Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

„SGP-motie geen beletsel godsdienstvrijheid”

 AMSTEG – Wijze terughoudendheid; die moeten gemeentebestuurders aan de dag leggen in gesprekken met inwoners, migrantenkerken en moslims over de bouw van moskeeën, zo meent SGP’er Van der Staaij. Zijn motie met deze strekking blijft vrijwel onopgemerkt, tot in Zwitserland een meerderheid van de bevolking in een referendum instemt met een minarettenverbod. Plots krijgt de SGP begin december het verwijt andere gelovigen grondrechten te willen ontzeggen waar de partij zichzelf op beroept. Foto EPA

AMSTEG – Wijze terughoudendheid; die moeten gemeentebestuurders aan de dag leggen in gesprekken met inwoners, migrantenkerken en moslims over de bouw van moskeeën, zo meent SGP’er Van der Staaij. Zijn motie met deze strekking blijft vrijwel onopgemerkt, tot in Zwitserland een meerderheid van de bevolking in een referendum instemt met een minarettenverbod. Plots krijgt de SGP begin december het verwijt andere gelovigen grondrechten te willen ontzeggen waar de partij zichzelf op beroept. Foto EPA

De SGP-minarettenmotie is in strijd met de godsdienstvrijheid, luidde de stelling van een Kamermeerderheid. Rechts­filosoof Labuschagne vindt dat de discussie over iets anders moet gaan: „De vrijheid van godsdienst veronderstelt een godsdienst van vrijheid.”
SGP-Tweede Kamerlid Van der Staaij vond dat hij het nog wel zo „voorzichtig” had geformuleerd. Eind november, tijdens de behandeling van de integratiebegroting, had hij de overheid in een motie ertoe opgeroepen om in gesprekken met gemeente­besturen en migrantenorganisaties „te bevorderen dat wijze terughoudendheid in acht wordt genomen” ten aanzien van de plaatsing van opvallende schotelantennes en de bouw van grote moskeeën en minaretten.

Zo, dat is een formulering waar niemand zich aan zal stoten, dacht Van der Staaij nog. Hij wilde „recht doen aan de gevoelens van onbehagen onder een groot deel van de bevolking.” Niets meer en niets minder, zei hij zelf.

De motie kreeg in eerste instantie nauwelijks aandacht in de pers. Maar een paar dagen later, begin december, werd alles anders. De Zwitsers spraken zich in een referendum uit voor een verbod op minaretten. En toen kreeg de motie ineens veel aandacht. En weerstand.

De SGP meet met twee maten, was de kritiek. De partij pleit voor godsdienstvrijheid voor zichzelf, maar niet voor anderen. In de Kamer steunden alleen de PVV en het Kamerlid Verdonk de SGP-motie.

Het was een keurige motie, vindt mr. dr. B. C. Labuschagne, universitair docent rechtsfilosofie in Leiden. Vijftien jaar geleden promoveerde hij op ”Godsdienstvrijheid en niet-gevestigde religies”, een studie naar de betekenis en de grenzen van religieuze tolerantie. Hij zit op zijn werkkamer op de bovenste etage van de faculteit rechtsgeleerdheid. Af en toe grijpt hij naar een wettekst. Niets mis met die motie van de SGP, zo is zijn mening. „Niet schokkend, en al helemaal niet in strijd met de vrijheid van godsdienst.”

Het is namelijk maar „de vraag of minaretten een directe uitdrukking zijn van het godsdienstig belijden”, zegt Labuschagne. Moskeeën als zodanig werden in de motie niet verboden. „In de praktijk blijkt dat minaretten helemaal geen onderdeel hoeven te zijn van de islam. Een minaret is hoogstens een symbool, hij drukt iets uit van de macht van de islam of van heimwee naar de islam zoals die in het Midden-Oosten wordt beleden. Maar er is geen enkele moslim die zegt dat je een slechte moslim bent wanneer je naar een moskee zonder minaret gaat.”

De rechtsfilosoof pleit voor een „meer gedifferentieerde aanpak” van godsdiensten. Ja, hij beseft dat hij daarmee vooral een „politieke uitspraak” doet. Maar hij wil er wel zijn nek voor uitsteken. „Gelijke gevallen moet je gelijk behandelen. Maar de islam en het christendom, dat Nederland zo zeer gestempeld heeft, zijn geen gelijke gevallen.”

Hij wijst op het onderscheid tussen het private, het publieke en het sacrale domein. „In het christendom zijn die domeinen altijd onderscheiden geweest. Zo wordt het sacrale vooral beleefd tijdens de wekelijkse erediensten. In de islam ligt dat anders. Als een moslima in de rechtszaal rechtspreekt en daarbij in weerwil van de kledingvoorschriften haar hoofddoek ophoudt, weigert zij het private, het publieke en het sacrale te onderscheiden. Protestanten hebben er doorgaans geen moeite mee om hun geloof te beperken tot het private en het sacrale domein. Hun geloof is immers een zaak van het geweten, en niet afhankelijk van uiterlijkheden.”

Vooralsnog is er weinig ruimte voor zo’n gedifferentieerde aanpak, constateert Labuschag­ne. Er is volgens hem sprake van een „gelijkheidsreflex.” „Hoe komt dat? Ressentiment, wrok: de vrijheid die jij hebt, wil ik ook hebben.” Maar in het Midden-Oosten is het bouwen van kerken een groot probleem, zegt hij er in één adem achteraan. „Waar hebben we het over?”

Tolerantie, daar moet het debat over gaan, vindt Labuschag­ne. „Hoeveel vrijheid gunnen moslims aan andersgelovigen, dat is de vraag. Godsdienstvrijheid veronderstelt een godsdienst van vrijheid. Dat besef zou wel eens meer mogen doordringen.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels