Bij het strippen worden via de baarmoederhals met één of twee vingers de vliezen van de baarmoederwand losgewoeld. Als reactie daarop produceert het lichaam op lokaal niveau prostaglandinen, hormoonachtige stoffen die weeën kunnen opwekken.
Tegenstanders van de methode beweren dat de vrouw weeën krijgt zonder dat de baring echt doorzet, waardoor ze uitgeput raakt. Door de stress van deze samentrekkingen van de baarmoeder zou de baby bovendien ontlasting lozen in het vruchtwater. Ook wordt gevreesd voor het voortijdig breken van de vliezen en een grotere kans op infecties. Volgens de onderzoeker kwamen deze complicaties bij gestripte vrouwen echter niet vaker voor dan bij vrouwen die niet gestript werden.
Uit een enquête van De Miranda, die werd gehouden voordat de stripstudie van start ging, blijkt dat 64 procent van de Nederlandse praktiserende verloskundigen er al van overtuigd was dat strippen helpt om de baring te bespoedigen. Er waren al eerder onderzoeken gedaan naar de effecten van strippen, maar de bevindingen daarvan liepen uiteen.