Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Verwarring over sekserol betekent psychisch lijden

 Tot een jaar of 8 kunnen jongens zich als meisje verkleden. Daarna verliezen ze meestal hun interesse voor meisjesrollen. Is deze interesse daarna nog aanwezig, dan kan dit duiden op verwarring over de sekserol. Foto Stockvault

Tot een jaar of 8 kunnen jongens zich als meisje verkleden. Daarna verliezen ze meestal hun interesse voor meisjesrollen. Is deze interesse daarna nog aanwezig, dan kan dit duiden op verwarring over de sekserol. Foto Stockvault

Vraag: Onze zoon van 7 jaar speelt op school enkel met meisjes. Thuis speelt hij graag met zijn zusje of met een buurmeisje. Hij loopt graag op hakschoenen en speelt niet met jongensspeelgoed. Tot welke leeftijd is dit normaal voor jongens?
Biologisch gezien is het duidelijk of een kind een jongen of een meisje is. De sekse ligt vast. Dat is niet het geval met de ”gender”, het Engelse woord voor geslacht. Gender betekent in hoeverre iemand door zichzelf of anderen als mannelijk of vrouwelijk wordt gezien.

Een kind tussen 2 en 3 jaar begint zijn gender te ontwikkelen. Het ontdekt van welk geslacht het is en neemt gaandeweg de jongens- of meisjesrol op. Voordat dit is uitgekristalliseerd, experimenteren kinderen met de sekserollen. Daarom is verkleden op jonge leeftijd zo populair. Aanvankelijk spelen kinderen beide rolpatronen. Jongens verkleden zich als ridders, maar ook als jonkvrouwen. Afwisselend spelen ze vadertje en moedertje.

Naarmate kinderen ouder worden, worden ze gevoeliger voor de sociale norm van hun leeftijdsgenoten. Rond een jaar of 8 hebben jongens doorgaans hun interesse voor meisjesrollen verloren, omdat ze daarom worden uitgelachen. Bestaat de behoefte aan meisjesdingen nog, dan doen ze dat meestal uitsluitend thuis omdat ze daar geen kritiek van leeftijdgenoten verwachten.

Verwarring over het gender wordt genderdysforie genoemd. Het bestaat uit een gevoel van onbehagen over het biologisch geslacht. Vaak gaat het samen met de constante en uitgesproken wens om iemand van de andere sekse te zijn. Zowel de mate waarin als de manier waarop dit gevoel aanwezig is kan verschillen. De meest extreme vorm wordt aangetroffen bij transseksuelen. Zij laten hun lichaam via operaties aanpassen aan het door hen gewenste geslacht.

Uit de brief blijkt niet dat de zoon een uitgesproken wens heeft om een meisje te zijn. Er is mogelijk sprake van genderdysforie in lichtere vorm. Bij genderdysforie is er sprake van identificatie met de andere sekse.

Een jongen met genderdysforie kan de volgende dingen laten zien:

speelt liever met meisjes dan met jongens en heeft vooral vriendinnetjes
zegt soms dat hij een meisje wil zijn
heeft een afkeer van zijn eigen geslachtsdeel
wil zittend plassen
speelt in fantasiespelletjes het liefst de meisjes- of vrouwenrol
wil zich alleen verkleden in meisjeskleren
beweegt en spreekt meisjesachtig
wil alleen meisjesspelletjes spelen en heeft een hekel aan jongensspelletjes.

Als een jongen af en toe liever met poppen of meisjes speelt, dan wijst dit niet op genderdysforie. Pas wanneer het zich identificeren met meisjes en het meisjesgedrag elke dag terugkeert gedurende langere tijd, is er mogelijk sprake van genderdysforie.

Om deze diagnose te stellen, moet nauwkeurig onderzoek over een langere periode plaatshebben. Het is belangrijk allerlei andere oorzaken voor afwijkend gedrag uit te sluiten, zoals depressie, een ernstig traumatische ervaring of gebrek aan eigenwaarde.

Genderdysforie is een stoornis waarin op een pijnlijke manier de gebrokenheid van de schepping zichtbaar wordt. Over de oorzaken van deze stoornis is nog veel onbekend. Mogelijk is er een erfelijke factor. Er is onderzoek dat een afwijkende hormoonafgifte aantoont. Daarnaast kunnen ook omgevingsfactoren een rol spelen.

Genderdysforie kan op jonge, maar ook op latere leeftijd zichtbaar worden. Het komt voor bij 1 op de 30.000 vrouwen en bij 1 op de 10.000 mannen. Dat is niet vaak, maar het gaat wel om een heel ingrijpend probleem.

Als er sprake is van genderdysforie, helpen aanmoedigingen om zich meer overeenkomstig de sekse te gedragen niet. De oriëntatie op meisjes wordt niet veroorzaakt doordat een jongen steeds met meisjes speelt, maar omdat hij zich mogelijk diep vanbinnen meer een meisje voelt. Een kind voelt zich ongelukkig als hij een rol moet vervullen die hem niet past.

Genderdysforie betekent psychisch lijden omdat normale rolpatronen niet opgaan. Ook voor ouders is het moeilijk te aanvaarden. Vaak schamen zij zich enorm, ook al omdat de omgeving snel met een oordeel klaarstaat. Ouders helpen hun kind met genderdysforie door te bedenken dat het er zelf niets aan kan doen. Uit onderzoek blijkt dat verbieden de voorkeur niet verandert.

Wat een kind wel nodig heeft, is onvoorwaardelijke liefde van ouders, en vriendschappen om met anderen te spelen. Zijn er mogelijkheden om met dezelfde sekse op te trekken, dan is dat raadzaam. Dit voorkomt dat kinderen al vroeg helemaal in de sociale rol van het andere geslacht leven.

De ouders schrijven dat hun zoon niet speelt met Playmobil of lego. Het is op zichzelf niet vreemd dat kinderen sterk verschillende voorkeuren voor speelgoed hebben. Of er sprake in dit geval sprake is van genderdysforie, is op afstand niet te zeggen. Uit de brief komt een aantal kenmerken naar voren, maar andere weer niet.

De ouders gaven aan dat hun zoon verontwaardigd was toen een jongen zei dat hij een meisje was. Verder is een aandachtspunt dat hij veel optrekt met zijn jongere zusje (4) dat zich graag verkleedt. Voelt het voor hem veilig om mee te gaan in haar fantasiewereld?

Op termijn komen er ethische vragen rond afwijkingen in het gender in beeld. Mag een christen zichzelf laten ombouwen als een genderidentiteitsstoornis blijkt? Voor deze vragen is pastorale en ethische begeleiding erg belangrijk. Daarnaast is hulpverlening zeer gewenst. De problematiek is heel ingrijpend, voor zowel het kind als de andere gezinsleden.


Tips:

Als een kind genderdysforie heeft:
Accepteer het kind en laat onvoorwaardelijke liefde blijken.
Overleg met school over het gedrag van het kind en vraag voor dit probleem aandacht in de klas.
Laat het kind naar school geen speelgoed meenemen of kleding aantrekken die niet bij zijn sekse past, om het risico op pesten te verminderen.
Probeer zo lang mogelijk beide sekserollen open te houden, maar dwing niet.
Zoek hulp in het pastoraat en binnen de christelijke hulpverlening waar dit probleem bekend is.
Oriënteer uzelf op de christelijke ethiek rond dit onderwerp, zoals:


Zie ook:

www.refdag.nl/artikel/1388720/
www.lindeboominstituut.nl/assetmanager.asp?aid=338.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels