Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Vitaminen helpen tegen netvliesdegeneratie

 Bij mensen met netvliesdegeneratie wordt de gele vlek (macula lutea) op het oognetvlies aangetast. Aantasting van de gele vlek geeft een wazig beeld midden in het gezichtsveld, waardoor mensen op den duur ernstig visueel gehandicapt raken. Vitaminen, waaronder de stoffen luteïne en zeaxanthine, kunnen het degeneratieproces vertragen, zo blijkt uit onderzoek. - Foto CibaVision

Bij mensen met netvliesdegeneratie wordt de gele vlek (macula lutea) op het oognetvlies aangetast. Aantasting van de gele vlek geeft een wazig beeld midden in het gezichtsveld, waardoor mensen op den duur ernstig visueel gehandicapt raken. Vitaminen, waaronder de stoffen luteïne en zeaxanthine, kunnen het degeneratieproces vertragen, zo blijkt uit onderzoek. - Foto CibaVision

Vitamine C, E, bètacaroteen en zink vertragen de achteruitgang van het netvlies van het oog (maculadegeneratie, MD). Dat blijkt uit een zeven jaar durende Amerikaanse studie in elf ziekenhuizen onder ruim 3600 personen tussen de 55 en de 80 jaar oud.
De deelnemers aan het onderzoek, de Age Related Eye Disease Study (Areds), waren gesplitst in vier groepen. Ze slikten dagelijks 500 milligram vitamine C, 400 internationale eenheden (IU) vitamine E en 15 milligram bètacaroteen (groep 1), of zink (80 milligram) in de vorm van zinkoxide en 2 milligram koper (groep 2), een combinatie van 1 en 2 (groep 3) of een neppil (groep 4).

De uitkomsten van het onderzoek tonen duidelijk aan dat de groepen 1, 2 en 3 alledrie beter scoorden dan de neppilgroep. De resultaten in groep 3, die een combinatie slikte van vitamine C, E, bètacaroteen en zink, waren echter het beste. Gekeken werd naar de achteruitgang in het gezichtsvermogen. De groep met de ergste vormen van netvliesdegeneratie (stadium 3 en 4) hadden het meeste baat bij de vitaminetherapie. Hun netvlies ging 25 - 30 procent minder snel achteruit vergeleken met de groep die de neppil slikte. Dat is niet alleen een opmerkelijk resultaat, maar kan voor patiënten het verschil betekenen tussen een (zeer) ernstige visuele handicap en een nog redelijk gezichtsvermogen.

Slechtziendheid
Netvlies- of maculadegeneratie komt vaak voor bij ouderen. Vooral bij diabetici, rokers en mensen met vaatlijden elders in het lichaam (krans-, hals- en beenslagaders) is het risico op het ontstaan van deze aandoening groot. Netvliesdegeneratie is de belangrijkste oorzaak van slechtziendheid. Ze ontstaat door achteruitgang of dichtslibbing van de bloedvaten in het netvlies, de binnenbekleding van de achterkant van het oog. Dit leidt tot aantasting van de gele vlek (macula lutea), waardoor het gezichtsvermogen steeds verder verslechtert.

De gele vlek ligt centraal op het netvlies en is rijk aan zenuwcellen voor het scherp zien en het zien van kleuren. Eenmaal ontstane schade is onherstelbaar. De sinds enkele jaren bestaande laserbehandeling (fotodynamische therapie of PDT) kan het proces wel tot stilstand brengen. Er zijn echter forse problemen rond de vergoeding van deze therapie en de dure behandeling is alleen geschikt voor patiënten met de 'natte vorm' (stadium 4) van maculadegeneratie. Voor patiënten met een minder ver voortgeschreden vorm van netvliesdegeneratie (de 'droge' stadia 1, 2 en 3) is geen behandeling beschikbaar.

Nieuwe route
De nieuwe behandelroute met behulp van voedingssupplementen kan daarom voor MD-patiënten van grote betekenis zijn, meent prof. dr. J. E. E. Keunen, hoogleraar oogheelkunde in het Leids Universitair Medisch Centrum. Hij is dan ook blij met de resultaten van de Areds-studie, maar plaatst tegelijk een belangrijke kanttekening.

„Het probleem is dat dit onderzoek in 1992 is opgezet. De twee belangrijkste plantaardige stoffen die werkzaam zijn tegen netvliesdegeneratie, luteïne en zeaxanthine, waren toen nog niet als voedingssupplement verkrijgbaar en zijn dus niet in de studie onderzocht."

Behalve het gebruik van goede voeding (veel groente en fruit) valt volgens Keunen het gebruik van een voedingssupplement zeker te overwegen. „Een combinatiepreparaat van luteïne en zeaxanthine ligt het meest voor de hand. Van deze twee stoffen is inmiddels in diverse onderzoeken aangetoond dat ze helpen tegen netvliesdegeneratie. Mensen zouden zo'n preparaat zelf moeten aanvullen met vitamine C (500 milligram), vitamine E (400 IU) en zink."

Keunen verstrekt zijn patiënten met maculadegeneratie inmiddels informatie over wat bekend is over luteïne en zeaxanthine, in combinatie met de uitkomsten van de Areds-studie. „Dan kunnen ze zelf kiezen of ze die voedingssupplementen willen gebruiken."

Uit de Areds-studie werd overigens niet duidelijk wat het nut is van de verstrekte voedingssupplementen bij netvliesdegeneratie in stadium 1 en 2 of ter preventie van MD. Maar volgens Keunen is het waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd voordat zal blijken dat het slikken van voedingssupplementen ook in deze stadia zinvol is. Hij verwijst onder meer naar een Amerikaanse studie onder bijna 900 personen tussen de 55 en de 80 jaar van dr. J. M. Seddon, in november 1994 gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association. Daarin werd al aangetoond dat een dieet rijk aan luteïne en zeaxanthine (aanwezig in vooral paprika, maïs, eigeel en groene bladgroenten, zoals spinazie) een risicoreductie geeft van 43 procent op het ontstaan van maculadegeneratie.

Er zijn inmiddels twee voedingssupplementen met luteïne en zeaxanthine op de markt. Deze middelen zijn (nog) niet onderzocht op hun effectiviteit. Hun werkzaamheid kan op dit moment slechts worden afgeleid uit wat in het algemeen bekend is van het effect van luteïne en zeaxanthine.

Directeur Peter van Hogerhuis van Topconsulting in Oud-Beijerland brengt vanaf deze maand het voedingssupplement Macuvite op de markt. „We zijn van plan een dubbelblind onderzoek met Macuvite op te zetten waarin ook een controlegroep zit die een neppil krijgt. Zo'n studie is nog slechts een kwestie van tijd."


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels