Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Verstild, dromerig, vriendelijk

 Gustave Courbet, "De rotsen bij Etretat", 1869.
 1 van 2  

Gustave Courbet, "De rotsen bij Etretat", 1869.

Er was eens een jongeman die in een paar jaar tijd opklom van bankmedewerker tot bankdirecteur. Vanaf dat moment ging hij schilderijen verzamelen van zijn Deense landgenoten. Na enige tijd kwamen er als vanzelf de grote Fransen bij. Zijn naam was Wilhelm Hansen (1868-1936) en zijn verzameling staat bekend als de Ordrupgaardcollectie, genoemd naar het landgoed waar hij de kunstwerken onderbracht.
De kunstpassie van Wilhelm Hansen resulteerde in een verzameling die tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste van Europa is. Al tijdens zijn leven liet hij een groot huis bouwen in het dorpje Ordrup Krat, vlak bij Kopenhagen. Aanvankelijk was het als zomerverblijf bedoeld, maar tijdens de bouw wijzigde hij zijn plannen. Hij wilde er blijvend met zijn gezin gaan wonen en er zijn kunstverzameling onderbrengen. Na de dood van zijn vrouw in 1955 werd de woning met alle schilderijen en beelden geschonken aan de regering van Denemarken. Twee jaar later openden zij een kant-en-klaar museum voor het publiek.

Het bestaan van dit museum was decennialang vooral bij de Deense burgers bekend. De laatste jaren groeit de aandacht vanuit het buitenland. Men ontdekt de verfijnde kwaliteit van de Deense kunst uit de negentiende eeuw. Niet voor niets hebben de Denen het in dit opzicht over hun ”gouden eeuw”. Daarbij komt dat Wilhelm Hansen alleen de kunst kocht die hij werkelijk mooi vond. En hij liet zich goed adviseren door een Franse kunstcriticus en zijn jeugdvriend, de schilder Peter Hansen (1868-1928). Zo verzamelde hij de Franse impressionisten al in een periode waarin veel kunstkenners zich nog verzetten tegen deze stroming. Hierdoor liet hij een collectie van hoge kwaliteit na.

Rodin
Reden waarom het Gemeentemuseum Den Haag een tentoonstelling aan deze verzameling wijdt. In de eerste zaal leert de bezoeker Wilhelm Hansen beter kennen in een korte, maar duidelijke documentaire. Daarna wandelt hij door de tentoonstelling, waarin zowel kunstwerken van Deense als van Franse makelij te zien zijn.

De laatste zaal brengt bezoekers weer terug bij verzamelaar Wilhelm Hansen en zijn landgoed Ordrupgaard. Één muur wordt helemaal in beslag genomen door een foto van zijn museumwoning. Vanuit een soort prieel zijn de beelden van Rodin (1840-1917) te zien, met vlakbij een afgietsel van ”De Denker”.

Het had de tentoonstelling sterker gemaakt als het Gemeentemuseum zich daadwerkelijk beperkt had tot het laten zien van de verzameling van Wilhelm Hansen. Het is in dit museum bijna een gewoonte om zo veel mogelijk schilderijen uit de eigen collectie aan de tentoonstelling toe te voegen. En omdat het Gemeentemuseum geen Deense schilderijen in de collectie heeft, is de balans van de tentoonstelling wel heel erg in het voordeel van de Fransen uitgevallen.

Gouden eenvoud
Intussen hebben de kunstenaars uit Denemarken wel de centrale zaal in de tentoonstelling gekregen, en terecht. Juist de Deense kunst is voor Nederlandse bezoekers interessant. De Deense kunst uit de gouden eeuw, de periode tussen 1820 en 1850, spreekt aan door een opvallende eenvoud en echtheid. In deze periode ging het politiek en economisch niet zo goed met Denemarken. Veel schilders richtten zich op een eenvoudige en natuurgetrouwe weergave van de natuur en de mensen om hen heen. Een van de geliefde onderwerpen was het leven binnenshuis. Deze taferelen werden behoorlijk gedetailleerd vastgelegd.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden er in Denemarken verschillende schilderscholen. De groep die in het vissersdorp Skagen bij elkaar kwam schilderde veel taferelen uit het vissersleven. Een andere groep, waar onder anderen Peter Hansen bij hoorde, werkte veel op het eiland Funen. Die groep was gefascineerd door het boerenleven. Ondanks de verschillen is er een duidelijke eenheid terug te vinden in de schilderijen uit Denemarken. Elke kunstenaar richt zich op alledaagse thema’s. Die worden goed bestudeerd en zonder opsmuk vastgelegd. Veel schilderijen hebben een stemmig karakter: verstild, dromerig, vriendelijk, weemoedig of somber.

Natuurgetrouw
Één kunstenaar blinkt erin uit om juist die verstilde atmosfeer vast te leggen. Dat is Vilhelm Hammershoi (1864-1916). Hij schilderde bijna alleen maar taferelen die hij in zijn eigen huis aantrof, zoals ”Interieur met piano en vrouw in het zwart”.

Meestal stond zijn vrouw model. Doorgaans staat ze met haar rug naar de toeschouwer. Zo gaat de aandacht niet uit naar de vrouw, maar naar het hele interieur. Door de eenvoudige compositie en de sobere kleuren maakt het geheel een verstilde indruk en heeft men het over „een stille wereld waarin de drukte van het dagelijks bestaan niet wordt toegelaten.”

De schilderijen van Hammershoi doen denken aan die van de Nederlander Johannes Vermeer (1632-1675), en dat is niet verwonderlijk. Vilhelm Hammershoi reisde zelfs naar Nederland om Vermeers werk te bestuderen. Het waren juist de eenvoud en de natuurgetrouwheid van de Hollandse schilderkunst die kunstenaars in de negentiende eeuw in heel Europa aanspraken. Kunstenaars als Gustave Courbet (1819-1877), die hun schilderijen in de buitenlucht maakten, namen de Hollandse schilders uit de zeventiende eeuw als hun voorbeeld.

De Franse schilder Courbet noemde zichzelf een realist die de werkelijkheid absoluut niet mooier wilde schilderen dan ze is. Hij werkte zijn schilderijen niet netjes af. Ook het schilderij ”De rotsen bij Étretat” is als het ware slordig geschilderd. Het is een bijna onaantrekkelijk beeld van een stukje kust bij donker en onstuimig weer. Toont Hammershoi op eenvoudige wijze de lieflijke en verstilde wereld in zijn huis, Courbet zoekt de rauwe werkelijkheid in de natuur buitenshuis. Het is de wereld om hen heen, die ze wilden weergeven zoals hij was. En daar had Wilhelm Hansen zijn hart aan verloren.

De expositie ”Ordrupgaard. Van Courbet tot Købke” is tot en met 2 december 2007 te zien in het Gemeentemuseum Den Haag. De gelijknamige catalogus kost € 24,95. ISBN 978 90 400 8407 2. In het Gemeentemuseum is eveneens tot en met 2 december de tentoonstelling ”Haagse Hofmode” te zien, over mode aan het hof van de 18e tot en met de 20e eeuw.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels