Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Verre verblijfplaats van kometen

 Naam: Jan Hendrik Oort
 1 van 2  

Naam: Jan Hendrik Oort

„Oort hoeft maar te fluisteren en hij krijgt wat hij wil”, zou een Leidse collega eens gezegd hebben. Een vriendelijk karakter, gecombineerd met natuurlijk gezag, zorgt dat de sterrenkundige voor onze eerste radiotelescoop van Dwingeloo meer geld los weet te peuteren dan in naoorlogs Nederland eigenlijk verantwoord is. Het gevolg is wel dat Nederland in de radioastronomie nog steeds voorop loopt.
Naam: Jan Hendrik Oort

Geboortedatum: 28 april 1900

Sterfdatum: 5 november 1992

Nationaliteit: Nederlands

Vernoeming: Oortwolk

Jan Hendrik Oort komt ter wereld in Franeker, maar het gezin verhuist al snel naar Oegstgeest, waar zijn vader een aanstelling als geneesheer-directeur van een psychiatrische instelling krijgt. Na de hbs in Leiden vertrekt Oort opnieuw naar het noorden van het land, om in Groningen bij de wereldberoemde professor J. C. Kapteyn sterrenkunde te studeren. De studie gaat hem gemakkelijk af en in 1921 start hij zijn promotieonderzoek naar hogesnelheidssterren. Dat is een groep sterren waarvan de beweging sterk afwijkt van het gros van zijn soortgenoten in de melkweg, het sterrenstelsel waartoe onze zon behoort. In 1922 vertrekt de jonge astronoom naar de sterrenwacht van de Amerikaanse Yale University, om buitenlandse ervaring op te doen.

De twee jaar dat hij daar waarnemingen doet, komt de sterrenkundige tot de conclusie dat zijn interesse niet aan de praktische, maar aan de theoretische kant van het vak ligt. Een aanbod van de Leidse universiteit slaat hij dan ook niet af. In Nederland zet hij zijn promotieonderzoek voort, om in 1926 cum laude te promoveren. Oort zelf is overigens verre van tevreden, want een bevredigende verklaring voor de afwijkende snelheid van ’zijn’ sterren heeft hij niet gevonden.

Kort na zijn promotie realiseert hij zich -op grond van andermans ideeën- dat de beweging wel te verklaren is als de melkweg niet stilstaat, maar om zijn as draait. Die doorbraak geeft hem wereldwijd bekendheid. Een aantal jaar voor de Tweede Wereldoorlog krijgt hij een aanstelling als adjunct-directeur aan de Leidse sterrenwacht en wordt hij secretaris van de International Astronomical Union. Later is hij zelfs even president van deze gerenommeerde club van sterrenkundigen.

In oorlogstijd beginnen sterrenkundigen zich te realiseren dat uit het heelal niet alleen zichtbaar licht ons bereikt, maar ook radiostraling. Oort ziet als geen ander in dat dit een heel nieuw onderzoeksterrein openlegt, want deze straling zegt ook iets over de bestanddelen waaruit het heelal is opgebouwd. In de naoorlogse jaren spant hij zich in voor de bouw van een radiotelescoop die de golflengte waarop waterstof radiostraling uitzendt op kan vangen, de zogenaamde 21 centimeterlijn. Hij krijgt het voor elkaar om een door de Duitsers achtergelaten radarspiegel met een diameter van 7,5 meter om te laten bouwen en in Kootwijk de eerste waarnemingen te doen.

In 1951 slagen technici er inderdaad in de 21 centimeterlijn in beeld te krijgen. Die experimenten hebben onder andere geleid tot het inzicht dat de melkweg een spiraalvormige structuur heeft. In 1956 opent koningin Juliana de 25 meter radiotelescoop in Dwingeloo en in 1970 een keten van twaalf radiotelescopen die (na de nodige uitbreidingen) nog steeds wordt gebruikt. Beiden zijn het resultaat van een jarenlange lobby.

Tussendoor verricht Oort begin jaren vijftig het komeetonderzoek waaraan zijn naam nog steeds is verbonden. Op grond van berekeningen komt hij tot de conclusie dat er een wolk van komeetkernen als een schil om de zon ligt. De kilometersgrote brokken van stof en ijs bevinden zich meestal ver buiten de baan van de planeten, meer dan een lichtjaar van de zon vandaan. Ter vergelijking: de aarde bevindt zich op een afstand van 8,3 lichtminuten van de zon, zo lang doet het licht erover om ons te bereiken. Af en toe komt er een komeet deze kant op en ontstaat er in de buurt van de zon door verdamping een lange staart.

De Oortwolk blijft overigens een hypothese, niemand heeft hem ooit waargenomen. De wolk is volgens evolutionisten een goede verklaring voor het feit dat er nog steeds kometen zijn. Ook verklaart hij waarom niet alle kometen om de zoveel tijd terugkeren, zoals de beroemde komeet van Halley dat doet. Periodieke staartsterren hebben de Kuipergordel als verblijfplaats. Dat is een band van objecten net buiten de baan van Neptunus, genoemd naar de astronoom Gerard Kuiper.

Oort overlijdt op 92-jarige leeftijd aan de gevolgen van een val, twee dagen eerder. Dankzij zijn hoge leeftijd is hij in staat geweest om de beroemde komeet van Halley -die om de 76 jaar aan het firmament verschijnt- tot tweemaal toe te zien. De eerste keer als tienjarige jongen, samen met zijn vader op het strand van Noordwijk en in 1986 hoog boven de wolken, vanuit een vliegtuig.

De oudste radiotelescoop van Dwingeloo is in 1956 in gebruik genomen. Sterrenkundige J. H. Oort heeft zich jarenlang ingespannen om het benodigde bedrag bij elkaar te krijgen. Het apparaat wordt al jaren niet meer voor wetenschappelijke onderzoek gebruikt, maar is onlangs door een groep vrijwilligers weer aan de praat gebracht. Foto Wim de Vries

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Vernoemd