Algemeen

Vaccinatie tegen kanker

Vaccinatie tegen kanker -  Opname van drie dendritische cellen die een kankercel (vaag op de achtergrond zichtbaar) identificeren.
 1 van 2  

Opname van drie dendritische cellen die een kankercel (vaag op de achtergrond zichtbaar) identificeren.

Haal afweercellen uit het bloed, richt ze af op tumorcellen en geef ze weer terug aan de kankerpatiënt. De opgepepte afweercellen zoeken vervolgens de tumor op en vallen deze aan. Met deze behandeling zijn inmiddels opmerkelijke successen geboekt.

„We noemen het immunotherapie”, zegt prof. dr. T. J. M. de Witte, internist-hematoloog bij het Universitair Medisch Centrum Nijmegen St. Radboud (UMCN). De behandeling lijkt op vaccinatie. Een verschil is dat vaccinatie plaatsheeft om ziekten te voorkómen. „Wat wij doen, is het behandelen van een bestaande aandoening, in dit geval kanker.”

De Witte is bestuursvoorzitter van de Nijmeegse stichting Tumor Immunologie Laboratorium (TIL). De stichting heeft diverse bestuursleden, onder wie oncoloog prof. dr. C. Figdor, hoofd van de afdeling tumorimmunologie in het UMCN en nauw betrokken bij de verdere ontwikkeling van de immunotherapie.

Bij deze vorm van kankerbehandeling spelen zogeheten dendritische cellen een centrale rol. Deze cellen -ze bevinden zich voornamelijk in de weefsels- fungeren als verkenners van het afweersysteem en zijn voorzien van een groot aantal vertakkingen (dendron is het Griekse woord voor boom). Ze beschikken daardoor over een uitgebreid celoppervlak dat ze gemakkelijk in contact brengt met lichaamsvreemde indringers. Ze slaan alarm als ze bacteriën, virussen of kankercellen waarnemen.

De dendritische cellen analyseren de eiwitten op de celmembraan (het omhulsel van de cel), nemen die eiwitten op, breken ze af en vervoeren ze vanuit de weefsels in hapklare brokken naar andere afweercellen, de zogeheten T-lymfocyten. Die bevinden zich in grote hoeveelheden in de lymfeklieren. De lymfocyten kennen dan de oppervlakte-eiwitten en gaan vervolgens op zoek naar de desbetreffende bacteriën, virussen of -bij kankerpatiënten- tumorcellen om die te vernietigen. Tenminste, als het afweersysteem goed functioneert. En dat is bij kankerpatiënten niet meer het geval.

De Witte: „Kankercellen ontstaan regelmatig ook bij gezonde mensen. Bij hen worden ze opgeruimd door het immuunsysteem, maar bij kankerpatiënten is dat misgegaan. Hun dendritische cellen functioneren minder goed.”

Het Nijmeegse onderzoeksteam probeert daar wat aan te doen door middel van heropvoeding van het immuunsysteem. De artsen van het behandelteam halen daarvoor bepaalde witte bloedcellen uit het bloed van patiënten, zogeheten monocyten. Het zijn de voorlopers van de dendritische cellen die vooral in de weefsels voorkomen.

De monocyten worden in het laboratorium met bepaalde groeifactoren opgekweekt tot dendritische cellen. Tegelijk brengen de onderzoekers de cellen in contact met synthetisch nagemaakte eiwitten uit de kankercellen. De dendritische cellen worden op die manier met hun neus op de feiten gedrukt. Vervolgens worden ze, meestal net onder de huid, weer ingespoten bij de patiënten.

De opgepepte dendritische cellen presenteren zich vervolgens aan de T-lymfocyten, die dan de oppervlakte-eiwitten van de tumorcellen kennen en de aanval kunnen inzetten.

Melanoom

De Witte: „Bij patiënten met uitgezaaid melanoom, een gevaarlijke vorm van huidkanker, hebben we duidelijk aangetoond dat de methode werkt. Na het teruggeven van de dendritische cellen aan de patiënt ontstaat er een kolonie van T-lymfocyten gericht tegen de kankercellen. Ze zoeken het melanoom op. We hebben grote concentraties T-lymfocyten aangetroffen die de tumor aanvallen.”

Bij de kankerpatiënten die momenteel meedoen aan het Nijmeegse onderzoek is de gangbare behandeling niet aangeslagen. Zij staan nog midden in het leven, maar ze hebben wel een dodelijke aandoening onder de leden.

Arienne Paasse, een historica van 37, is een van de ongeveer 75 patiënten die inmiddels door De Witte en zijn team zijn behandeld. Toen ze 27 was ontdekte ze op een van haar benen huidkanker. Het bleek te gaan om een melanoom, een agressieve vorm van huidkanker. De tumor werd verwijderd, maar twee jaar later zat er een uitzaaiing in de linkerlies. Veel lymfeklieren werden verwijderd. Helaas, twee jaar later dook er weer een melanoom op, nu in het andere been. Verder bleken er uitzaaiingen te zitten in de darmen en de rechterlies. Die lymfeklieren werden ook verwijderd. Vervolgens koos Paasse voor de dendritische celtherapie in Nijmegen.

„De behandeling sloeg goed aan”, aldus Paasse enkele weken geleden in het damesblad Flair. Inmiddels is ze ruim vier jaar verder en moeder van een zes maanden oude baby. „Ze reageerde heel goed op de therapie”, aldus De Witte.

Dat is echter niet altijd het geval. Tumorcellen kunnen zich als het ware onzichtbaar maken voor T-lymfocyten en zo vernietiging voorkomen. De Witte: „Dat is de onzekerheid waar we mee te maken hebben. Een patiënt kan aanvankelijk goed reageren op de behandeling. Na verloop van tijd kunnen tumorcellen echter een gedaanteverwisseling ondergaan, waardoor de afweercellen ze niet meer herkennen. Het is ook niet waarschijnlijk dat deze behandeling bij alle typen tumoren zal werken.”

Het onderzoeksteam richt zich daarom vooralsnog op bepaalde tumoren, zoals melanomen, niercelcarcinoom en de ziekte van Kahler (multiple myeloom). De successen waren wisselend. De Witte formuleert voorzichtig: „Bij zo’n 10 van de 75 patiënten zagen we een goede reactie op de behandeling. Bij de helft van deze patiënten hield de reactie langer dan een jaar aan. De behandeling geeft nauwelijks bijwerkingen, alleen wat tijdelijke roodheid en zwelling rond de injectieplaats in de huid, net als bij een gewone vaccinatie.”

De dendritische celtherapie is op dit moment nog een experimentele behandeling en de extra kosten moeten dus worden gefinancierd uit onderzoeksfondsen. Per drie behandelingen gaat het om een bedrag van zo’n 15.000 euro. De onderzoeksgroep van De Witte en zijn collega’s is tamelijk succesvol met de fondsenwerving. Nijmeegse ondernemers zien perspectief in de behandeling en hebben het Nijmeegs Offensief Tegen Kanker (NOTK) opgericht. Afgelopen vrijdag presenteerde het platform zich. Het NOTK zal in 2005 via een aantal acties in het kader van ”Nijmegen 2000 jaar stad” extra fondsen werven voor het TIL en de Nijmeegse universiteit.

De Nijmeegse onderzoeksgroep heeft nog geen dubbelblind onderzoek uitgevoerd met twee groepen patiënten waarbij de ene groep wel en de andere niet behandeld wordt. „We zitten nu in de tweede onderzoeksfase en kijken daarbij welke patiënten op de behandeling reageren. Binnen drie tot vijf jaar verwachten we te starten met dubbelblind onderzoek.”

Andere centra

Nijmegen is niet de enige speler op het terrein van de dendritische celtherapie. Zo zijn er contacten tussen de Nijmeegse onderzoeksgroep en collega’s van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Het gaat veelal echter om kleinschalige initiatieven. Geldgebrek vormt een rem. Zo brak het VUmc een veelbelovende studie naar vaccinatie van kankerpatiënten met hun eigen gedode darmkankercellen in 2002 om deze reden af.

In het Medisch Centrum Keulen, een privé-kliniek, is inmiddels redelijk wat ervaring opgedaan met dendritische celtherapie. Ruim 500 kankerpatiënten zijn er de afgelopen jaren behandeld onder leiding van de Nederlandse antroposofisch arts Robert Gorter. Hij studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en kreeg zelf zaadbalkanker, maar genas met behulp van een maretakbehandeling en koortstherapie, ondanks dat er sprake was van uitzaaiingen in buik en longen, zo meldt hij op de website van zijn instituut (www.koelner-modell.de) waarop veel informatie is te vinden over de dendritische celtherapie.

Gorter combineert de behandeling soms met opwarming van tumorcellen (hyperthermie), een dieet of andere behandelingen om de effectiviteit te verhogen. Ook schrijft hij vitaminen en mineralen voor.

Een behandeling is niet goedkoop. Een kuur van zes onderhuidse injecties -in Keulen de gebruikelijke aanpak- komt op ruim 18.000 euro (3060 euro per injectie). De kosten liggen zo hoog omdat het volgens Gorter gaat om een zeer arbeidsintensieve behandeling. Het verschilt per verzekeraar of (een deel van) de behandeling vergoed wordt.

Eveneens in Duitsland, net over de Nederlandse grens, werkt internist-hematoloog prof. dr. J. Atzpodien in de Fachklinik Hornheide in Münster. In deze privé-kliniek worden diverse behandelingen toegepast, waaronder de dendritische celtherapie.

Verderop in Duitsland, in Göttingen, is prof. dr. A. Kugler, als uroloog verbonden aan de universiteit van Göttingen, actief op dit terrein. In maart 2000 meldde hij in het blad Nature Medicine zijn eerste successen bij zeventien patiënten met nierkanker in de laatste fase. Na 21 maanden bleken vier van de zeventien patiënten volledig hersteld. Bij twee andere patiënten nam het aantal tumorcellen met meer dan de helft af.

Een halfjaar daarna maakten de universiteiten van Mannheim, Heidelberg en het Zwitserse Zürich een vergelijkbaar resultaat bekend bij zestien patiënten met huidkanker in de laatste fase. Twee patiënten genazen volledig en bij twee anderen nam het aantal kankercellen met meer dan de helft af. Bij anderen had het weinig effect.

Dendritische celtherapie lijkt perspectieven te bieden, al is nog veel onderzoek nodig. De Witte: „Ik denk dat immunotherapie op den duur een aanvullend onderdeel zal worden van de standaardbehandeling van kankerpatiënten.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels