Eventjes maar, hoogstens drie, vier weken per jaar, ketsen die af op dat ”nu-niets-aan-mijn-hoofdgevoel”. O wee als dat niet aan het strand of op de hei wordt beleefd, maar midden in een andere samenleving. In een fraai Hollands kerkje bijvoorbeeld, waar ’toevallig’ een dienst aan de gang is. En gemeenteleden bekeken en beluisterd worden als een groep waarvan de houdbaarheidsdatum ruim is overschreden.
Of in een land als Indonesië, waar religie vanwege sluimerende tegenstellingen wel degelijk nog een zaak van dodelijke ernst is. En een boeddhistisch monument als de Borobudur allesbehalve een tandeloos restant uit het verleden. Gelukkig maar dat toeristen, ondanks dat frivole harnas, kwetsbare mensen blijven. Waardoor het zomaar kan gebeuren dat die vakantiewolk waarin ze lopen, oplost. Dankzij een woord dat landt, inzicht dat verschrikt of muziek die ontroert.