Als de aardbeving zich tegen zessen ’s avonds voordoet, staan de auto’s rijen dik voor de verkeerslichten te wachten; metro’s zitten tot de nok toe vol. Als de passagiers het eerstvolgende station nog halen en vanaf een niveau van twee, drie verdiepingen diep via inmiddels stilstaande roltrappen het aardoppervlak weten te bereiken, is het zeer de vraag wat ze daar aantreffen.
De gemeente Tokio verwacht dat er dan een meer of minder beheerste chaos heerst: het zou volslagen donker kunnen zijn omdat de elektriciteit grotendeels uitgevallen is. Alleen uitslaande vlammen verlichten dan hier en daar de hemelkoepel boven Tokio. Schrijft de Japanse etiquette normaal voor dat je niet zomaar op straat mobiel loopt te bellen, telefoneren zou dan wel eens totaal onmogelijk kunnen zijn, eenvoudig omdat iedereen een ander wil bereiken. „Het mobieltje kan dan misschien nog dienen als zaklampje in de donkere metrogangen, maar bellen is uitgesloten”, zegt Motoaki Kobayashi, hoofd rampenpreventie bij de gemeente Tokio.
Veel aardbevingsexperts denken dat het daar zeker niet bij blijft. Om maar wat te noemen: veel houten huizen zijn voor 1980 gebouwd. Doordat ze geconstrueerd zijn volgens oude bouwvoorschriften, zullen ze een zware beving waarschijnlijk niet doorstaan. Dat zal meer branden tot gevolg hebben dan de gemeente nu verwacht, denken de deskundigen. Ze dringen daarom aan op versterking van de huizen, op korte termijn.
„Er zijn gevaarlijke wijken”, erkent Kobayashi. „Het stadsdeel Akihabara is daar ook een voorbeeld van.” Duizenden elektronicazaakjes zitten opeengepakt in een groot gebouwencomplex. Nauwe gangetjes, waarin een westerling nauwelijks rechtop kan lopen, vormen de enige toegang.
Aardbevingsdeskundigen maken zich ook zorgen over de nauwelijks te becijferen economische schade. Volgens hen is maar één ding zeker: als de grote klap in Tokio valt, zal die niet alleen de stad en niet enkel het land, maar de hele wereld treffen. Veel hoofdkantoren van multinationals zullen mogelijk dagenlang geen enkel teken van economisch leven geven, omdat zij digitale informatie vaak alleen binnen Tokio hebben opgeslagen.
Handboek
Een grote Duitse verzekeraar berekende dat geen stad ter wereld zo veel risico loopt om getroffen te worden door een zware ramp als Tokio. De Japan Machinery Federation zegt dat de herbouw van de hoofdstad na een verwoestende aardbeving niet minder dan 80 triljoen yen -bijna 600 miljard euro- kost. Dat is gelijk aan acht keer de schade van de Kobe-beving in 1995 en evenveel als het jaarlijkse budget van de Japanse regering.
Reden genoeg voor het stadsbestuur van Tokio om haast te maken met de bescherming van de miljoenenstad tegen natuurrampen. Het stadskantoor, met een hoogte van 296 meter de op vier na hoogste wolkenkrabber in Japan, is in ieder geval sterk genoeg, meent Kobayashi. „Dit gebouw is bestand tegen een aardbeving met de kracht van die van 1923 in Tokio, waarbij 140.000 mensen het leven lieten.”
Dat is wel nodig ook, want tijdens en na de beving moet het stadsbestuur van Tokio op de hoogte blijven van de toestand in de stad en de hulpdiensten coördineren. „De 140 telefoons, de hotlines, zullen na een aardbeving roodgloeiend staan”, zegt Kobayashi, die dag en nacht een pieper op zak heeft. Van het uitvallen van het elektriciteitsnetwerk zal het rampenteam geen last hebben. „Een generator kan zonder brandstoftoevoer het stadskantoor drie dagen van elektriciteit voorzien.”
Bij een zware aardbeving moeten de 200 stafleden binnen dertig minuten ter plaatse zijn. Ze wonen daarom allemaal binnen een straal van tien minuten loopafstand. Behalve de bemanning van de hotlines verzorgen zij het contact met de besturen van omliggende steden. Ook informeren ze de bevolking via internet over de ramp.
De gemeente Tokio heeft volgens Kobayashi alleen algemene richtlijnen opgesteld voor het geval er een ramp gebeurt. „We hebben voor aardbevingen twee groene handboeken en voor brand een blauw handboek.” Tokio, een stad met 13 miljoen inwoners en zo groot als de provincie Utrecht, is opgedeeld in 23 deelgemeenten die allemaal een behoorlijke mate van zelfstandigheid hebben en de details zelf invullen.
Bij een aardbeving die heel Tokio treft, neemt het overkoepelende bestuur van Tokio beslissingen. „Indien nodig roepen wij de hulp in van de landmacht. Die heeft het vermogen en het materieel om bij dergelijke grote rampen te helpen”, zegt Kobayashi. Hoeveel manschappen bij een grote ramp precies nodig zijn, is volgens hem moeilijk te zeggen. „Het gaat in ieder geval om duizenden mensen.”
Erfenis
Aan alles lijkt gedacht in de ruimte met de hotlines: de bureaus zitten vast aan de vloer en de stoelen zijn extra zwaar uitgevoerd. De wolkenkrabber staat stevig -hij schudt bij een beving alleen even heen en weer, aldus Kobayashi- maar rondvliegend meubilair kan ook levensbedreigend zijn. „We kennen een voorbeeld van een meisje dat tijdens de Kobe-aardbeving hierdoor is gedood. De vibratie tijdens die beving was heel sterk. Het huis bleef overeind staan, maar een meubelstuk kwam in haar maagstreek.”
De mensen moeten zich hiervan volgens Kobayashi meer bewust worden. „Je kunt gebouwen wel aardbevingsbestendig maken, maar daarmee ben je er nog niet.” Het probleem is volgens hem dat het meubilair bij Japanners een zeer belangrijke plaats inneemt. „Vastmaken aan de muur kan erg pijnlijk zijn.”
Alle middelbare en hogescholen krijgen daarom sinds de aardbeving in Kobe een vak dat ingaat op de achtergronden van aardbevingen en schadepreventie. „Dit wordt een paar weken in het jaar gegeven en alle leerlingen moeten er aan deelnemen”, zegt Kobayashi.
Ook een rampenoefening maakt jaarlijks deel uit van het lesprogramma op alle scholen in Tokio. „Het eerste wat ieder schoolkind wordt bijgebracht, is dat het bij een aardbeving onder de tafel moet kruipen. Na een beving moet hij onder leiding van de leraar of lerares een veilig heenkomen zoeken.”
Op grotere schaal doet de gemeente Tokio hetzelfde. Een paar voorbeelden: twee keer per maand oefent zij met het radiocommunicatiesysteem, elke maand met de mobiele stations die plaatselijke informatie naar het hoofdkwartier doorseinen en twee keer per jaar proberen de 200 stafleden van de gemeente Tokio binnen dertig minuten in het stadskantoor te komen.
Vanuit de centrale controleruimte, een ruime vergaderzaal met drie videoschermen van ongeveer 2 bij 4 meter elk, probeert het stadsbestuur van Tokio dit alles in goede banen te leiden. „Grafieken op de beeldschermen geven informatie over de voedsel- en drinkwatervoorraden in de stad, maar via de schermen kunnen we ook vergaderen met andere rampenteams in de stad”, legt Kobayashi uit.
Met een druk op de knop laat Kobayashi beelden uit de miljoenenstad op het scherm verschijnen. „Die komen van de mobiele stations en camera’s die overal in de stad zijn opgesteld, ook in elke metro. We willen graag de stemming overal kunnen peilen en contact houden met de hulpverlening. Dit is nog een erfenis uit een ver verleden; toen gingen de mensen de daken op om wat te kunnen zien, nu kunnen we alles vanuit een vergaderfauteuil volgen.”