Dat antwoordt staatssecretaris Dijksma van Onderwijs in antwoord op schriftelijke vragen van het SP-Kamerlid Van Dijk. Die legde de bewindsvrouw een serie vragen voor met als doel de bewindsvrouw een afkeurende reactie te ontlokken over de gang van zaken op orthodoxe scholen.
De SP’er stoort zich aan islamitische scholen die jongens en meisjes in aparte klassen lesgeven en aan orthodox-christelijke scholen die zeggen dat er onderscheid is tussen mannen en vrouwen. Ook de afwijzing van homoseksualiteit door deze scholen ergert Van Dijk. Het liefst zou het SP-Kamerlid afwillen van het bijzonder onderwijs.
Staatssecretaris Dijksma neemt het in haar antwoorden op voor het bijzonder onderwijs. „De vrijheid om in Nederland scholen te stichten op basis van onder andere een godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging is een belangrijk rechtsstatelijk beginsel. Dat is en blijft een uitgangspunt bij het onderwijsbeleid”, zo schrijft de bewindsvrouw letterlijk.
Dijksma herhaalt in haar antwoorden het uitgangspunt dat minister Plasterk vorig voorjaar aan de scholen liet weten, dat orthodoxe scholen hun personeel geen verklaring mogen laten ondertekenen dat ze ongehuwd samenwonen en/of een homoseksuele relatie afwijzen. Dat is volgens de bewindsvrouw strijdig met de Algemene wet gelijke behandeling.
De staatssecretaris voegt er wel aan toe dat scholen op basis van de vrijheid van onderwijs mogen vragen van hun personeel om de grondslag van de scholen uit te dragen. Dus ook als die grondslag homoseksualiteit en ongehuwd samenwonen afwijst.
Of scholen in concrete gevallen juist of onjuist handelen, daar kan de minister van Onderwijs niets aan doen. Daarvoor moet de betrokken leerkracht naar de Commissie Gelijke Behandeling of naar de rechter stappen.