Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Van de marge naar de macht

 ChristenUnieleider Rouvoet vertrekt van het Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag.

ChristenUnieleider Rouvoet vertrekt van het Landgoed Lauswolt in Beetsterzwaag.

De ChristenUnie moest meer worden dan de optelsom van RPF en GPV, stelden de oprichters zeven jaar geleden. Aantrekkingskracht heeft de partij zeker. Bij de laatste twee verkiezingen boekte zij ongekend succes. Nog even en haar ministers staan op het bordes. Hoe de ChristenUnie zich verplaatste van de marge naar de macht.
De rap van Rouvoet? „Tsja, jammer”, mopperde Jan Mulder, vaste gast in het televisieprogramma Barend en Van Dorp, soms goed voor meer dan 1 miljoen kijkers. „Ik had hem juist zo hoog zitten: goede degelijke debater, serieus. Die man moet geen rare dingen met raps doen.” In de allerlaatste uitzending van het praatprogramma was Rouvoet een van de hoofdgasten. Jan Mulder noemde hem als zijn favoriete politicus. Met of zonder rap.

Het zegt iets over de ChristenUnie. De partij mag er zijn, zowel getalsmatig als programmatisch. De Kamerfractie heeft niet meer alleen de naam van een antiabortusclubje of anti-euthanasiepartijtje, de agenda is inmiddels veel breder, zo taxeren commentatoren. Fractieleider Rouvoet maakt indruk tijdens Kamerdebatten over staatsrechtelijke aangelegenheden, begrotingen en sociaaleconomische thema’s. Tineke Huizinga, het vrouwelijke gezicht van de partij, ontpopte zich als een van de oppositieleiders tegen het „harde” asielbeleid van minister Verdonk. En Arie Slob, nummer twee van de lijst, kreeg waardering voor zijn optredens in media- en onderwijsdebatten.

Is de partij nu links of rechts? Links, zegt VVD-leider Rutte. D66-voorman Pechtold bestempeld de ChristenUnie als „orthodox” en „rechtzinnig.” Rouvoet zelf houdt het op christelijk-sociaal. Dat etiket maakt de partij interessant voor zowel de PvdA en het CDA. Fractieleider Bos van de PvdA is gecharmeerd van het sociale karakter, zo zei hij eens. Premier Balkenende weet zich vertrouwd met de christelijke achtergrond.

Begin volgende week presenteert de ChristenUnie samen met CDA en PvdA het regeerakkoord. Over een paar weken zullen twee ministers zich voor de gebruikelijke fotosessie melden op het bordes van Paleis Noordeinde. Zeven jaar geleden had niemand dat kunnen denken.

Abortus
De ChristenUnie ontstond in januari 2000 als fusiepartij tussen GPV en RPF. Het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV) was opgericht in 1948. Tot in de jaren negentig was het lidmaatschap van de partij exclusief voor gereformeerd vrijgemaakten. Het waren de navolgers van Klaas Schilder, de eigenzinnige theoloog en hoogleraar. De Reformatorische Politieke Federatie (RPF) stamde uit 1975. De partij werd opgericht uit zorg over de koers van CHU en ARP, en de naderende fusie tussen beide partijen en de Katholieke Volkspartij. De gezamenlijke kiesverenigingen van GPV en RPF presenteerden de nieuwe partij aan de pers met het zingen van ”Samen in de naam van Jezus”.

„In de jaren tachtig en negentig was regeringsdeelname van GPV en RPF ondenkbaar”, zegt prof. dr. G. Harinck, bijzonder hoogleraar geschiedenis in Kampen. „RPF en GPV waren beginselpartijen. Zij verdedigden waarden die in de jaren zestig onder kritiek kwamen te staan. Neem bijvoorbeeld de abortuswetgeving. Die stond voor RPF en GPV model voor de morele ontluistering van de samenleving. Die wet moest teruggedraaid worden, zo zeiden de woordvoerders van de partijen te pas en te onpas in de jaren tachtig en negentig. Elke gelegenheid namen ze te baat daartegen te waarschuwen.”

Door deze principiële stellingname kwamen de partijen echter wel meer en meer buiten de samenleving en de politieke werkelijkheid te staan, analyseert Harinck. „De totstandkoming van de ChristenUnie heeft daar fundamenteel verandering in gebracht. De partij is pragmatisch ingesteld, denkt intensief mee met de huidige vraagstukken in de samenleving en bekijkt of voorstellen wel of niet haalbaar zijn. Inhoudelijk zijn de standpunten niet gewijzigd. Nog steeds vindt de partij dat de abortuswet moet verdwijnen. Maar dat draagt men niet uit, zoals dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw gebeurde. De partij beseft dat terugdraaien van deze regelgeving op dit moment geen optie is. Was dat wel de inzet, dan was het overleg over de kabinetsformatie al lang afgelopen. De partij stelt zich nu tevreden met kleine stapjes in de goede richting.”

Het gaat niet om de wetgeving op zich, het gaat om de praktijk, zo herhalen de ChristenUnie-Kamerleden steeds sinds de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2006. Bij die verkiezingen behaalde de partij een ongekende winst: ze kwam in 85 colleges te zitten, waarvan in 41 gemeenten voor het eerst. Wat zetels en wethouders betreft werd de ChristenUnie de vierde partij van het land, groter dan GroenLinks, D66, SP en SGP. Meer dan ooit noemden politiek commentatoren en politici de partij als een serieuze coalitiepartner.

Meer pragmatisch
Rouvoet is misschien wel de verpersoonlijking van de transformatie van de partij, van principieel naar meer pragmatisch. Vier jaar geleden, tijdens het ND-lijsttrekkersdebat tussen de drie christelijke politieke leiders, zei de ChristenUnievoorman: „Als het CDA zegt: We draaien de abortuswet terug, dán ga ik goed nadenken over eventuele regeringsdeelname. Anders niet.” Een paar maanden geleden, toen het Nederlands Dagblad opnieuw een debat organiseerde, stelde hij zich anders op, ruimer: „Als de VVD op geen enkele manier wil praten over de beschermwaardigheid van het leven, zijn we daar snel weg. Maar ik noem geen breekpunten.”

Rouvoet, in 2004 uitgeroepen tot Politicus van het Jaar, is belangrijk voor de partij. Hij oogt als een dertiger, vlot en modern, is duidelijk iemand van de generatie Bos, Rutte en Halsema van GroenLinks. Belangrijk in een tijd van „Het persoonlijke is politiek.” Daags voor de verkiezingen liet hij zich, voor de clip van de Rouvoetrap, filmen in een windtunnel. Het haar in de wind, gekleed in een hip corduroyjasje, zonder stropdas, danste hij op de klanken van de rap: „Stem Rou! See you at the stembus!”

De ChristenUnie is met Rouvoet in staat geweest om zichzelf een nieuwe uitstraling te geven: niet oud en bedaagd maar eigentijds en fris, niet bekrompen gereformeerd of reformatorisch maar ongedwongen christelijk-sociaal - het imago dat de partij zichzelf zo graag toewenst.

Maar er is meer dan Rouvoet alleen. Ook Huizinga speelde de afgelopen vier jaar een belangrijke rol. In 2002 kwam zij met voorkeurstemmen in de Kamer. Zij werd het politieke gezicht van de 26.000 asielzoekers, niet iemand van GroenLinks of de SP. Met haar komst veranderde de mentaliteit in de fractie, zei Jacob Pot, ambtelijk secretaris bij de partij, recent: „Van terughoudend en voorzichtig naar gedecideerd en helder.”

Bovendien zorgde Huizinga voor een verbreding van de achterban. Zelf zei ze recent in een interview met de Volkskrant: „Ik vond dat we onze achterban moesten verbreden. Ik zag in die tijd een foto van de eerste vijf op de lijst tijdens een eerdere verkiezing: vijf mannen in zwarte pakken. Wacht eens even, dacht ik toen, waar zitten de mensen die zich thuis voelen bij de ChristenUnie? Wij moeten toch meer mensen aanspreken dan de vertrouwde, traditionele groep? Ik ben ook degene geweest die erop heeft gehamerd dat we bij stemmingen in de Kamer niet alleen moesten kijken naar de SGP maar ook naar het CDA.”

Oecumene
Vooral oecumenisch ingestelde christenen voelen zich thuis bij de ChristenUnie. Anders dan bij RPF en GPV spelen kerkelijke gebondenheid en binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften geen rol meer. Sinds kort krijgen ook rooms-katholieken een actieve rol binnen de partij toebedeeld. Deze week werd bekend dat twee rooms-katholieken op de lijst voor de Statenverkiezingen in Limburg staan.

Prof. dr. J. Kamphuis, kerkhistoricus en dogmaticus, besloot bij de oprichting van de ChristenUnie om geen lid te worden. Hij was altijd invloedrijk binnen de GPV; in 1962 hief hij de populaire lijsttrekker Piet Jongeling op het schild. „Bij de versmelting van RPF en GPV vervaagde de binding aan de gereformeerde belijdenis. In de evangelische kringen staat toch een meer subjectieve beleving centraal, en niet meer het heldere, normerende van de drie Formulieren en de Bijbel. De huidige openheid naar de rooms-katholieken is vergelijkbaar met de openheid naar evangelische mensen; als er maar een persoonlijke band met Jezus is. Dat relativeert toch heel sterk de binding aan de gereformeerde belijdenis.”

De veranderingen binnen de ChristenUnie staat niet op zichzelf. Ook de achterban schuift op, zegt ChristenUnielid Michiel Niemeijer, werkzaam op de documentatieafdeling op het Binnenhof en uitstekend op de hoogte van wat er speelt in partij en parlement. „De traditionele achterban van de CU is steeds intensiever deel gaan nemen aan het leven in de wereld. De moderne media spelen daarin een grote rol. Tegelijk is die achterban minder gaan hechten aan kerkelijk adres, kerknaam en kerkbesef. De oecumene van het hart. Als je maar kunt zeggen dat je in Jezus Christus al je heil vindt, dat je in Hem geborgen weet. Dat nieuwe denken uitte zich het eerst bij de Evangelische Omroep. Daar kunnen rooms-katholieken al heel lang terecht. En vervolgens zie je het in politiek en onderwijs. Bij de ChristenUnie vind je de politieke vertaling van de oecumene van het hart.”

Misschien is dat wel het verhaal en de kracht van de ChristenUnie. De partij voelt haarfijn aan wat hedendaagse christenen graag zien in een politieke partij: op een eigentijdse manier, zonder de last van kerkmuurtjes, gezamenlijk werken aan het Koninkrijk van God.

Prof. Kamphuis, die niet bekend wil staan als een 85-jarige, oude „mopperaar langs de zijlijn”, heeft veel waardering voor Rouvoet en Slob vanwege hun eigentijdsheid. „Ze durven de vragen van deze tijd te doordenken, en dat moet ook. Zoals de SGP niet moet blijven steken bij Kersten, zo moeten wij niet blijven hangen aan Groen van Prinsterer, Schilder en Jongeling. De Heere vraagt altijd: Hoe wil je Mij dienen in deze tijd? En dan kom je er niet met het repeteren van de antwoorden van vijftig jaar geleden.”

Vooral jongere evangelische christenen voelen zich aangetrokken tot de partij van Rouvoet, zo blijkt uit cijfers. Anders dan CDA en SGP wordt de ChristenUnie minder populair naarmate kiezers ouder zijn. Voor de jonge generatie leeft vooral de gouvernementele vraag: Hoe kan ik in het Nederland van nu effectief bezig zijn? Regeringsdeelname ziet zij als een uitgelezen mogelijkheid om idealen, zij het deels, te verwezenlijken.

Risico’s
Zijn er geen risico’s aan de snelle ontwikkeling van de ChristenUnie? Harinck: „Het gevaar ligt op de loer dat de ChristenUnie een mini-CDA wordt. Maar de partij staat principieel nog altijd heel wat steviger in de schoenen dan het CDA.” Kamphuis: „Ik denk dat de partij nog wel haar eigenheid kan behouden. Het kan een zegen zijn voor het land.” Niemeijer: „De snelle veranderingen kunnen wel eens eng lijken. Waar gaan we als partij naartoe? Maar je moet het vertrouwen hebben dat de Herder met je meegaat.”

voetnoot (u17(Met medewerking van Addy de Jong en Gerard Vroegindeweij


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels