Juist in het Indonesië van nu komt er van alles op de christelijke gemeenten af. Zo is het land bezig aan een vérgaand proces van decentralisatie, waardoor op tal van terreinen het zwaartepunt van de macht in de regio’s komt te liggen. Machtspolitieke spelletjes worden op districtsniveau gespeeld, waarbij bestuurders er niet voor terugdeinzen religieuze sentimenten op te hitsen om daar zelf baat bij te hebben.
Meer dan voorheen zullen christenen in Indonesië gaan ervaren dat ze in het grootste moslimland ter wereld een minderheid zijn. Want niet de macht van een oud idee -de nationale staat waarin alle religies gelijk zijn- maar die van het getal zal steeds meer door fanatieke moslims worden uitgebuit, en dan staan de winnaar en de verliezer bij voorbaat vast.
Zijn christenen op Java, Sulawesi en Papoea voorbereid op deze toekomst vol verlokkingen en bedreigingen? Voor een gebied als Mamasa op Zuid-Sulawesi, waar protestantse christenen nog de meerderheid van de bevolking uitmaken, ben je geneigd zo’n vraag als vanzelf bevestigend te beantwoorden, maar pas op! Wie bedenkt dat enkele honderden gemeenten geen geschoolde voorganger hebben, beseft hoe kwetsbaar zelfs daar christenen zijn.
Machtsspelletjes
En dan de jeugd. Talloos veel kinderen in straatarme boerengezinnen kunnen lezen noch schrijven, hangen dag in dag uit maar wat rond de boerenhut omdat er geen school in de buurt is. Het zijn gedóópte kinderen, maar ze zijn onwetend, en daarom o zo ontvankelijk voor terugval in het heidendom, of gevoelig voor de pretenties van de islam, of voor de praatjes van politieke oproerkraaiers.
De grootste verleiding is misschien wel dat christenen mee gaan doen met al die machtsspelletjes, teneinde het vege lijf te redden. Mede daarom is het zo belangrijk dat de kerken in Indonesië hulp krijgen bij het bouwen van schooltjes voor de jeugd, bij het opleiden van christelijke onderwijzers en bij het geven van catechese.
Want ook de jeugd van Indonesië moet weten dat niet Davids harnas, maar diens psalmen hen tot voorbeeld moeten zijn. En dat ”schuilen bij God” hun enige ’krijgskreet’ is die ze leren spellen. Voor de wereld oogt Paulus’ geestelijke wapenrusting nog kolderieker dan de maliënkolder waarmee David rondstapte om Goliath te verslaan. Maar Gods Kerk weet het uit ondervinding: de beste bewapening van de gemeente is haar gééstelijke toerusting, opdat ze in afhankelijkheid van de Heere God haar weg zal gaan.