De huurboot ligt strak tussen twee andere jachten in de haven van Saint-Jean-de-Losne, niet ver van Dijon, de hoofdstad van Bourgondië. De instructeur manoeuvreert het vaartuig vlekkeloos uit zijn benarde positie. Een beetje draaien naar links, de versnelling in z’n achteruit, dan weer de hendel naar voren. Het oogt eenvoudig, maar dat is het niet, blijkt even later. Ook al gaat het jacht -maximaal- maar 12 kilometer per uur.
De prijs voor een week varen met een boot als de Tango -tussen de 1440 en de 2620 euro, afhankelijk van de vaarperiode- is niet niks, maar levert wel wat op. Vakantie vieren op een boot geeft vrijheid, zeker als het weer meewerkt.
De ruimte in de boot, bedoeld voor vier tot zes personen, valt niet tegen. Een bedbank in de salon, in de keuken een vierpitsgastel. Zelfs een douche behoort tot de uitrusting; en bij een bezetting van vijf personen volstaat één keer onderweg het waterreservoir bijvullen. Brandstof tanken is helemaal niet nodig. De meegeleverde volle tank brandstof -150 euro, bovenop de huurprijs- is goed voor gemiddeld een week varen.
Luieren
De tocht gaat stroomopwaarts over de Saône, richting het noordoosten. De beste keus voor beginners, zo vertelde de baliedame in de haven, overigens wel in vloeiend Engels. Veel plaatsjes onderweg, een rustige rivier en sluizen met automatisch openende deuren. Een retourtje Gray, een stadje ruim 50 kilometer verderop, is prima te doen in vijf dagen.
Een vaarvakantie blijkt niet het meest actieve deel in de mens wakker te maken, zeker niet als de zon de temperatuur boven de 20 graden uitstuwt. Op het dek liggen geniet de voorkeur. Of binnen rondhangen, zolang het daar qua warmte te harden is.
Tot op de waterwegenkaart -die de gelegenheidskapitein te allen tijde in de gaten moet houden- een sluis opduikt. Dan is er van de rust weinig meer over. In allerijl moet het meegekregen A4’tje met aanwijzingen boven water komen. Eerst draaien aan de lange stok die verticaal boven het water bungelt. Die maakt daardoor contact met de sluis. Het sein geeft rood en groen licht tegelijk. Wachten.
Hoewel, voor echt wachten is geen tijd. Een van de bemanningsleden moet aan wal om de boot met touwen in de sluis vast te leggen. Het hoogteverschil voor en na de sluis is fors - alleen via een steile metalen trap van een paar meter hoog is de kant te bereiken.
Hulpvaardigheid
Intussen draaien de sluisdeuren langzaam open. Tijd om binnen te varen. Het logge, witte gevaarte reageert langzaam op een ruk aan het stuur. De eerste keer -met een 30-jarige, mannelijke kapitein aan het roer- gaat het goed. Een paar sluizen verderop zal een van de overige bemanningsleden de sluismuren schampen. ’Boeit’ niet, de boot heeft boeien.
De hulpvaardigheid langs het water is groot. „What is the size of your boat?” roept een Brit vanaf de kant bij het plaatsje Auxonne. Hij schat de ruimte tussen zijn schip en een ander jacht in. Het past, is de conclusie.
Lastiger wordt het wanneer Franse medewatertoeristen bevelen roepen in rap Frans. Ongetwijfeld bedoeld als steuntje in de rug, maar het effect is omgekeerd. Omdat vanwege de taalkloof verfijnde communicatie onmogelijk is, nemen te hulp schietende personen al snel -letterlijk- de touwtjes in handen.
Dat is niet goed voor het eigen ego, zeker niet tijdens de eerste, nog onzekere sluispassages. Is het echt zo belangrijk om de boot aan de derde paal in plaats van aan de tweede vast te leggen? Het blijft een raadsel. Misschien toch maar eens een bijspijkercursus Frans doen.
Meer informatie: www.leboat.nl, +49(0)61015579177 (Nederlandstalig).
„Leuker dan een huisje”
Geweldig, varen! Vooral voor kinderen. Maar is het echt aantrekkelijk om het grootste deel van de dag op een paar vierkante meter opgesloten te zitten? Amarentia (11) nam de proef op de som.
Nooit eerder heeft ze gevaren met een jacht. Nu gaat ze een kleine week mee, in Frankrijk.
Is het saai, dagenlang op een boot?
„Echt niet. Ik heb me geen één keer verveeld. Je gaat lekker op het dek liggen als je niets te doen hebt. En dan moet je ineens weer door een sluis heen. Als het zou regenen zou ik aan tafel spelletjes gaan doen en lezen.”
Veel meegeholpen op de boot?
„Ja, ik heb de boot aangelegd; dan moet je de lus van het touw aan een haakje op de boot doen. Iemand anders springt op de kant en maakt het touw vast aan een paal of een pin. Daarna moest het touw als een achtje aan het haakje in de boot worden geknoopt. Dat vond ik te moeilijk.”
Zelf gevaren?
„Ja, dat was heel leuk, want meestal mag dat niet. Ik wilde liever wel dat er iemand bij was als ik stuurde. Stel dat er een tegenligger komt. Dat gebeurde maar één keer. Toen gaf ik het roer voor de zekerheid aan m’n moeder.”
Nog gebotst?
„Nee! De anderen wel, in de sluis. Maar dat is logisch, want het was heel moeilijk. De eerste keer schrok ik erg. Ik zag er al tegenop als er een sluis aankwam, dan moesten we ineens zo veel doen. Maar op de terugweg vond ik de sluizen juist leuk.”
Wil je nog een keer?
„Ja. Het is gewoon heel relaxed. Zwemmen kan eigenlijk niet, dat is wel jammer. Straks kom je tussen de schroef terecht. Ik heb wel in een zijriviertje gezwommen, tussen allemaal vissen. Ik dacht steeds als ik me aan iets stootte: een vis!”
Wat is leuker: vakantie in een huisje of op een boot?
„Op een boot. Dan kun je bij elk plaatsje stoppen. Verder is het eigenlijk hetzelfde als een huisje, maar dan op het water. De wc was ook heel grappig: waar het allemaal bleef, wist je niet.”
De stad van luitenant Napoleon
De plaatsjes op het traject van Saint-Jean-de-Losne naar Gray zijn niet groot, maar wel de moeite waard om te bekijken. Fietsen aan boord meenemen -ter plekke te huur bij de haven- is verstandig.
Les Maillys: Het riviertje La Tille dat door Les Maillys stroomt is helder en ondiep. Ideaal voor pootjebaden. Let wel op de stroming en de vissen!
Auxonne: Stadje waar luitenant Napoleon Bonaparte als jongeman in een kazerne verbleef. Auxonne herbergt het Musée Bonaparte met onder meer persoonlijke voorwerpen van de luitenant. Ook is in het centrum een Bonapartecircuit uitgezet, een wandeling van ongeveer een uur. Neem gelijk een kijkje bij de Église Notre-Dame.
Pontailler-sur-Saône: Kleine plaats; vooral handig om wat inkopen te doen. Ook is er een haven met de mogelijkheid de watertank te vullen.
Mantoche: Klein, idyllisch plaatsje, met veel groen. Leuk om snel doorheen te wandelen.
Gray: Havenstad met veel hoogteverschillen, ooit een van de drie belangrijkste vestingen van de regio. De moeite waard om te bekijken met zijn kleurrijke dakpannen en middeleeuwse kasteel. Tip: eet een crêpe of een galette bij Crêperie La Régal’ette (Grande Rue). Niet het gezelligste tentje, wel lekker, betaalbaar en Frans.
Meer informatie: www.ot-auxonne.fr/, www.ville-gray.fr/ (Frans), www.ville-gray.fr/en/tourism-patrimony/ (Engels, maar beknopter).