maastrichtse hoogleraar vaker gebeurd. „Neem de studie uit de New England Journal of Medicine van 2004 getiteld ”The effect of vitamin E and beta carotene on the incidence of lung cancer and other cancers in male smokers.” Hieruit blijkt dat hoge doseringen bètacaroteen de kans op longkanker bij rokers flink verhogen. Gevolg was dat er in bepaalde landen in Europa geen bètacaroteen meer werd toegevoegd aan sondevoeding, omdat men bang was voor schadelijke effecten daarvan. Uiteindelijk ontstonden er tekorten aan carotenoïden bij patiënten.”

Grote rol
Antioxidanten zullen volgens de hoogleraar in de toekomst een grote rol gaan spelen. „Maar dan moeten ze wel gericht worden toegediend bij specifieke groepen of individuen die mogelijk een verhoogde behoefte aan antioxidanten hebben. Vergelijk het met onderzoek naar de werkzaamheid van medicijnen. De werking van bloeddrukverlagers is ook aangetoond door te onderzoeken of mensen met een hoge bloeddruk er baat bij hebben. Als je zou kijken of de bloeddruk van de hele bevolking ermee omlaag kan, vind je wellicht geen effect. Voor antioxidanten geldt dit eigenlijk ook. Je moet ze gericht toedienen, alleen als het nodig is.”

Bast wijst op wetenschappelijk onderzoek, enige tijd geleden, waarin het effect werd vergeleken van extra vitamine E bij mensen met een verhoogd risico op een hartinfarct in Groot-Brittannië en Italië. In Groot-Brittannië had toediening van antioxidanten veel effect, maar in Italië totaal niet. Een mogelijke verklaring is volgens de Maastrichtse hoogleraar dat de Italiaanse mediterrane voeding al een ruime hoeveelheid antioxidanten bevat, in tegenstelling tot de Britse voeding.

De toenemende kennis over genetische variabiliteit tussen mensen zal ertoe leiden dat er in de toekomst een voor individuen op maat gemaakt vitaminevoorschrift gaat komen, verwacht Bast. „Vitamineonderzoek zou zich in de toekomst daarom op specifieke groepen en individuen moeten richten in plaats van te zoeken naar effecten bij de gehele bevolking. Maar vooralsnog blijft het uitgangspunt dat een gezonde basisvoeding met voldoende groente en fruit voorziet in de benodigde hoeveelheid antioxidanten.”

De auteur is voedingskundige en werkzaam bij het Vitamine Informatie Bureau.


Antioxidanten beschermen tegen vrije radicalen

Antioxidanten zijn stoffen die het lichaam helpen beschermen tegen schadelijke stoffen, zogeheten vrije radicalen. Vrije radicalen zijn agressieve stoffen die ontstaan bij allerlei processen in het lichaam. Bepaalde factoren, zoals milieuvervuiling, ultraviolet licht en sigarettenrook, verhogen de aanmaak van vrije radicalen. Ook bij bepaalde ziekteprocessen, zoals ontstekingsreacties, kunnen veel vrije radicalen worden gevormd. Dan zijn ze deels ook nuttig, omdat vrije radicalen de bacteriën te lijf gaan die de ontsteking veroorzaken. Ook bij de regulatie van de bloeddruk maakt het lichaam op een nuttige manier gebruik van vrije radicalen.

Onder normale omstandigheden worden lichaamscellen beschermd tegen vrije radicalen doordat het lichaam zelf antioxidanten vormt en omdat er antioxidanten in onze voeding zitten, zoals bètacaroteen, vitamine C, vitamine E en andere (bioactieve) stoffen. Als de balans tussen de vorming van vrije radicalen en de antioxidantverdediging verstoord is, kunnen vrije radicalen schadelijk worden voor het lichaam. Men spreekt dan van oxidatieve stress. Dit kan leiden tot schade aan cellen (DNA) en weefsels in het lichaam. Oxidatieve stress speelt een rol bij het ontstaan van verschillende ziekten, zoals kanker en hart- en vaatziekten. Ook aandoeningen van het centrale zenuwstelsel en verouderingsverschijnselen worden wel in verband gebracht met een overmatige aanmaak of onvoldoende afbraak van vrije radicalen.

Het feit dat een bepaalde stof een antioxidantwerking heeft, zegt op zichzelf niet zo veel. Of de stof het schadelijke effect van vrije radicalen teniet kan doen, is afhankelijk van het vermogen van de stof om in voldoende mate te worden opgenomen door het lichaam en het op de juiste plaats in het lichaam (de cel) aanwezig zijn.

Antioxidanten kennen een ingewikkelde samenwerking. Een van de belangrijkste redenen hiervoor is dat bepaalde antioxidanten, zoals vitamine C of E, zelf reactieve moleculen worden nadat ze bepaalde vrije radicalen hebben geneutraliseerd. Met andere woorden: elke antioxidant kan op een bepaald moment een schadelijke (pro-oxiderende) stof worden als hij niet snel in zijn oorspronkelijke vorm wordt geregenereerd. Glutation (GSH), een tripeptide die in het lichaam wordt aangemaakt uit verschillende aminozuren in combinatie met verscheidene enzymen, speelt een unieke en essentiële rol in het regenereren van verschillende antioxidanten (zoals vitamines C en E) naar hun actieve vorm. Daarom wordt het ook beschouwd als de belangrijkste antioxidant van het lichaam.

Veilige bovengrens
Een evenwichtige voeding met volop groenten en fruit levert voldoende voedingsstoffen inclusief antioxidanten in veilige hoeveelheden en verkleint het risico op kanker.

Diverse antioxidanten herstellen elkaars werkzaamheid, zodat ze weer opnieuw kunnen worden ingezet. Om deze reden heeft een antioxidantencomplex de voorkeur boven het gebruik van een enkele antioxidant. Niet iedere bevolkingsgroep heeft echter baat bij extra toediening, omdat het netwerk antioxidanten per bevolkingsgroep kan wisselen. Bovendien is voorzichtigheid geboden: bij te hoge doseringen antioxidanten kunnen schadelijke effecten ontstaan. Dat is mogelijk de verklaring voor de negatieve resultaten van studies waarbij de onderzoekers werkten met extreem hoge doseringen, soms ver boven de veilige bovengrens.

Veilige bovengrens voor antioxidantvitamines:

Vitamine A: 3000 microgram/dag

Vitamine B6: 25 milligram/dag

Vitamine C: 2 gram/dag

Vitamine D: 50 microgram/dag

Vitamine E: 250 milligram/dag

Foliumzuur: 1 milligram/dag (geldt alleen voor pillen)

Selenium: 200 microgram/dag

Voor bètacaroteen is geen aparte bovengrens vastgesteld.

De Beraadsgroep Voeding van de Gezondheidsraad heeft adviezen opgesteld over de hoeveelheid vitamines en mineralen die mensen per dag nodig hebben. Deze aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) kan verschillen per leeftijdsgroep en per geslacht.

De ADH heeft betrekking op de gemiddelde behoefte van de Nederlandse bevolking, met daarbovenop nog een ruime marge om rekening te houden met de spreiding van de behoefte in de bevolking.

www.vitamine-info.nl/hoeveel voor meer informatie over ADH’s.


Worteltjes verlagen risico op hart- en vaatziekten

Worteltjes zijn niet alleen goed voor de ogen. Mensen die veel van de groente eten, hebben een verlaagd risico op sterfte aan hart- en vaatziekten. De verminderde sterftekans hangt samen met de inname van de oranje kleurstof bètacaroteen, een antioxidant die vooral in wortelen en bladgroenten voorkomt.

Dat blijkt uit onderzoek van dr. Brian Buijsse die daarop afgelopen week (11 juni) promoveerde aan Wageningen Universiteit. Buijsse voerde drie verschillende onderzoeken uit, verricht onder een Europese groep ouderen en een groep oudere mannen in Zutphen. Dezelfde groep mannen in Zutphen werd ook vergeleken met een groep mannen op Kreta.

Buijsse vond in het omvangrijke tienjarige Europese onderzoek dat hoge concentraties van bètacaroteen in het bloed gepaard gaan met een verlaagde kans op sterfte door hart- en vaatziekten. In dit onderzoek werden de gegevens van 1168 mannen en vrouwen verwerkt. Na tien jaar bleken 148 van hen te zijn overleden ten gevolge van hart- en vaatziekten.

In de Zutphense populatie van 559 mannen bleken na vijftien jaar 197 mannen overleden aan hart- en vaatziekten. In dit onderzoek hadden mannen met een hoge inname van bètacaroteen via de voeding een lager risico op sterfte aan hart- en vaatziekten. Worteltjes waren de belangrijkste bron van bètacaroteen bij de Zutphenaren. Het eten van worteltjes zelf ging ook gepaard met een lager sterfterisico door hart- en vaatziekten. In een onderzoek bij Kretenzers bleek een lage sterfte aan hartziekten samen te gaan met meer bètacaroteen in het bloed.

Het Wageningse onderzoek wijst uit dat concentraties bètacaroteen in het bloed van mannen op Kreta beduidend hoger liggen dan die van mannen in Zutphen. Bovendien komen op het eiland bijna geen hartziekten voor, terwijl die in Zutphen een van de belangrijkste doodsoorzaken zijn. De onderzoeksresultaten versterken de veronderstelling dat een caroteenrijk voedingspatroon hart- en vaatziekten kan voorkomen.

Bètacaroteen is vooral bekend als de stof die worteltjes oranje maakt. In veel bladgroenten is caroteen ook rijkelijk aanwezig, maar komt de oranje kleur niet tot uiting. Hoe meer van dit soort groenten wordt gegeten, hoe lager het risico op hart- en vaatziekten is.

Toch is het volgens Buijsse de vraag of bètacaroteen alleen verantwoordelijk is voor de lagere sterftekans. Eerdere grootschalige studies waarin personen jarenlang dagelijks een pil met veel bètacaroteen innamen, toonden geen verlaagd risico op het krijgen van hart- en vaatziekten aan. Deze tegenstelling, bekend als de antioxidantparadox, is nog niet opgehelderd. „Mogelijk weerspiegelt een hoge inname via de voeding van bètacaroteen een voedingspatroon dat rijk is aan plantaardige voedingsmiddelen met veel antioxidanten en bioactieve bestanddelen die samen met bètacaroteen voor een verlaagde sterftekans zorgen”, aldus Buijsse.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels