Amerikaanse wetenschappers, verbonden aan het Massachusetts Institute of Technology, beter bekend als MIT, en de Centers for Disease Control and Prevention (CDC), hebben het genetisch materiaal van het Mexicaanse griepvirus (type H1N1) ontleed. Daarmee konden ze vaststellen waardoor de ziekteverwekker zich minder effectief verspreidt onder de bevolking dan de gewone wintergriep. De onderzoekers publiceerden de resultaten van hun studie in het wetenschappelijke tijdschrift Science.
De Amerikanen ontdekten dat de Mexicaanse griep minder gemakkelijk de gastheercel binnendringt dan de verschillende stammen van de ‘gewone’ wintergriep (eveneens type H1N1). Het oppervlakte-eiwit hemagglutinine bindt namelijk minder goed aan receptoren in de menselijke luchtweg; die vormen de ‘deur’ naar de gastheercel. Verder blijkt de Mexicaanse griep zich minder snel voort te planten in de menselijke cel dan een ‘gewoon’ influenzavirus.
Toch maken de virologen zich zorgen, want griepvirussen staan erom bekend dat ze snel muteren. De kans bestaat dus dat het Mexicaanse type zodanig verandert dat het beter bindt aan de receptor. Daarmee zou direct de besmettelijkheid van het virus toenemen.
Bij fretten, waarin griep zich op dezelfde manier ontwikkelt als bij mensen, verliep de overdracht goed wanneer de dieren nauw contact met elkaar hadden. Wanneer de besmetting alleen via druppeltjes in de lucht plaatshad, ging dit veel minder efficiënt. Deze bevindingen zijn volgens de onderzoekers in overeenstemming met het patroon dat ze onder mensen waarnemen.
Sinds de Mexicaanse griep afgelopen voorjaar opdook, is de ziekte wereldwijd bij bijna 90.000 mensen vastgesteld; bijna 400 patiënten overleden eraan.