Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Veroordeel elkaar niet over de opvoeding

 „Ouders zijn geen verantwoording schuldig aan andere ouders. Ze moeten vooral verantwoording afleggen tegenover de Heere, Die wil dat kinderen worden opgevoed in het spoor van Zijn geboden.” Foto RD, Sjaak Verboom

„Ouders zijn geen verantwoording schuldig aan andere ouders. Ze moeten vooral verantwoording afleggen tegenover de Heere, Die wil dat kinderen worden opgevoed in het spoor van Zijn geboden.” Foto RD, Sjaak Verboom

Vraag: We weten allemaal dat opvoeden erg moeilijk is. Wij zijn ouders van vijf kinderen tussen de 12 en de 20 jaar en proberen, net als iedereen, hen zo goed mogelijk volgens Gods Woord op te voeden: niet al te rechtvaardig en niet al te goddeloos. Waar we tegenaan lopen, is dat andere ouders ons soms opbellen en zich bemoeien met onze standpunten. Ik zou willen adviseren om jezelf niet met andermans problemen te bemoeien. Hoe ziet u dat?
De ouders laten in hun brief merken dat ze midden in de wereld staan en gewetensvol zoeken naar juiste koers voor hun kinderen. In een gezin met allemaal grotere kinderen zijn er heel wat zaken die de aandacht vragen. Deze ouders durven in te gaan tegen de mening van hun kinderen en die van andere ouders. Dit kunnen ze doen omdat ze zélf nagaan of iets goed is, vanuit het besef dat Gods Woord gaat over het gehele leven.

Daar komt wel protest tegen. In de eerste plaats van de eigen kinderen. Ze protesteren als de lessen voor catechisatie worden overhoord. Ze protesteren als er aanmerkingen komen op de lengte van de rok of van de oorbellen. Wat de kinderen bedoelen is ten diepste dit: „Laat ons vrij, wij willen die inmenging niet, we maken het zelf wel uit.” Maar wat ze zeggen is: „Andere ouders doen ook niet zo moeilijk.”

Ouders kunnen van slag raken als ze horen dat andere ouders geen punt maken van dingen die voor hen principieel zijn. Stel dat dit waar is -jongeren roepen heel makkelijk dat hun ouders als enigen ouderwets en streng zijn, maar dat kan wel eens erg meevallen- dan nóg is het volstrekt legitiem dat ouders in hun gezin hun eigen plan te trekken. Zij zijn namelijk geen verantwoording schuldig aan andere ouders en ook niet aan hun kinderen. Ze moeten vooral verantwoording afleggen tegenover de Heere, Die wil dat kinderen worden opgevoed in het spoor van Zijn geboden.

Verkering
Naast het protest van kinderen komt er ook protest van andere ouders die de benadering van de vragenstellers te bekrompen vinden. Die ouders bellen zelfs op. Ze verzoeken of het niet wat makkelijker kan.

De voorbeelden slaan op de verkering van de twee zonen: het gezin van de vriendin houdt er andere opvattingen op na. Als het gaat om de genoemde voorbeelden, geef ik de vragenstellers direct gelijk.

Inderdaad is het onzin dat je zoon van 18 jaar met zijn aanstaande schoonfamilie mee-emigreert naar Canada, terwijl hij in Nederland een opleiding doet en er geen trouwplannen zijn. Inderdaad is het flauwekul dat je zoon van 16 na vijf avonden aanwezigheid bij zijn vriendin verplicht wordt haar verjaardag nog een keer mee te vieren voor ooms en tantes. Zeker als de laatste avond een catechisatieavond betreft is dat echt een reden om geen toestemming te geven.

Als de moeder van de vriendin zegt dat de verkering uitgaat als hij niet aanwezig is, is dat mijns inziens tekenend voor de echtheid van de liefde.

Wat me in de brief opvalt, is dat de kinderen zelf niet weerbaar lijken te zijn. Waarom kan een zoon die al verkering heeft zijn eigen boontjes niet doppen? Hoe komt het dat hij zich laat inpakken door zijn vriendin en aanstaande schoonfamilie? Daar heeft het veel van weg. Het is opmerkelijk dat beide zonen niet stevig in hun schoenen staan. Misschien nemen ze innerlijk afstand van datgene wat hun thuis is voorgehouden. Dat is ontzettend verdrietig. Maar daarover lees ik niets in de brief.

Onvoldoende weerbaar
Misschien worden de kinderen thuis onvoldoende zelf weerbaar gemaakt en blijven de ouders steeds voor hen de beslissingen nemen. Dat kan. Heel gewetensvol maken ouders uit hoe en wat er thuis gebeurt. Maar als het daarbij blijft, is dat onvoldoende. Als ouders de stap niet maken om het geweten van hun kinderen te vormen, dan staat een kind met lege handen als het niet meer op zijn ouders kan terugvallen.

Ouders moeten het geweten van jongs af aan vormen. Hoe? Door te praten. Door de geboden van God langs de praktijk van elke dag te leggen en te vertellen waarom iets wel of niet goed is. Zolang een kind klein is, kunnen ouders beslissen en het vertellen waarom ze het op die manier doen. Als het kind groter wordt, kunnen ouders vragen stellen die het helpen beslissen. „Is het goed wat je wilt doen? Waarom wel, waarom niet?” Als het kind geen duidelijke antwoorden weet, moeten ouders het uit de tent lokken. Want een kind moet uiteindelijk zelf het besef krijgen of iets goed of fout is.

Beslissen over het hoofd van het kind heen bevordert het overnemen van principes niet. Het moet zélf gaan inzien wat de waarde van bepaalde principes is, het liefst voor de puberteit aanbreekt. Vandaar dat het geweten vooral in de kinderjaren moet worden gevormd.

Als dat onvoldoende gebeurt, worden principes alleen hinderlijke grenzen die verzet oproepen. Dan kan een kind ook niet goed weerstand bieden als het andersdenkende mensen tegenover zich krijgt. Het kan dan niet beargumenteren waarom het iets niet goed vindt.

Zeker als een kind verkering heeft, moet het zelf ergens voor staan. Anders is hij geen goede partij voor die ander en laat hij zich makkelijk inpakken. Ik denk dat het bemoeien van andere ouders met de opvoeding vanzelf minder wordt als grotere kinderen zelf hun woordje kunnen doen.

Uitwisseling
Ten slotte wil ik nog op een opmerking ingaan. Ouders zouden zich niet moeten bemoeien met andermans opvoeding. Mijns inziens ligt het er helemaal aan hoe ze dat doen. Als de insteek is om de ander te veroordelen, dan kunnen ze inderdaad beter hun mond houden.

Maar als er wederzijdse openheid is, kan het gesprek juist wel heel goed zijn. Tijdens opvoedingsavonden merk ik dat ouders onderlinge uitwisseling erg op prijs stellen. Ze delen met elkaar hoe moeilijk het is om de vicieuze cirkel van negatieve aandacht te doorbreken. Ze herkennen elkaars moeiten om goede grenzen te trekken. Ouders kunnen leren van elkaars aanpak.

Aandachtspunten rond bemoeizucht
Besef dat ouders voor de opvoeding vooral verantwoording af moeten leggen tegenover God.

Neem de opmerkingen dat geen enkele ouder zo ouderwets is met een korreltje zout.

Laat onterechte kritiek van je afglijden.

Maak werk van (vroege) gewetensvorming.

Praat met het kind.

Wees niet defensief, maar sta open naar andere opvoeders.

Sarina Brons-van der Wekken is psychologe en moeder van drie kinderen.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels