Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Sporen van ‘ons’ Nieuw-Nederland

 Overblijfselen van Nederland. Foto RD, Henk Visscher.
 1 van 3  

Overblijfselen van Nederland. Foto RD, Henk Visscher.

Wat bleef er in Amerika over van de vroegere kolonie Nieuw-Nederland? Straatnaambordjes, sfeervolle koloniale huizen, woorden als ”cookie” (koekje) en ”boss” (baas). Volgens de Amerikaanse journalist Russell Shorto gaat de Nederlandse invloed veel verder: handelsgeest, multiculturalisme en tolerantie vormen het „gedeelde DNA” van Amsterdam en New York.
Dr. Jaap Jacobs is betrokken bij de expositie in New York: ”Amsterdam/New Amsterdam: The Worlds of Henry Hudson”. Deze ging zaterdag van start in het Museum of the City of New York.

Op het eerste gezicht lijkt er niet zo veel ‘Nederlands’ aan een wereldstad als New York. Toch kunnen speurders naar Nederlandse sporen heel wat verwijzingen en interessante verbanden tegenkomen. Alleen al de vele straatnaambordjes en wijknamen roepen het Nederlandse verleden in herinnering. Dat Brooklyn te maken heeft met Breukelen is wel bekend. Maar ooit gedacht dat Newark de vertaling is van Nieuw-Urk? Pearl Street heette vroeger Parelstraat, Wall Street was de oude Stadt Wal of Cingel. Flushing verwijst naar het Zeeuwse Vlissingen.

Overigens werd Flushing, een wijk in Queens, niet gesticht door de Zeeuwen, maar door Engelse kolonisten. Zij noemden hun nieuwe plek Vlissingen, als eerbetoon aan de Zeeuwse stad die hen al eerder een veilig onderkomen had geboden toen ze Engeland vanwege hun geloof ontvluchtten.

Stuyvesant
Wie op Broadstreet lang genoeg zoekt, vindt ongetwijfeld het herinneringsteken aan het bezoek van Beatrix en Juliana in 1959. De toen nog 21-jarige prinses werd bij de vorige Hudsonherdenking door de New Yorkers ontvangen met een feestelijke parade.

Een van de meest historische plekken is de St. Mark’s Church in the Bowery. Het achttiende-eeuwse godshuis is trots op zijn locatie: „The oldest site of continuous Christian worship in New York City.” Daar is weinig van te merken in de ruimte, waar balletdansers aan het trainen zijn. Maar er worden ook nog kerkdiensten gehouden, verzekert de koster, die een korte rondleiding verzorgt. Bezienswaardig aan deze kerk is het graf van de koloniale bestuurder Peter Stuyvesant. Op de plek van de kerk stond destijds de kapel van Stuyvesants boerderij (Bouwerie). Een fraai glas-in-loodraam herinnert aan de Nederlander. Aan de buitenkant van de kerk, onder het raam, is zijn graf. Dicht bij een buste met zijn beeltenis en opschrift.

Wie goed speurt, kan in The Big Apple (New York) veel meer Nederlandse sporen vinden, zegt de Nederlandse consul-generaal Gaius Scheltema. Zijn werkkamer is in het bekende Rockefeller Center in Manhattan. „De meeste Nederlanders die hier komen, bezoeken alleen Manhattan. Maar juist ook in andere stadsdelen is het Nederlandse verleden aanwezig. In Brooklyn zijn nog oude Nederlandse boerderijen te bezichtigen, zoals het Lefferts Homestead en het Wyckoff House.” In een ander deel, Staten Island, heeft Scheltema een oud ‘voorlezershuisje’ gevonden. „We zijn bezig fondsen te verwerven om dit te restaureren. Probleem hier in Amerika is alleen dat privé-eigendom heilig is. Bewoners van zo’n huisje kunnen ermee doen wat ze willen. In Nederland is dat anders. Woon je in een monumentaal pand, dan krijg je met allerlei beschermende regels te maken.”

Tolerantie
Ook verderop in de Hudsonvallei zijn koloniale huizen aanwezig. Neem het Luykas van Alen House, een Nederlandse boerderij uit de achttiende eeuw in Kinderhook. Het pand ligt op een rustiek landgoed en is in het zomerseizoen te bezichtigen. Het interieur –open haarden, de kleding, het servies en meubilair– geeft een indruk hoe Nederlandse boeren in die tijd leefden.

De stad Albany, met de auto zo’n twee uur gaans van New York, heeft vergelijkbare musea. In het Schuyler Mansion woonden afstammelingen van de eerste kolonisten, zoals Catharine van Rensselaer. Fort Crailo, aan de overkant van de rivier, toont opgegraven Hollandse gebruiksvoorwerpen en restanten van Fort Oranje, zoals Albany voorheen heette.

De stad leverde een belangrijke bijdrage aan het onderzoek naar de koloniale geschiedenis. In het New Netherland Institute is dr. Charles Gehring al 35 jaar bezig brieven, koopcontracten en rechtbankverslagen uit de zeventiende eeuw te vertalen. De bijna 70-jarige linguïst beheerst maar liefst negentien talen. Bij het ontcijferen van de oude handschriften wordt hij bijgestaan door de uit Nederland afkomstige dr. Janny Venema.

De noeste arbeid van deze twee heeft resultaat gehad: van de 12.000 aanwezige documenten in de kluis van het New York State Archive is zo’n 60 procent vertaald van Oudnederlands naar modern Engels. De serie ”New Netherland Documents” telt intussen achttien delen. Ze laten zien hoe de Nederlanders handeldrijven met de indianen en hoe men in de kolonie omgaat met religieuze diversiteit. Volgens Gehring is vooral de Nederlandse tolerantie een belangrijke bijdrage aan de latere Amerikaanse samenleving. „Nederland was in de zeventiende eeuw tolerant, uit reactie op de Spanjaarden, die hen in de zestiende eeuw hadden vervolgd. Men wilde niet zijn zoals zij, men wilde niet uit godsdienstige motieven mensen doden. De gewetensvrijheid die de republiek kende, werd ook de basis van de tolerantie in Nieuw-Nederland.”

Die visie heeft de Amerikaanse journalist Russell Shorto uitgewerkt in zijn boek ”The Island at the Center of the World” (2004). Shorto stelt in het publieksboek, waarvan in Amerika 150.000 exemplaren over de toonbank gingen, dat New York en Amsterdam hetzelfde DNA met elkaar delen. Dat DNA wordt gevormd door de multiculturaliteit, handelsgeest en tolerantie.

In Nieuw-Nederland, laat Shorto zien, liep van alles rond: Walen, Duitsers, Afrikanen, Fransen, Zweden, elk met hun eigen religie. De Amsterdamse tolerantie en handelsgeest werd overgeplant naar de jonge kolonie, en oefende zo invloed uit op de latere Amerikaanse samenleving. Op deze visie valt zeker af te dingen (zie interview dr. Jaap Jacobs), maar ze heeft natuurlijk wel iets aantrekkelijks: de American Dream begon ooit in ‘ons’ Nieuw-Nederland.


Van Klaarwater tot Clearwater

Dr. Jaap Jacobs is betrokken bij de expositie in New York: "Amsterdam/New Amsterdam: The Worlds of Henry Hudson". Deze ging zaterdag van start in het Museum of the City of New York.

„Nieuw-Nederland is een buitenbeentje onder de zeventiende-eeuwse Nederlandse koloniën", zegt Jacobs. „Het begon als een handelspost, maar ontwikkelde zich tot een vestigingskolonie met specifiek Nederlandse trekken. In alles probeerde Nieuw-Nederland om het vaderland na te volgen. Andere koloniën, zoals Brazilië, Kaap de Goede Hoop en de factorijen van de VOC, bleven handelsposten en stonden exclusief onder compagniesbewind. Bovendien vond de kolonisatie daar plaats in een tropisch klimaat."

Jacobs noemt het onderzoek naar Nieuw-Nederland „bijzonder". „De bronnen bevinden zich zowel in Nederland als in Amerika. Om de Amerikaanse bronnen, waarvan veel verloren is gegaan, goed te begrijpen moet je veel achtergrondkennis hebben van de situatie in Nederland. Je ziet het topje van de ijsberg en moet de rest reconstrueren."

De historicus werkt aan een gids die in september uit zal komen bij uitgeverij Boom. „Het wordt een essayistische reis langs plaatsen waar iets te zien is van de Nederlandse geschiedenis van het gebied. Daarbij gaat het om monumenten, om plaatsnamen met een Nederlandse achtergrond, of om "Dutch Houses," die vaak niet zo Nederlands zijn. In een heel enkel geval is er nog wat zeventiende-eeuws te zien, maar veel is het niet. Nieuw-Nederland bestaat eigenlijk niet meer."

De meest boeiende plekken zijn die waar te zien is hoe de Nederlandse kolonisten in volgende generaties langzaam hun Nederlandse karakter verliezen, vindt Jacobs. „Zoals de kerk in Kingston, het vorige Wiltwijck, met een gedenkplaat voor vijf generaties van de familie Klaarwater. De vijfde telg, Thomas Teunis, geboren in 1787, heet opeens Clearwater. De begraafplaatsen in Kingston en Hurley, maar ook die in New York City bij St. Mark’s-in-the-Bowery zijn prachtig. Melancholisch."

Er wordt wel gesteld dat de Engelsen de Nederlandse geschiedenis hebben weggepoetst. In hoeverre is dat waar?

„Dat is juist. In het begin van de negentiende eeuw ging Amerika op zoek naar een ‘nationale geschiedenis’ en die werd gevonden in Pilgrim Fathers die in 1620 in New England aankwamen. Binnen die nationale geschiedenis pastte de Nederlandse kolonie niet, evenmin als de Fransen in Canada.

Wat vindt u van de stelling: de Engelsen brachten de puriteinse religie naar Amerika (Pilgrim Fathers), de Nederlanders brachten de tolerantie en de handelsgeest?

„Daar kan ik het niet helemaal mee eens zijn. Handelsgeest, vooruit, in de zeventiende eeuw, maar het zegt erg weinig over de negentiende of twintigste eeuw. En tolerantie, nee hoor. Nieuw-Nederland was niet tolerant. Door een nauwe samenwerking tussen predikanten en magistraten in de kolonie kwam daar nooit dezelfde tolerantie tot stand als in Amsterdam. Het idee dat de Nederlandse koloniale aanwezigheid van cruciale betekenis was voor latere tolerantie in New York is al evenzeer onjuist. Stel je maar eens voor dat Nieuw-Nederland niet Nederlands maar Engels was geweest. Zouden John Locke’s "Letter on Toleration", de Verlichting, de Amerikaanse Revolutie, de Franse Revolutie, de negentiende-eeuwse migratie en de ontwikkeling van New York tot toegangspoort tot Amerika dan niet geresulteerd hebben in dezelfde tolerantie?"


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels