Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

„Soms vind ik het erg zwaar hier”

 Angela. Foto Sjaak Verboom

Angela. Foto Sjaak Verboom

Angela (15) was geen lieverdje toen ze in het behandelcentrum van Jeugdhulp Friesland terechtkwam. Inmiddels gaat het bergopwaarts. Haar drugsprobleem, de heftige ruzies met haar moeder, haar verkeerde vrienden: het lijkt verleden tijd. Zo snel mogelijk weer thuiskomen, dat is het enige wat telt.
Foute vrienden waren er de oorzaak van dat Angela afgleed. Zij hitsten haar op tegen haar moeder. „Niet luisteren”, zeiden ze, als Angela naar binnen werd geroepen. Zij leverden haar het eerste stickie en samen terroriseerden ze de buurt. „We sloopten speeltoestellen in speeltuinen”, zei Angela kort nadat ze bij Jeugdhulp Friesland terechtkwam.

Het werd zo erg dat Angela zelfs haar moeder ging slaan. Dat was de druppel. Angela moest uit huis. En snel.
Inmiddels zit de vmbo-scholier al drie maanden in een instelling van de Friese jeugdzorg. Dat ze het naar haar zin heeft wil ze niet zeggen. „Ik mis mijn moeder en mijn honden. Maar ik weet waarvoor ik hier zit en ik doe mijn best.”

De ruzies binnen de instelling, die vindt ze het ergst. Want waar een hoop meiden bij elkaar zitten, daar is een hoop onenigheid. Zeker als het meiden met problemen zijn. „Soms vind ik het erg zwaar hier. We katten heel vaak op elkaar. Ik heb met maar één meisje hier een band opgebouwd. Eva heet ze.”

Angela loopt geregeld weg. Dan zoekt ze via een coniferenheg achter het meidenverblijf de vrijheid op. Soms voor een paar uur, soms iets langer. Maar altijd komt ze weer terug. „Als het donker wordt, ben ik bang voor wat er kan gebeuren. Natuurlijk weet ik best dat het niet veel zin heeft te ontsnappen. Maar ik word er rustig van. Ik loop weg omdat er zo vaak ruzie is tussen de meiden.”
Of ze daarna straf krijgt? „Ja, dan moet ik op mijn kamer blijven. Toch blijf ik weglopen. Alleen Eva houdt me wel eens tegen. Ik kan dat best van haar hebben. We zijn net zusjes.”

Ondanks de zware periodes weet Angela wat haar te doen staat. Zorgen dat ze haar normale leven weer oppakt. Weer normaal met haar moeder leren praten. Proberen rustig te blijven als ze zich boos voelt worden. En dat allemaal liefst zo snel mogelijk.
Dat is niet altijd even makkelijk. „Laatst zei ik tegen iemand van de leiding: „Ik haat je.” Dan moet ik 5 minuten naar mijn kamer om af te koelen. En soms heb ik veel zin om kattenkwaad uit te halen. Pas heb ik nog limonade in onze zeeppomp gestopt, bijvoorbeeld. De meesten hier vinden dat gelukkig wel grappig.”

Dierenvriend
„Waarschijnlijk mag ik in november naar huis. Als het niet goed gaat, kan dat een maand of twee later worden. Ik zie er erg naar uit hier weg te gaan. Aan de andere kant: ik heb echt een band opgebouwd met Eva. Ik vind het jammer zonder haar verder te moeten. We zullen elkaar nooit vergeten.”

Angela heeft prachtige toekomstplannen. De Friese is een echte dierenvriend. Ze mist haar kat Mitsi, haar cavia Lizzy, maar vooral haar hond Rakker. En één plus één is twee. „Ik wil later dierenarts¬assistente worden.”

Ze blijf even stil en dwaalt zichtbaar af met haar gedachten. Naar huis, naar haar moeder, naar haar dieren. Dan: „Ik wil een goede band met mijn moeder opbouwen. En als ik terugkom, wil ik mijn hond weer uitlaten. Dat mis ik. Als ik thuiskom, hapt hij altijd naar mijn haar. Heel grappig. Verder heb ik twee goede vriendinnen die ik al sinds groep 2 van de basisschool ken. Ze wonen bij mij in de buurt. Ik ben blij dat ik af en toe naar huis mag. Dan zie ik hen ook weer.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels