De gedetineerden, allemaal jongens van 18 jaar en ouder, kregen in een periode die varieerde tussen twee weken en negen maanden, elke dag een multivitaminetablet en vier capsules met bepaalde vetzuren. Een controlegroep kreeg neppreparaten. Zowel de onderzoekers als de deelnemers aan de studie wisten niet wie de supplementen of de placebo’s kregen. Tussen de twee groepen zaten, zo bleek uit voorafgaande tests, geen verschillen qua intelligentie, verbale vermogens, angsten, nare gevoelens en depressies.
De uitkomsten van het onderzoek zijn opmerkelijk. Onderzoeksleider Bernard Gesch, verbonden aan de universiteit van Oxford, deelt tijdens de bijeenkomst mee dat de gedetineerden die dagelijks de twee voedingssupplementen kregen, een kwart minder overtredingen begingen dan de gevangenen uit de controlegroep. Vergeleken met de situatie voorafgaand aan het onderzoek was er zelfs sprake van een daling van ruim 35 procent.
De onderzoekers stellen dan ook vast dat antisociaal gedrag in gevangenissen, inclusief geweldsdelicten, kan worden teruggedrongen met behulp van vitaminen, mineralen en voedingsvetzuren. De kosten van de supplementen bedragen per dag per gevangene slechts 1,5 euro.
Op de opzet en uitvoering van het onderzoek valt niets aan te merken, aldus Schuitemaker. „Het gaat om een gedegen studie, uitgevoerd door solide wetenschappers verbonden aan de universiteiten van Oxford, Surrey, Cork in Ierland en het Imperial College in Londen.” Publicatie had plaats in The British Journal of Psychiatry. De statistische supervisie was in handen van John Copas, hoogleraar statistiek aan de universiteit van Warwick. Deze was zo tevreden met de gang van zaken, dat hij onomwonden stelde dat dit het enige sociaal-wetenschappelijke onderzoek was waar hij ooit bij was betrokken waarvan de onderzoeksopzet correct is, evenals de analyse.
Volgens de onderzoekers hebben de uitkomsten van hun onderzoek ook betekenis voor gewelddadig gedrag buiten de gevangenis. „Het gunstige effect is toe te schrijven aan lichamelijke factoren en dit effect beperkt zich daarom niet tot de gevangenis.” Zij vermoeden zelfs dat het positieve effect buiten de gevangenismuren groter zal zijn, omdat de leef- en voedingsomstandigheden in penitentiaire inrichtingen doorgaans beter zijn dan daarbuiten.
Er is volgens hen ook een verband tussen maatschappelijke en lichamelijke factoren. Zo kan een echtscheiding gevolgen hebben voor de kwaliteit van de voeding die de kinderen uit het betreffende gezin krijgen voorgeschoteld. De onderzoekers pleiten ervoor hier onderzoek naar te laten doen.
Meer factoren
Schuitemaker: „De onderzoekers stellen terecht dat voeding slechts één factor is die crimineel gedrag kan beïnvloeden. Maar het is wel een factor waar beleidsmakers tot nu toe niet mee rekenen. Mensen realiseren zich niet half wat voeding betekent. Het is typerend dat de opzienbarende resultaten van deze studie nauwelijks tot Nederland zijn doorgedrongen. Zelfs bij het ministerie van Justitie was niemand op de hoogte. We hebben de mensen daar zelf geïnformeerd en voorzien van de onderzoeksuitkomsten.”
Prof. dr. Th. A. H. Doreleijers, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie aan de Vrije Universiteit, kent de onderzoeksuitkomsten globaal. „Ik weet echter te weinig af van dit onderwerp om er wat over te kunnen zeggen. Bij mijn weten gaat het inderdaad om goed onderzoek. Tussen voeding en gedrag bestaat vermoedelijk ook wel een verband. Vooral bepaalde vetzuren (omega-3-vetzuren, WvH) staan tegenwoordig in de belangstelling. Bij het ontstaan van crimineel gedrag en geweld spelen echter veel meer factoren een rol. Je kunt denken aan slechte vrienden, gebreken in de opvoeding, psychiatrische stoornissen van vader of moeder, misbruik in de jeugd, alcohol- en drugsgebruik, geweld op de televisie, slechte sociaal-economische omstandigheden, enzovoorts.”
Binnen de reguliere geneeskunde bestaat volgens Doreleijers in Nederland tot op heden niet veel belangstelling voor het onderwerp voeding, gedrag en geweld. Schuitemaker beaamt dat, maar in Engeland is het tij inmiddels aan het keren. De onderzoeksuitkomsten hebben hun uitwerking niet gemist. Inmiddels is besloten tot een nieuw en groter onderzoek in drie penitentiaire inrichtingen.
Financier is opnieuw Natural Justice, een Britse organisatie die zich ten doel stelt de sociale en lichamelijke oorzaken van misdaad te onderzoeken. De anglicaanse bisschop Hugh Montefiore van Birmingham, voorzitter van Natural Justice: „Dit onderzoek heeft laten zien dat gebrek aan goede voeding een belangrijke factor is. De afname van disciplinaire overtredingen met 25 procent kan niet zomaar worden weggewuifd als zijnde van geen betekenis.”
Criminoloog
Het boek van Schuitemaker over voeding en gedrag komt niet zomaar uit de lucht vallen. Al jaren volgt de orthomoleculaire apotheker in het blad Ortho, waarvan hij hoofdredacteur is, de ontwikkelingen op dit terrein en probeert hij de bewustwording te stimuleren. In 1988 liet hij zelfs de Californische criminoloog dr. Stephen Schoenthaler naar Nederland komen om tijdens een persconferentie op Schiphol en op een congres verslag te doen van zijn onderzoek naar de invloed van voeding op het gedrag van jongeren. In juli 2000 schreef hij een brief naar alle leden van de vaste kamercommissies van justitie en volksgezondheid waarin hij de parlementariërs wees op het verband tussen voeding en gedrag.
Schoenthaler, een pionier op dit gebied, onderzocht in het begin van de jaren tachtig op 800 openbare scholen in de staat New York en in jeugdinrichtingen in Californië, Virginia en Alabama de effecten op het gedrag van vermindering van het aandeel vetten en suikers en een vergroting van de hoeveelheden fruit, groenten en volle granen in de schoolmaaltijden. Voedsel met synthetische kleurstoffen, smaakstoffen en andere toevoegingen werd geweerd. De studieresultaten op de scholen verbeterden met 16 procent, gemeten met een standaardtest. Op een populatie van 1,1 miljoen kinderen nam het aantal kinderen met leermoeilijkheden af van 125.000 naar 49.000.
In de jeugdinrichtingen nam het aantal meldingen door het personeel van gevechten, agressief gedrag, bedreigingen en andere overtredingen in officiële rapportages af met gemiddeld 47 procent.
De uitkomsten van de onderzoeken van Schoenthaler en anderen ondersteunen volgens Schuitemaker de theorie dat marginale ondervoeding (wel genoeg calorieën maar onvoldoende vitaminen, mineralen en een tekort aan de juiste voedingsvetten in de vorm van omega-3-vetzuren) een rol kan spelen bij het ontstaan van gedragsproblemen. „Gebrek aan deze voedingsstoffen kan zich niet alleen uiten in lichamelijke verschijnselen en symptomen, maar ook in een negatief effect op de hersenfunctie en het gedrag. Dat effect kan er al zijn nog voordat zich lichamelijke verschijnselen voordoen die bij deze tekorten horen”, aldus Schuitemaker.
Intelligentie
In zijn boek gaat hij verder nog in op de invloed van voeding op de intelligentie van kinderen, aan de hand van diverse onderzoeken van de Britse psycholoog dr. David Benton van de universiteit van Swansea in Wales. Benton toonde in The Lancet aan dat het non-verbale IQ met ruim 10 procent verbetert bij kinderen die voedingssupplementen gebruiken. Non-verbale intelligentie is een maat voor aangeboren intelligentie en vormt volgens Schuitemaker een weergave van de biologische basiswerking van het lichaam.
Uit een ander onderzoek van Benton komt naar voren dat extra vitaminen en mineralen niet bij iedereen in dezelfde mate werken. Onderzoeksdeelnemers met tekorten aan belangrijke voedingsstoffen boekten meer vooruitgang bij intelligentietests dan anderen met slechts lichte tekorten. Verder bleek dat hoe meer suiker de voeding bevatte, hoe groter de reactie was op de toediening van vitaminen en mineralen.
Schuitemaker biedt in dit boekje een goed overzicht van het onderzoek naar het verband tussen voeding, gedrag en intelligentie. Hij besteedt en passant ook nog aandacht aan voeding en ADHD en de funeste invloed van frisdrank- en fastfoodconcerns op het voedingsgedrag van jongeren. De auteur vraagt nadrukkelijk aandacht voor de scholen. „In de schoolkantines is vettigheid en zoetigheid troef. Slechte voedingsgewoonten worden met de paplepel ingegoten. Het roer moet om.”
Mede n.a.v. ”Honger naar geweld, voeding de vergeten factor”, door G. E. Schuitemaker, apotheker; uitg. Ortho Communications and Science, 2002; ISBN 90 76161 03 8; 96 blz.; € 11,50.