John Russell wordt op 12 december 1795 geboren in Dartmouth, Zuid-Devon. Zijn familie is dol op de vossenjacht en die liefhebberij neemt John over. Op zesjarige leeftijd houdt hij op zijn kostschool in het geheim een aantal honden. Hij krijgt hierbij hulp van een medeleerling. Tot vreugde van de lokale boeren jaagt hij ermee op vossen.
Schooldirecteur Richards reageert minder enthousiast als hij de misdaad ontdekt. Hij straft de medeleerling door hem van school te sturen en Russell krijgt een flinke afranseling. Veel effect heeft dit niet: in Oxford wordt hij -dan student- opnieuw bijna van school gestuurd voor het houden van honden.
Blaffen
Vossenjacht is begin achttiende eeuw heel gewoon in Engeland. De traditie, waarbij honden luidkeels blaffend een vossenspoor volgen, is dan al eeuwenoud. Hiervoor worden honden gebruikt die mee kunnen lopen in de meute, de vossen aanblaffen en uit hun holen jagen zonder ze te doden. Regelmatig komt het echter voor dat een vos zich in zijn hol verstopt, zodat de honden hem niet te pakken krijgen.
Maar dan verschijnt de foxterriër op het toneel. Het woord terriër stamt van het Latijnse woord terra, dat aarde betekent. Deze hond kan namelijk tot meters onder de grond het vossenhol in, waar hij net zo lang tegen de vos blijft blaffen tot deze zijn hol verlaat.
Ondanks het feit dat de foxterriërs goede jachthonden zijn, genieten ze geen groot aanzien. Ze krijgen slechts de restjes voedsel die andere honden overlaten of moeten zelf hun eten zoeken. Maar juist daardoor ontwikkelt het ras durf, doorzettingsvermogen, scherpte en passie voor de jacht.
Moedig
Wat John Russell doet, is het ras doorfokken tot een hondensoort ontstaat die qua formaat geschikt is voor het kruipen in vossenholen en qua karaktereigenschappen niet onderdoet voor de moedigste jager. De honden van de dominee komen hoofdzakelijk in jagershanden terecht en door hun uitmuntende capaciteiten wordt de naam John Russell al snel een begrip in die wereld.
Eind 1800 worden de terriërs ook buiten de jacht populair en dat leidt al snel tot veranderingen in het uiterlijk van de hond. John Russell en vele andere fokkers zijn hier sterk tegen gekant en blijven het ras op eigen wijze fokken en selecteren.
Als de Anglicaanse bisschop onder wie Russels gemeente valt op een gegeven moment oordeelt dat Russells interesse voor zijn honden te groot wordt, laat de predikant zijn meute overschrijven op naam van zijn vrouw, die de hobby met hem deelt. Op 88-jarige leeftijd sterft de dominee. De honden die voortkomen uit zijn terriërs blijft men Jack Russells noemen.
Op 2 juli 1990 krijgt de Jack Russellterriër een voorlopige erkenning van de FCI (Fédération Cynologique Internationale, een internationale hondenkennelvereniging). Vandaag de dag zijn de honden erg populair als huisdier.
De herinnering aan dominee John Russell wordt nog steeds in ere levend gehouden in het plaatsje Swimbrigde, dicht bij Barnstaple in Devon, waar hij sinds 1832 predikant was. Zijn lichaam ligt begraven op het kerkhof van de St. James Church in Swimbridge. Het dorp heeft een pub die de Jack Russell Inn heet en het uithangbord is een reproductie van een schilderij van zijn hondje Trump. Het origineel hangt in Sandringham.
Naam: John Russell
Geboortedatum: 12 december 1795
Sterfdatum: 28 april 1883
Nationaliteit: Brits
Religie: Anglicaans
Vernoeming: Jack Russellterriër