Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Van 11 naar 2226 km per uur

 Op 26 november maakte British Airways de laatste vlucht met een Concorde. Het was het snelste westerse vliegtuig uit de burgerluchtvaart met een kruissnelheid van 2172 kilometer per uur. Op de foto een Concorde tijdens het landen. - Foto Henk Heiden

Op 26 november maakte British Airways de laatste vlucht met een Concorde. Het was het snelste westerse vliegtuig uit de burgerluchtvaart met een kruissnelheid van 2172 kilometer per uur. Op de foto een Concorde tijdens het landen. - Foto Henk Heiden

Tijdens de eerste gemotoriseerde vlucht in 1903 legde Orville Wright met de Wright Flyer in twaalf seconden een afstand van 37 meter af. Omgerekend een snelheid van 11,1 km/uur. In de burgerluchtvaart liep de kruissnelheid uiteindelijk op tot 2226 km/uur, ongeveer 200 keer zo snel als die eerste schuchtere poging. Die supersonische snelheid, ruim twee keer die van het geluid, staat op naam van de Toepolev TU-144. Hiermee was dit Russische toestel rond 1977 het snelste civiele vliegtuig in de historie. Maximaal haalde de TU-144 zelfs 2552 km/uur.

De westerse tegenhanger, de roemruchte Concorde, had een kruis- en een maximumsnelheid van respectievelijk 2172 en 2389 km/uur. Dit vliegtuig van Brits-Franse makelij maakte op 2 maart 1969 de eerste vlucht en kwam in 1976 op de luchtlijnen. Air France en British Airways stelden deze supersonische vogel recent buiten gebruik. Op 26 november 2003 maakte de Concorde haar allerlaatste vlucht. De TU-144, die in het Westen de bijnaam Concordski kreeg, vloog met passagiers slechts commercieel gedurende zeven maanden in 1977/1978.

In de luchtvaart loopt het behalen van steeds grotere snelheden als een rode draad door de geschiedenis. Met de uitfasering van de Concorde is die draad in 2003 echter gebroken, want er stond geen minstens even snelle opvolger klaar. En dat is in honderd jaar niet eerder gebeurd. Snelheid heeft in de luchtvaart ook zijn prijs en die is nu voor een nieuw supersonisch verkeersvliegtuig veel te hoog. Ook op militair terrein blijkt het najagen van steeds hogere snelheden een gepasseerd station. Daar bleef de maximumsnelheid voor gewone vliegtuigen op 3523 km/uur steken. Er zijn nog (veel) hogere snelheden behaald, maar dat betrof vluchten met raketvliegtuigen. Die werden door een draagvliegtuig naar grote hoogte gebracht en daar gelanceerd, waarna ze op eigen kracht relatief korte tijd supersnel vlogen. De hoogst bekende snelheid van zo’n raketvliegtuig staat op naam van de North American X-15. Op 3 oktober 1967 behaalde William Knight daarmee 7297 km/uur.

Register
Vanaf 1906, toen de gemotoriseerde luchtvaart vooral in Europa op gang kwam, werden nieuwe vliegrecords in een officieel register van de Fédération Aéronautique Internationale (FAI) bijgeschreven. Paul Tissandier uit Frankrijk staat te boek als de eerste houder van het wereldsnelheidsrecord. Op 20 mei 1909 behaalde hij met een Wright-tweedekker een snelheid van 55 km/uur. De Braziliaan Alberto Santos-Dumont kwam in 1906 met zijn Santos-Dumont 14bis tot 41 km, maar dat record werd door de FAI niet erkend omdat niet aan alle regels was voldaan. Tot 1913 ging de snelheid met kleine stappen omhoog.

Nadat Glenn Curtiss (VS) in 1909 74 km/uur klokte, werden de volgende twintig records allen door Fransen behaald. Léon Morane maakte met een Blériot-toestel in 1910 geschiedenis door als eerste een snelheid boven 100 km neer te zetten. Drie jaar later zette Maurice Prévost met een toestel van Deperdussin 204 km op de teller. Dat was voor die tijd al een forse snelheid voor de vaak nog fragiele toestellen die van hout en linnen waren gemaakt.

Het duurde negen jaar en tien recordboekingen van in totaal vier Fransen voordat de Verenigde Staten weer van zich lieten spreken. Brigadegeneraal Mitchell nam in 1922 het snelheidsrecord van Frankrijk over in een Curtiss-vliegtuig (359 km/uur). Naast deze twee landen schreven tot 1958 alleen Engeland, Italië en Duitsland records in de boeken. Italië kwam in 1928 voor het eerst op de lijst met Mario de Bernardi die in een Macchi M-52 watervliegtuig op 513 km kwam. George Stainforth uit Engeland zette met 655 km/uur dat land in 1931 op de kaart met een Supermarine S-6B, eveneens een watervliegtuig.

Straalmotoren
Hans Dieterle uit Duitsland zette in 1939 de Heinkel He-110V met 746 km/uur in de annalen. De Tweede Wereldoorlog bracht letterlijk snelle ontwikkelingen in de luchtvaart teweeg. Mede door de uitvinding van de straalmotor, door de Engelsman Frank Whittle, nam de vliegsnelheid fors toe, zowel van militaire als van civiele vliegtuigen. In juni 1947 kwam de Amerikaan Albert Boyd boven de 1000 km met een militaire Lockheed Shooting Star. Vier maanden later vloog Charles Yeager met de Bell X-1 als eerste sneller dan het geluid. Op een hoogte van 13.800 meter haalde hij 1162 km/uur. Voor de FAI telde die prestatie echter niet, want de Bell X-1 was met een draagvliegtuig de lucht ingegaan.

Militaire vliegtuigen die mijlpalen markeerden, waren de Amerikaanse Lockheed Starfighter waarmee ook de Nederlandse luchtmacht vloog (1958, 2259 km/uur), een afgeleide versie van de Russische MiG-21 (1959, 2387 km/uur) en als absolute topper de Lockheed SR-71A Blackbird (1976, 3523 km/uur). In de subsonische burgerluchtvaart ging de snelheid tussen 1914, toen met een Benoist-vliegboot de eerste lijndienst werd geopend, en 1969 bij de introductie van de Boeing 747 Jumbo, van 150 naar circa 1000 km/uur.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels