Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Teer onderwerp voor kwetsbare groep

 Seksualiteit is een moeilijk en gevoelig thema, ook en juist voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarom brengen de ouderorganisaties Helpende Handen en Op weg met de ander een methode voor seksuele opvoeding uit. De personen op de foto hebben geen relatie met het onderwerp. Foto RD, Anton Dommerholt

Seksualiteit is een moeilijk en gevoelig thema, ook en juist voor mensen met een verstandelijke beperking. Daarom brengen de ouderorganisaties Helpende Handen en Op weg met de ander een methode voor seksuele opvoeding uit. De personen op de foto hebben geen relatie met het onderwerp. Foto RD, Anton Dommerholt

Zestig procent van de mensen met een verstandelijke handicap wordt ooit seksueel misbruikt. Als het aan de orthodox-christelijke ouder­verenigingen Helpende Handen en Op weg met de ander ligt, gaat dat percentage drastisch omlaag. Zaterdag presenteren zij tijdens een congres de methode ”Verliefd en zo...”.
De vraag om Bijbels verantwoord voorlichtingsmateriaal voor kinderen met een verstandelijke handicap dateert niet van vandaag of gisteren. Zo drongen ouders in 2005 nadrukkelijk aan op informatie tijdens gezamenlijke bijeenkomsten van Helpende Handen, de vereniging voor gehandicaptenzorg van de Gereformeerde Gemeenten, en haar hervormd-gereformeerde evenknie Op weg met de ander.

Niet alleen ouders, ook reformatorische zorginstellingen voor verstandelijk gehandicapten worstelen met de seksuele opvoeding van hun bewoners, constateert Kees Eijkelboom, beleidsmedewerker van Helpende Handen en projectleider van ”Verliefd en zo...”.

Verder stellen ouders regelmatig praktische vragen over de seksuele ontwikkeling van hun gehandicapte kind. Zij richten die aan de afdeling Persoonlijke Dienstverlening van Helpende Handen, zegt René Hubregtse, directeur van de in Woerden gevestigde organisatie. „Het gaat dan om vragen als: Onze dochter van 20 heeft verkering met een jongen uit de sociale werkplaats. Hoe sturen we dit?”

Verliefdheid

Hubregtse vindt deze vragen belangrijk, maar wil allereerst de ouders materiaal geven voor de periode die eraan voorafgaat. Dan spelen vragen als: wat is verliefdheid; wat gebeurt er met een jongens- en meisjeslichaam tijdens de puberteit; hoe zien geslachtsdelen eruit; wat is seksuele gemeenschap en dergelijke.

Een projectgroep van Helpende Handen en Op weg met de ander ging aan de slag om een Bijbelse methode voor seksuele voorlichting aan verstandelijk gehandicapten samen te stellen. Het resultaat wordt morgen gepresenteerd op het symposium ”Tussen verlangens en beperkingen”.

De methode omvat drie boekjes: een prenten- en een verwerkingsboek van schrijfster Hijltje Vink (zie kader) en een handboek voor ouders en beroepsopvoeders van kinderen met een verstandelijke handicap. Aan dit boek werkten een psychologe, een pedagoge, een orthopedagoge en een moeder van een volwassen dochter met het syndroom van Down mee.

De boeken vormen een eenvoudige methode voor seksuele voorlichting, met onder andere plaatjes van geslachtsdelen. Daarnaast biedt het handboek een Bijbelse doordenking van het thema seksualiteit, „een teer onderwerp”, aldus Hubregtse.

Uitgangspunt van de projectgroep is dat „geslachtsgemeenschap binnen het huwelijk thuishoort.” Daarnaast biedt de methode veel praktische informatie. Sterke nadruk ligt op de noodzaak dat ook kinderen met een verstandelijke handicap leren grenzen te stellen aan anderen, bijvoorbeeld door niet toe te staan dat ze worden betast.

Voorbehoedsmiddelen

De auteurs spreken zich over een aantal heikele onderwerpen uit. In hun hoofdstuk over voorbehoedsmiddelen tonen orthopedagoge Corina Zwemer en Mieke de Rooij, moeder van een gehandicapte dochter, zich in bepaalde gevallen voorstander van de (prik)pil of sterilisatie voor meisjes, zeker als die erg aanhankelijk zijn tegenover mannen. Doel hiervan is een mogelijke zwangerschap na seksueel misbruik te voorkomen.

Eijkelboom: „Onderzoek heeft aangetoond dat maar liefst 60 procent van de verstandelijk gehandicapten op enig moment in hun leven te maken krijgt met seksueel misbruik, hetzij in het gezin, op school of op het werk.

Dit leidt tot grote psychische schade. Wat zwemleraar Benno L. in Den Bosch heeft aangericht bij mogelijk 98 meisjes, is daarvan een voorbeeld. De pil of sterilisatie voorkomt dat een verstandelijk gehandicapt meisje of vrouw een kind krijgt dat ze niet of onvoldoende kan verzorgen en opvoeden.”

Voor jongens spreekt de methode zich uit tegen condoomverstrekking, omdat die de drempel voor het daadwerkelijk volgen van de seksuele driften verlaagt. Wel worden lustremmende medicijnen voor sommige jongens als oplossing gezien. Over zelfbevrediging (masturbatie) is de methode duidelijk: „Masturberen is niet fout!”

Hubregtse: „Als argument tegen zelfbevrediging wordt vaak een beroep gedaan op de Bijbelse passage over Onan, maar daar wordt niet de masturbatie gestraft. Wat voorbehoedsmiddelen betreft, constateer ik dat de gereformeerde gezindte anticonceptiva om medische redenen, zoals de bestrijding van migraine of van een onregelmatige cyclus, heeft geaccepteerd.”

Eijkelboom: „We zetten ons in voor de verstandelijk gehandicapten en hun problematiek. Daarbij treden we niet buiten de Bijbelse kaders. We hebben geprobeerd een evenwicht aan te brengen in de spanning tussen welwillende bureaugeleerdheid en de schoolpleinrealiteit. Die laatste zorgt ervoor dat ouders behoefte hebben aan concrete handvatten, waarbij er geen standaardoplossing is.”

Hoe is seksueel misbruik te voor­komen?

Eijkelboom: „Kleding is het beste voorbehoedsmiddel. Meisjes met een verstandelijke handicap hebben soms de neiging om met de benen uit elkaar te zitten. Zij beseffen vaak niet dat dit lustgevoelens bij jongens en mannen kan oproepen. Als zo’n meisje hier niet op kan worden aangesproken omdat ze het niet snapt, adviseren wij een legging of een lange broek. Wij realiseren ons dat dit tegen de lijn van bepaalde kerkelijk kaders ingaat, maar we willen alles doen om seksueel misbruik van deze kwetsbare groep te voorkomen.”

Thuissituatie

De voorlichtingsmethode gaat uit van de thuissituatie. Ouders zijn de eerstaangewezen personen voor de seksuele opvoeding, stel Eijkelboom. „Die begint al op de commode.” Hubregtse geeft voorbeelden. „Mag het kind wel of niet in zijn onderbroek naar de bad­kamer lopen? Kan een zestienjarige dochter nog bij haar vader op schoot? Kinderen kunnen seksueel getint gedrag ook oproepen.”

Sommige ouders van verstandelijk gehandicapten zullen zeggen: Zo’n methode kan sluimerende seksuele gevoelens bij mijn kind wakker maken.

Hubregtse: „Het is de vraag of die ouders dat zeggen om gemakkelijk van hun plicht om seksuele opvoeding te geven af te zijn. Seksualiteit zit nog altijd in de taboesfeer.

De opstelling in de vraag stemt overeen met het oude zorgconcept. Daarbij woonden verstandelijk gehandicapten in bossen en werden ze niet met de buitenwereld geconfronteerd. Nu is dat wel het geval. Ze wonen vaak begeleid zelfstandig en hebben soms werk. Daardoor komen ze veel vaker in aanraking met seksuele prikkels.

Ook bij schoolgaande kinderen met een verstandelijke handicap zorgt seksualiteit voor spanningen. Ze kennen seksuele begrippen zonder de betekenis ervan te doorgronden. Niet zelden misbruiken ze die termen tijdens scheldpartijen op een heftige manier. Daarnaast hebben veel kinderen met een verstandelijke handicap te maken met een groeiend lichaam en toenemende seksuele gevoelens. Die zijn vaak onvervulbaar, omdat de meest intieme vormen van seksualiteit in het huwelijk thuishoren en deze mensen daar meestal niet aan toekomen.

De vragen rond seksualiteit zijn ook afhankelijk van de mate van de verstandelijke beperking. Voor een persoon met meervoudige handicaps zal seksualiteit niet of minder aan de orde zijn.”

Eijkelboom: „Daarentegen is er bij verstandelijk gehandicapte jongens nogal eens sprake van continue, verslavende zelfbevrediging – overigens masturbeert 95 procent van alle jongens tussen de 14 en de 20 jaar. De door ons voorgestane aanpak is: eerst vermijden, als dat niet lukt afleiden en ten slotte wegleiden, zodat ze het niet in het openbaar doen.”

De methode richt zich op zwakbegaafde kinderen (met een intelligentie­quotiënt van 70-90). Eijkelboom en Hubregtse hopen echter dat ook ouders van kinderen met een lichte verstandelijke handicap (IQ 50-70) en wellicht ook van normaal begaafde kinderen ervan gebruik kunnen maken, alsmede scholen en instellingen. Eijkelboom: „Medewerkers van de Samuëlschool voor zeer moeilijk lerende kinderen in Gouda hebben vanuit hun kennis van de praktijk de methode handen en voeten helpen geven.”

Toerusting

Helpende Handen en Op weg met de ander laten het niet bij de drie boekjes, overigens het eerste tastbare resultaat van de samenwerking tussen de twee verenigingen. Helpende Handen heeft het voornemen binnenkort een ambulante hulpverlener aan het team van de afdeling Persoonlijke Dienstverlening toe te voegen. Die moet in gesprek gaan met ouders en kinderen over seksuele opvoeding.

Volgend jaar willen beide ouder­verenigingen gezamenlijke toerustingsavonden over het thema seksualiteit en verstandelijke handicap beleggen. Beide clubs gaan ook met betrekking tot dit thema contact zoeken met protestants-christelijke en reformatorische zorginstellingen.

Met de nieuwe uitgave is het thema seksualiteit en verstandelijke handicap nog niet afdoende behandeld. Hubregtse: „We gaan nu verder met een methode over de vraag of mensen met een verstandelijke handicap een huwelijk kunnen aangaan, en wellicht een over de situatie rond seksualiteit in instellingen. Maar, het begin is er.”

Mede n.a.v. ”Verliefd en zo...”, onder redactie van Kees Eijkelboom; uitg. Boekencentrum; Zoetermeer, 2009; ISBN van het pakket 978 90 239 2414 2; € 27,80, tot 1 januari € 24,90; onder andere te bestellen via Helpende Handen, 0348-489970.

www.helpendehanden.nl; www.opwegmetdeander.nl.


„Marlisse pisse, ik ga je kisse”

Hoofdpersoon uit het prentenboek ”Verliefd en zo...” is Marlisse. Zij zit op een school voor speciaal onderwijs. Tijdens haar stage verkracht baas Gijs haar. Broer Bram helpt haar met de verwerking. Twee slotfragmenten.

„Bram heeft ook iets anders bedacht. Een soort spel.

Hij gaat mij steeds onverwachts vastpakken en zeggen: „Marlisse pisse, ik ga je kisse!”

Als hij dat zegt, moet ik heel boos op hem worden en steeds hard zeggen: „STOP! Ik wil dit niet.”

En als hij dan toch doorgaat, mag ik hem zelfs een klap geven of heel hard gaan gillen.

Niet omdat ik dan echt boos ben op Bram, maar ik moet leren dit tegen andere mensen te zeggen. Zodat nooit meer kan gebeuren, wat gebeurd is met Gijs.

Ik kan het al goed. Daar ben ik best trots op. Ik ga ook weer naar school. Maar ik hoef niet meer terug naar Gijs.

(...)

Bram heeft uitgelegd dat dat wat Gijs met mij deed heel naar is. Want nu ga ik denken dat getrouwd zijn en met elkaar naar bed gaan niet fijn is.

„En dat is jammer”, zegt hij. „Want het is juist wel heel fijn. Ik weet het zeker. Het is een van de fijnste dingen van verliefd zijn enzo.”

En hij moet wel gelijk hebben, want dan kijkt hij zó gelukkig.”


Lees ook:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Gerelateerde artikelen