Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

„Varroamijt dé plaag voor Nederlandse honingbij”

WAGENINGEN — Een wereldwijde sterfte van bijen houdt de gemoederen bezig. Terwijl de varroamijt de grootste lastpost lijkt, wijzen Spaanse wetenschappers daarnaast een andere Aziatische parasiet als boosdoener aan. Over de bestrijding zijn ze enthousiast.
De mysterieuze bijenverdwijnziekte, aangeduid met ”colony collapse disorder”, houdt imkers in Europa en de VS al enige jaren in de greep: ogenschijnlijk gezonde bijenvolken vliegen uit en keren vervolgens niet meer naar korf of kast terug.

De varroamijt, afkomstig uit Azië, speelt al 25 jaar een fnuikende rol bij de achteruitgang van de honingbij. Een groep Spaanse wetenschappers onder leiding van dr. Mariona Higes wijt de verdwijntruc echter aan Nosema ceanae. Deze eencellige, eveneens uit Azië, dringt via voedsel en drinkwater het bijenlichaam binnen en verstopt de endeldarm. Gevolg is dat de honingbij zich niet kan ontlasten, verzwakt en uiteindelijk doodgaat.

De onderzoekers, die hun bevindingen deze maand publiceerden in het wetenschappelijke tijdschrift Environmental Microbiology Reports, volgden negentien maanden lang twee bijenkolonies en onderscheiden vier fasen van besmetting door Nosema ceanae: de fase zonder symptomen, de fase waarin vreemd gedrag optrad, zoals eieren leggen tijdens de winter, een tijdelijk herstel en ten slotte de verdwijnfase.

Higes en zijn team behandelden de overgebleven bijen gedurende vier weken met het antibioticum fumagilline, waardoor ze volledig genazen.

Vooralsnog is het middel in Europa verboden, maar Nederlandse imkers maken er al gebruik van, weet dr. Tjeerd Blacquière, bijenonderzoeker aan Wageningen Universiteit. Hij betitelt de bevindingen van zijn Spaanse collega’s in zekere zin als opzienbarend. „Ze hebben redelijk goed aangetoond dat volwassen honingbijen gezond te maken zijn als ze uitsluitend besmet zijn met Nosema ceanae. Ik ben er echter nog niet van overtuigd dat de parasiet de enige oorzaak van hun verdwijning is. Mijn indruk is dat deze eencellige in Zuid-Europa een grotere plaag is dan bij ons. Vooral als daar tijdens te hete zomers de bijen in rust gaan, slaat de parasiet toe. Natuurlijk is dit organisme bij regenachtige zomers in Nederland een serieuze risicofactor, maar ik beschouw de varroamijt nog altijd als de grootste boosdoener. Gelukkig is die ook goed te bestrijden.”

Blacquière rapporteerde in januari het ministerie van Landbouw dat de bijensterfte in Nederland de afgelopen zes jaar twee keer zo hoog was als voorheen, ruim 20 procent. „In West-Nederland was de sterfte zelfs 40 procent. Sinds de Tweede Wereldoorlog daalt het aantal bijen, maar vanaf 2001 gaat de sterfte opeens veel harder. Ook buiten Nederland. Daardoor loopt de bestuiving van gewassen gevaar. Het is echt vijf voor twaalf.”

De wetenschapper adviseerde de minister om met name in te zetten op betere voorlichting van imkers en meer onderzoek naar parasieten. Daarnaast zou een breed gedragen masterplan moeten worden gemaakt om zowel bestuivende insecten als hun leefomgeving te beschermen. De Wageningse bijenexpert bespeurt meer bijen in stedelijke gebieden dan op het agrarische platteland. „De bonte bermen rond akkers zijn weg. Vooral op de arme zandgronden is er na 10 juli weinig bloeiends meer te vinden. Voor de bijen is er dan een maand lang niets te halen, totdat de hei weer in bloei staat. ”

Door stuifmeelgebrek beginnen bijenlarven hun leven in een slechte conditie. Blacquière: „Een verminderde weerstand maakt hen vatbaarder voor ziekten.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels