Net als bij een gewone zuigermotor werkt deze zogenaamde straalmotor door het sterk samenpersen van lucht, het toevoegen van brandstof en het ontsteken van dat mengsel. De snelle uitzetting van de verbrande gassen drukt in een zuigermotor de zuiger omlaag, maar bij een straalmotor stuwen de uitlaatgassen de motor vooruit. Vergelijk het met een opgeblazen luchtballon die losgelaten wordt: de vrijkomende lucht ontsnapt aan de achterkant en drukt als het ware tegen de voorkant van de ballon.
De ventilator (1) aan de voorkant van de straalmotor zuigt lucht aan en perst die samen in de compressieruimte (2) tot een veertig keer hogere druk dan de buitenlucht. Vandaar stroomt de lucht naar de verbrandingskamer (3), waar kerosine ingespoten wordt. De temperatuur loopt op tot 2000 graden Celsius. De uitgezette verbrandingsgassen brengen de turbine (4) in beweging, die op zijn beurt weer de ventilator (1) aandrijft. Het grootste deel van de lucht passeert langs de buitenkant (5) van de verbrandingskamer: zeven of acht keer zoveel als er door de kamer heen gaat. Ook deze koude luchtstroom stuwt de motor naar voren, maar dan volgens het ’ouderwetse’ principe van de propeller.
(De krachtigste turbomotoren van Rolls Royce hebben een vermogen van 250.000 pk; daarbij verlaten de uitlaatgassen de motor met een snelheid van 1600 kilometer per uur.