Volgens De Muijnck is er in het Nederlandse primair onderwijs nog nauwelijks grondig onderzoek gedaan naar het tekort aan directeuren. De vacatures die ontstaan doordat schoolleiders met pensioen gaan of naar andere functies vertrekken, worden steeds vaker niet of laat vervuld. Er wordt dan een interim-directeur aangesteld of de mogelijkheden van een bovenschools directeur of federatievorming worden overwogen.
De Muijnck zocht naar oorzaken en oplossingen door met de directeuren zelf te gaan praten. „Het grote aantal reacties dat ik kreeg, laat zien dat het onderwerp leeft. De beschikbaarheid van voldoende geschikte directeuren is cruciaal voor het voortbestaan van de christelijke scholen.”
In het Nederlandse primair onderwijs is 36 procent van de leerkrachten 50 jaar of ouder. Dat vraagt de komende decennia om een groot aantal vervangers. Onder de directeuren wordt de komende vijf jaar zelfs een verdubbeling van het aantal vacatures verwacht. Binnen de Driestarachterban is dat niet anders: van de schoolleiders die aan het onderzoek deelnamen, is twee derde ouder dan 45 jaar.
De huidige directeuren zijn honkvast: ruim 30 procent van hen is al langer dan twintig jaar directeur, en twee derde van die groep is daarbij nooit van school veranderd. In het algemeen zijn de schoolhoofden tevreden over hun werk, maar de ene taak geeft meer voldoening dan de andere. Tevredenheid is er over de werkomstandigheden, de sfeer op school en de persoonlijke ontwikkelingsmogelijkheden in de baan als directeur; ontevredenheid over het gebrek aan een conciërge en aan invallers.
De schoolleiders halen hun voldoening vooral uit leidinggeven aan en omgaan met de medewerkers, het contact met ouders, leerlingen en collega-directeuren en het werken aan de onderwijskwaliteit. Minder genoegen beleven ze aan de werkbelasting en de gevolgen daarvan voor het thuisfront, de administratieve verplichtingen, het moeten voeren van een financieel beleid, het beheer van het schoolgebouw en de omgang met de medezeggenschapsraad. „Dat laatste is onwennigheid: voor de meeste directeuren is het een nieuw fenomeen”, zegt De Muijnck. „Directeuren van protestants-christelijke scholen zijn al langer aan een mr gewend en kijken er daardoor positiever tegenaan.” Het volgen van een brede schoolleidersopleiding heeft nauwelijks effect op de voldoening die men aan de verschillende taken beleeft.
Schoolbesturen kunnen deze gegevens gebruiken om de functie aantrekkelijker te maken, zegt de onderzoeker. „Laat directeuren doen wat ze graag doen. Probeer administratief werk en beheertaken bij anderen onder te brengen. Voor het beheer kan een conciërge worden aangesteld.
Ontlast de directeur van een structurele lestaak, ook al staan de meesten graag voor de klas. Bijna een kwart van de ondervraagden heeft vaste lestijden, van wie ruim de helft zelfs meer dan acht uur per week. Dan hebben we het nog niet over de invaluren. Dat verzwaart de werkdruk.
Over de relatie met het bestuur zijn de meeste directeuren tevreden, maar de ondersteuning door de bestuursleden kan beter, zo blijkt uit het onderzoek. Die suggestie moeten we oppakken.”
De directeuren kwamen met 351 ideeën om het tekort terug te dringen. Zoals: laten Driestar Educatief en het Hoornbeeck College geen basisschooldirecteuren meer benoemen…
Slechts vier mensen noemen het benoemen van vrouwelijke directeuren als optie, zegt De Muijnck. „Nog afgezien van de vraag of een bestuur daarmee principieel kan instemmen, blijkt deze mogelijkheid nauwelijks relevant: weinig vrouwen ambiëren deze zware voltijdsbaan en er zijn nogal wat vrouwelijke directeuren die het na een korte periode voor gezien houden.”
Van de directeuren die aan het onderzoek deelnamen, waren er slechts twee eerder buiten het onderwijs werkzaam. Hoewel uit ander onderzoek bleek dat besturen een manager van buitenaf best een optie vinden, kiezen ze doorgaans toch voor een kandidaat met onderwijservaring. „Daar blijft een geweldig potentieel liggen: mensen die belangstelling tonen, maar niet weten door te dringen. In de toekomst zullen we hen waarschijnlijk hard nodig hebben.”
Het blijft belangrijk dat zowel besturen en directies als ouders en kerkenraden zich inspannen om jonge mensen te interesseren voor een baan in het onderwijs, zegt De Muijnck. „Hoe groter die groep, hoe gemakkelijker het is om potentiële directeuren te kweken.”
Het rapport ”Van ontluikend talent naar excellent leiderschap” is te bestellen bij Driestar Educatief.
Reageren? wijs@refdag.nl