Andere kinderen hebben daarentegen liever dat moeder alles voor hen doet. Ze lijken gemakzuchtig. Misschien beheersen ze bepaalde handelingen nog niet, maar zeker is dat ze niet staan te springen om nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen.
Temperamentverschillen zijn niet weg te poetsen. De een is sneller dan de ander. Dat hoeft geen enkel probleem te zijn, behalve als de motivatie ontbreekt om vooruit te komen. Dan moeten ouders hen stimuleren.
Kinderen moeten groot worden en op eigen benen leren staan. Een kind moet de tijd en de ruimte krijgen om dingen te leren. Soms moeten ouders zichzelf afremmen om hun kind niet even snel te helpen omdat het anders zo lang duurt. Wanneer kinderen dingen zelf kúnnen uitvoeren, zouden ze dat in principe ook moeten doen. Die dingen moeten ouders niet uit handen nemen - behalve wanneer ze hun kind even lekker willen verwennen.
Spiegel
Een gesprek met een andere ouder kan als een spiegel functioneren: neem ik misschien nog te veel dingen voor mijn kind over? Kinderen zijn er niet mee gediend als we hen lang in de watten leggen.
Een kind kan die verzorging prettig vinden. Vandaar dat sommige kinderen deze situatie graag laten voortduren. Soms tot ergernis van ouders, omdat het steeds maar helpen energie kost. Als het niet nodig is, kunnen ouders daarin zeker verandering brengen.
Stimuleren tot zelfstandigheid moet bij het kind niet het gevoel oproepen dat hij iets verliest. Daarom moet zelfredzaamheid iets positiefs met zich meebrengen. Aandacht en liefde die hij normaal via de basale verzorging kreeg, moeten ouders op een nieuwe manier tonen.
Het is niet altijd gemakkelijk om te onderscheiden of een kind iets niet kán of iets niet wíl. Bij twijfel moeten ouders blijven voordoen hoe iets moet. Simpele handelingen kunnen voor een kind echt een struikelblok vormen.
Soms merken ouders echter dat een kind bij hun afwezigheid wel in staat is bepaalde dingen te doen. Dat wijst op onwil. Waarom weigert hij iets zelfstandig uit te voeren als de moeder in de buurt is? Omdat het voor hem plezieriger is als zij helpt. Is zij er niet, dan móét hij het zelf wel doen.
Stimulans
Kinderen die niet uit zichzelf groter willen worden, hebben stimulans van ouders nodig. Het moet aantrekkelijk worden om zelfstandig dingen te gaan doen. Jan zal zichzelf aankleden als het iets positiefs oplevert. Een compliment is iets positiefs. Ouders kunnen extra aandacht besteden aan gewenst gedrag. „Heb jij zelf je schoenen uitgedaan? Wat een grote vent ben jij al, zeg!”
Ouders mogen op een positieve manier stimuleren. „Jij bent al een grote jongen. Zou je al zelf je trui kunnen aandoen? Tjonge, wat gaat dat goed! Je lijkt al wel 4 jaar!” Ze kunnen de zelfredzaamheid uitlokken. „Ik ga even naar boven. Eens kijken of jij, als ik terugkom, je schoenen al hebt uitgedaan. Zal jij zo knap zijn?”
Het kan ook helpen om met tijdsvolgorde te werken. Eerst dit en dan dat. Ouders kunnen vervelende klusjes makkelijker gedaan krijgen als ze daarna leukere dingen plannen. Leuke dingen zijn er gedurende de dag voldoende: eten, drinken, samen voorlezen, etc. „Als jij je schoenen uitdoet, kunnen we daarna drinken.”
Meestal krijgen ouders het zonder veel moeite gedaan als ze de tijdsvolgorde slim aanpakken. Door zelfredzaamheid positief te maken, wordt het voor een kind aantrekkelijker om dingen zelf te gaan doen. Ze worden uitgelokt om groot te worden. Groot worden kost tijd en energie.
Scheefgeknoopte bloes
Kinderen hebben ruimte en bemoediging nodig om dingen te leren. Ook al lukt het nog niet goed, geef complimenten voor de inspanning die het kind levert. Een scheefgeknoopte bloes is vooral een teken dat het kind op de goede weg is. Zeg dat ook en laat waardering blijken. En doe voor dat je onderaan moet beginnen.
Als een kind geen zin heeft om iets te doen, kan eventueel een vervelende consequentie volgen. Geen schoenen uit? Dan nog even geen drinken met een koekje. Ben je echt nog te klein om dit of dat te doen? Dan moet je vanavond maar om zeven uur naar bed, want kleine kinderen moeten vroeg slapen.
Ons kind heeft onze zorg en liefde nodig. Laten we het niet spiegelen aan wat andere kinderen allemaal al kunnen. Laten we vooral kijken naar het kind dat aan onze zorgen is toevertrouwd. Het heeft geen zin een kind dat ergens niet aan toe is te dwingen een stap vooruit te zetten. Een kind dat echt niet wil leren fietsen, moet niet op een fiets zonder zijwielen worden gezet. Het moet stapje voor stapje zo ver komen dat het dit met hulp van vader of moeder aandurft.
Deze situatie schetst het spanningsveld. Enerzijds moeten ouders wachten tot een kind ergens aan toe is en het niet overvragen. Een kind moet zich aanvaard weten, ook al kan het niet alles. Anderzijds moeten ouders het aanmoedigen om met nieuwe activiteiten te oefenen.
Sarina Brons-van der Wekken is psychologe en moeder van drie kinderen.
Tips om zelfredzaamheid te bevorderen
Gun een kind de tijd.
Doe voor hoe iets moet.
Geef complimenten.
Lok zelfstandig gedrag uit.
Werk met tijdsvolgordes.