De naam Thonet is onlosmakelijk verbonden aan gebogen hout. Hoewel hout buigen geen vondst is van Michael Thonet, heeft hij de techniek wel sterk verbeterd. Wat belangrijker is: zijn methode maakt het voor het eerst mogelijk om meubels in massa te produceren.
Thonet begint zijn experimenten met gebogen hout in 1830. Hij is dan elf jaar meubelmaker in zijn geboorteplaats Boppard am Rhein, iets ten zuiden van de Duitse stad Koblenz. In eerste instantie gaat Thonet bij het buigen van hout uit van dunne plakken hout die hij kookt in lijm, op elkaar legt en met een houten mal in de juiste vorm perst. Zodra de lijm uitgehard is, zaagt Thonet uit het gebogen stuk hout diverse gelijke onderdelen van een stoel.
Tijdens een tentoonstelling in Koblenz blijven Thonets stoelen niet onopgemerkt. Ze zijn, anders dan de meubelen van de concurrentie, eenvoudig en elegant, ze wegen weinig en zijn toch oersterk, omdat de nerfrichting van het gebogen hout met de stoelvorm meeloopt. De kanselier van het Oostenrijks-Hongaarse rijk, prins Klemens von Metternich, die ook op de beurs rondloopt, nodigt hem uit op zijn kasteel. „Ga naar Wenen”, zegt hij als Thonet hem zijn kunsten vertoont. „Dan beveel ik u aan bij het keizerlijk hof.”
Thonet reist daarop in 1842 af naar de Oostenrijkse hoofdstad en krijgt van vloerfabrikant Carl Leister de opdracht om de vloer van paleis Liechtenstein te renoveren. De ambitieuze meubelmaker laat het echter niet bij de gecompliceerde parketvloer, die uit duizenden stukjes gebogen hout bestaat. Hij vult het bestaande hofmeubilair ook aan met zijn stoel. In tegenstelling tot zijn eerdere modellen gebruikt hij geen plakjes hout, maar vierkant gezaagde latjes. Hij kan zo in twee verschillende richtingen buigen, iets wat hem voordien niet lukte.
Zodra Thonet en zijn vijf zonen zeven jaar na aankomst in Wenen een eigen fabriek hebben opgericht, ontwikkelt hij een stoel die uit vier onderdelen bestaat. Deze combineert hij met onderdelen van andere modellen, waardoor hij op een eenvoudige en goedkope manier een scala aan stoelen op de markt kan brengen. Deze zogenaamde Café Daumstoel, vernoemd naar een luxueus koffiehuis in Wenen, vliegt met honderden tegelijk uit de fabriek.
De wereldtentoonstelling in Londen in 1852 bezorgt Thonet wereldwijde bekendheid. Een verbeterde versie van de Café Daumstoel -nu bekend als de Thonetstoel of model nummer 14- is een stoel zonder opsmuk. Hij vindt niet alleen in Europa gretig aftrek, maar gaat ook als bouwpakket van vijf stukken hout, tien schroeven en twee moertjes de oceaan over naar de Verenigde Staten en Zuid-Amerika. Over het transport heeft Thonet nagedacht: er passen 36 exemplaren in 1 kubieke meter.
Het vochtige zeeklimaat dwingt Thonet zijn stoel verder te verbeteren. De lijm laat tijdens het transport los en het regent schadeclaims. Hij ontwikkelt een techniek waardoor massief beukenhouten stelen sterk gebogen kunnen worden, zonder dat het hout barst. Een metalen strip aan de buitenkant zorgt er tijdens het buigen voor dat het hout nergens rekt, maar aan de binnenkant sterk wordt ingedrukt. Het is het derde en laatste patent dat op zijn naam staat.
Anno 2007 is ook dit patent verlopen en zijn er tientallen fabrikanten die een Thonetstoel op de markt brengen. Bij IKEA kost een Thonetstoel -de Ögla- niet meer dan 25 euro. De echte liefhebber kan nog steeds bij de Thonetfabriek in het Duitse Frankenberg en de dealers wereldwijd terecht. Voor pakweg 500 euro verwisselt model nummer 14 -nu 214- van eigenaar.
Naam: Michael Thonet
Geboortedatum: 2 juli 1796
Sterfdatum: 3 maart 1871
Nationaliteit: Duits/Oostenrijks
Vernoeming: Thonetstoel