Met succes. Volgens de organisatoren van de schoonheidsbeurs New Beauty, „hét makeover-event van het jaar” dat komend weekend voor de derde keer plaatsheeft in de Amsterdamse RAI, overweegt inmiddels een kwart van de Nederlandse vrouwen een cosmetische ingreep. Op New Beauty kunnen zij zich uitgebreid laten voorlichten over bijvoorbeeld liposucties, ooglaserbehandelingen, neus- en ooglidcorrecties en facelifts.
De goed geoliede pr-machine van het evenement draait al maanden op volle toeren. „Onderzoek: Driekwart vrouwen gelukkiger na cosmetische ingreep” is de boodschap die de initiatiefnemers de bezoekers op 17 december willen doen geloven. Op het op 7 maart vrijgegeven persbericht ”9 op 10 vrouwen blij met nieuwe borsten” rustte een embargo tot donderdag 13 maart.
Ergens tussen de plastisch chirurgen en de schoonheidsspecialisten staat de stand van de Doetinchemse Sylvia Veerman-van Wagensveld (50). Bij haar horen beursbezoekers hoe het mis kan gaan. De Doetinchemse is voor het leven getekend. Haar gezicht draagt de sporen van talrijke operaties die nodig waren om de ravage van een mislukte cosmetische ingreep te herstellen.
Norse frons
Het begint allemaal in 2000 met een programma op tv, vertelt Veerman. „Volgens mij was het een van de eerste make-overprogramma’s.” Veerman maakt kennis met de injectievloeistof botox (botuline toxine), een middel dat plaatselijk spieren verslapt, waardoor rimpels verdwijnen. Het lijkt haar de ultieme uitkomst voor de norse frons in haar voorhoofd en de daarbijbehorende pijn. „Ik werd door dat programma geraakt. Het zag er zo mooi uit. Dergelijke behandelingen werden toen nog niet in reguliere ziekenhuizen aangeboden, daarom ben ik naar een privékliniek in Doetinchem gestapt.”
De eerste botoxinjecties zijn een succes. „Het gevoel dat ik had de eerste keer dat ik daar wegging is onbeschrijfelijk. Dat wil je niet meer kwijt. Mijn voorhoofd was glad, helemaal glad. En ik kreeg weer positieve opmerkingen te horen over mijn uiterlijk.”
De injecties werken een maand of vijf, dus met enige regelmaat keert Veerman terug naar de privékliniek. Al snel begint haar behandelaar over een nieuw middel dat rimpels permanent vult, het zogenoemde injectable Dermalive. Veerman heeft er wel oren naar. „Ik hapte toe, had vertrouwen in de man.”
Drie behandelingen later en zo’n vierduizend euro armer hoopt Veerman voorgoed van haar voorhoofdsfrons af te zijn. Maar als ze op een avond in 2002 voor de spiegel staat, merkt ze dat haar voorhoofd dikker wordt. Er zit een bult die met de dag groeit. Veerman bezoekt opnieuw de privékliniek. Haar behandelaar schrikt zichtbaar en stelt haar voor het middel Kenacort in te spuiten. Veel pijn is het gevolg, maar toch haalt Veerman tot drie keer toe een injectie, gevolgd door een behandeling met fluorouracil, een middel dat ook wordt gebruikt als chemotherapie bij kankerpatiënten.
Hoewel het van kwaad tot erger gaat met het voorhoofd van de Doetinchemse, geeft ze haar vertrouwen in de behandelaar van de privékliniek nog altijd niet op. Steeds keert ze er terug voor -kostbare- injecties, terwijl ze zich zieker en zieker voelt en in een sociaal isolement raakt. Op straat vertoont ze zich inmiddels niet meer.
Pas na herhaaldelijk aandringen van haar man consulteert Veerman de huisarts - het is dan al 2004. Die schrijft een verwijzing naar een plastisch chirurg in een regulier ziekenhuis, waarna ze een eindeloos durend circuit van hersteloperaties inrolt.
Fysiotherapeut
Volgens de artsen die Veerman behandelen, zijn de bulten en infecties niet te wijten aan een een overdosis rimpelvuller. De behandelaar van de privékliniek blijkt geen artsendiploma te bezitten, maar fysiotherapeut te zijn. Formeel mag hij injecties toedienen, omdat op papier ook een gediplomeerd arts aan zijn praktijk verbonden is. Van deze zogenoemde verlengdearmconstructie maakt hij dankbaar gebruik, al ziet Veerman in de kliniek nooit iemand anders dan de fysiotherapeut.
Veerman dient een klacht in bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en neemt een letselschadebureau in de arm. „Ik eis een schadevergoeding van minimaal 2 ton. Aan behandelingen ben ik maandelijks zo’n 600 tot 700 euro kwijt.” Het liefst ziet de Doetinchemse dat er een verbod komt op permanente rimpelvullers, maar dat is er tot op heden niet. Wel moeten privéklinieken zich inmiddels registreren.
Dat ze te naïef is geweest, gaat er bij Veerman niet in. „Ik weet niet of je kunt zeggen dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun besluit naar een privékliniek te stappen. Onderschat de goeroetechnieken van die klinieken niet. Ze heten je hartelijk welkom, geven je cappuccino, er staan leren stoelen. Ze beïnvloeden je langzaam. Je komt voor een ooglidcorrectie, maar laat je een complete facelift aanpraten. Terwijl je al in de stoel ligt, zeggen ze: Als u de bovenkant van uw ogen doet, zou u eigenlijk ook de onderkant moeten doen, mevrouw. We hebben op dit moment een aanbieding, maar die is maar tot het einde van de week geldig. Zo voeren ze de druk op.”
Zebrapad
Met haar boek ”Legaal verminkt” en een gelijknamige site roept Veerman andere slachtoffers ertoe op hun stem te laten horen. „In 2000 was ik een van de eersten. Maar er moeten er een paar duizend rondlopen. Ik nodig ze uit, laat ze hun verhaal doen. Laatst zocht een vrouw contact, die haar huid permanent wilde laten kleuren. Dat ging helemaal mis. Ze heeft nu een gezicht als een zebrapad.”
Ondanks alles wat ze heeft meegemaakt, is Veerman niet tegen gesleutel aan het lichaam. De vraag of het misschien ook een optie is je lichaam gewoon te accepteren zoals het is, leeft bij haar niet. „Als je iets aan jezelf wilt veranderen: waarom niet? Als het maar op een verantwoorde manier door specialisten gebeurt.” Wel onderkent de Doetinchemse het gevaar van verkeerde beeldvorming bij met name jonge vrouwen. „Als je achttien bent, ben je nog een kind. Vet laten weghalen? Ga maar fietsen, zou ik zeggen. Vollere lippen? Doe er Labello op. Volgens mij kun je vanaf een jaar of 30 pas beslissen of dergelijke ingrepen nodig zijn en of je ze aankunt.”
Veerman heeft intussen nog altijd te kampen met de naweeën van haar cosmetische avontuur. Het ziet er niet naar uit dat die spoedig zullen ophouden. Met regelmaat moet ze onder het mes om heftige ontstekingen te laten wegsnijden. „Ik ben een chemische bom”, zegt ze. „Mijn gezicht verwoekert langzaam. Ik loop bij een gezondheidspsycholoog. Psychisch lijk ik misschien sterk, maar dat is niet zo. Na elke behandeling zeg ik: Ik wil niet meer. Tot mijn dood toe heb ik maar één zekerheid: de onzekerheid.”
Rammelende titels, misplaatste presentatie
Ze noemen zich cosmetisch arts, maar van de werkwijze van deze behandelaars wordt woordvoerster Irene Mathijssen van de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) niet gelukkig. „Ook wij worden afgerekend op datgene wat misgaat in hun praktijk.”
De strekking van het verhaal van Sylvia Veerman is Mathijssen bekend. „We kennen haar doordat ze na de mislukte ingreep contact met ons heeft gezocht”, zegt Mathijssen, zelf plastisch chirurg. Veerman is volgens haar allang niet meer de enige patiënte die een behandeling in een kliniek moest bekopen met lastig te behandelen complicaties. „Uit mijn eigen praktijk ken ik zo drie patiënten voor wie hetzelfde geldt.”
Een van de oorzaken waardoor het regelmatig misgaat, is dat de imposant ogende titels waarmee behandelaars zichzelf tooien nogal eens rammelen, aldus Mathijssen. „Na je studie geneeskunde en het doorlopen van je coschappen ben je arts, basisarts. Van enige specialisatie in de plastische chirurgie is dan absoluut nog geen sprake. Toch noemen nogal wat van deze basisartsen zich cosmetisch arts of iets vergelijkbaars. Dat kan, want het voorvoegsel cosmetisch is wettelijk niet beschermd.”
De deskundigheid die de zichzelf cosmetisch arts noemende behandelaars voorwenden, noemt Mathijssen nogal misplaatst en overtrokken. „Vaak zijn het basisartsen met een minimale aanvullende scholing, bijvoorbeeld een cursus over rimpelvullers. Dat verschilt nogal met de deskundigheid van plastisch chirurgen. Dat zijn basisartsen met zes jaar vervolgopleiding; twee jaar algemene en vier jaar plastische chirurgie.”
Net als cosmetische artsen werkt ook een deel van de bij de NVPC aangesloten plastisch chirurgen in een privékliniek. Mathijssen: „Voor patiënten kan dat verwarring geven. Dat laat onverlet dat de werkwijze van beiden nogal wat verschilt. Plastisch chirurgen zijn in staat ook de complicaties die eventueel met een correctie gepaard gaan te behandelen; dat is het eerste verschil. Het tweede onderscheid is dat een plastisch chirurg is opgeleid om patiënten die niet gebaat zijn bij een ingreep eruit te selecteren. Niet iedereen die bij zichzelf een lichaamsafwijking zegt te zien, heeft die ook daadwerkelijk. Het kan ook een misvatting zijn die uit een psychische aandoening ontstaat.
Een plastisch chirurg zal voorafgaand aan een ingreep altijd nagaan: Is hier sprake van een reële afwijking, is die behandelbaar en wat zijn de risico’s? Meer nog dan voor een gemiddelde operatie geldt voor esthetische ingreep de stelregel: Als je twijfelt, begin er niet aan. Zijn er medisch technisch gezien geen belemmeringen, dan ga ik na wat patiënten van de ingreep verwachten. Je kunt iemand niet gelukkig opereren. Soms zijn de verwachtingen van een ingreep te hooggespannen en is het beter om, in plaats van te opereren, patiënten naar een psycholoog door te verwijzen. Meestal komen een plastisch chirurg en een patiënt daar samen uit.”
Via een eind 2005 vastgelegde richtlijn maant de NVPC tot terughoudendheid bij het gebruik van de zogeheten permanente en semipermanente rimpelvullers. „Gebruik voor specifieke esthetische of reconstructieve indicaties is slechts onder strikte voorwaarden verantwoord”, aldus de NVPC.
De richtlijn heeft geen juridische status, wel kunnen tuchtcolleges en inspecties hem gebruiken om de praktijken van cosmetisch artsen aan banden te leggen, zegt Mathijssen. „Een van de redenen waarom de NVPC dat zou verwelkomen, is dat ook wij worden afgerekend op datgene wat misgaat in de praktijk van artsen met onvoldoende scholing. In het ziekenhuis zijn wij de enige specialisten die voor de meeste ingrepen vooraf een machtiging moeten aanvragen bij het zorgkantoor. Soms worden mijn aanvragen geweigerd, zoals laatst bij een patiëntje dat door een aangeboren afwijking aan één kant van zijn gezicht last had van een sterk overmatige groei van de weke delen, zoals de huid en spieren. Ik vond de ingreep gewoon nodig, maar puur vanwege de naam facelift was het antwoord: Nee.”
De conclusie? Mathijssen: „Patiënten moeten zelf alert zijn bij wie ze welke behandeling laten uitvoeren. Voor het doen van een esthetische ingreep is een gekwalificeerde plastisch chirurg het meest deskundig