Goed aansluiten
Het doel van het stellen van diagnoses is niet om een excuus te zoeken voor problemen in de opvoeding, maar om goed aan te sluiten bij het kind. Ouders vragen om hulp als de ‘gebruiksaanwijzing’ van hun kind onduidelijk is.
PDD-NOS is een stoornis in het autistisch spectrum. De hersens functioneren dan anders. Gewoonlijk heeft iemand met autisme een gebrek aan inlevingsvermogen, beperkingen in de communicatie en moeite om flexibel te denken en te doen.
NLD staat voor Nonverbal Learning Disabilities, een leerstoornis waarbij iemand nonverbale signalen minder goed oppikt. Een kind met NLD is op taalvlak vaak veel beter ontwikkeld dan op praktisch gebied en heeft vaak last van motorische problemen, traagheid en moeite om aan een taak te beginnen. Het gevolg is dat zo’n kind vaak worden overvraagd.
Ook kinderen met een ontwikkelingsstoornis die in de puberteit belanden, komen los van hun ouders en hebben behoefte de verschillen met hen te benadrukken. De mening van vrienden wordt belangrijker dan die van de ouders. Vaak zijn pubers in hun hart echter onzeker.
In de vraag van deze moeder lijkt het te gaan om een jonge adolescent met een beperking wat betreft zijn inlevingsvermogen en een sterke drang zijn eigen doelen vast te houden. Door zijn sterke nadruk op taal is de kans groot dat de moeder in de conflicten met haar zoon in discussies vastloopt. Doorgaan met nog meer straf leidt tot een negatieve spiraal.
Opvoeden van een puber met contactproblemen is topsport. Dat vraagt een ijzersterke samenwerking van ouders. Zij moeten veel tijd vrijmaken voor overleg en afstemming, om ervoor te zorgen dat het kind niet tussen hen in kan komen.
Moeders zijn in de regel meer gericht op contact houden, terwijl vaders meestal grenzen trekken. Als de ouders niet oppassen, komen ze in een tegenovergestelde positie terecht. In dat geval gaat de een het kind meer begrenzen, terwijl de ander steeds meer rekening met hem houdt. Door hun verschil in aanpak kunnen vaders en moeders elkaar echter mooi aanvullen. De twee pijlers van de opvoeding zijn positief contact en begrenzing.
Als ouders zich machteloos voelen in de opvoeding, is het gevaar groot dat ze gebruik gaan maken van dreiging en geweld. In menig gezin met een opstandige puber komt het tot duwen en trekken. Een belangrijke regel is „het ijzer te smeden als het koud is.” Om heftige botsingen te vermijden kan een ouder beter op tijd weglopen en zorgen zelf weer rustig te worden. En dan op een ander moment weer terugkomen op wat er gebeurde.
Stoel voor de deur
De ouders van Joost bijvoorbeeld. Op een avond ging zijn vader naar Joosts kamer, zette een stoel voor de deur, zodat Joost niet kon weglopen, en zei tegen hem: „Ik ga niet aan je duwen en trekken. Ik stop met dreigen. Maar ik wil dat we samen tot een oplossing komen. Jij scheldt je moeder uit en dat kan niet in ons huis. Hoe wil je dat oplossen?”
Dit eerste gesprek duurde anderhalf uur en kwam niet verder dan wat gemopper en zwijgen van Joost. Een volgende keer kwam er toch een gesprek op gang, waarin er meer opening was tot een gezamenlijke oplossing.
Een ander gevaar van gezinsconflicten is dat zowel de jongere als de ouders het contact uit de weg gaan. Dit heeft tot gevolg dat er nog minder wordt gecommuniceerd. Dan wordt het leven voor een jongere met ontwikkelingsproblemen nog minder overzichtelijk.
Problemen in de opvoeding met kinderen leiden tot schaamte. En schaamte leidt tot verbergen. Juist ouders in die situatie hebben steun nodig. Zij kunnen beter familie, kennissen, het pastoraat of vrienden van hun kind in de arm nemen.
Daarbij doen ze er goed aan om de informatie over de stoornis niet voorop te zetten. Jongeren zullen zich verzetten tegen de boodschap dat ze anders te zijn. Ouders kunnen beter informeren over het wangedrag en anderen vragen hen te steunen in de strijd tegen de gedragsproblemen.
De opvoeding van een jongere met ontwikkelingsproblemen verdient professionele steun. Gewoonlijk zit een jongere niet te wachten op hulp of gesprekken. De steun zal zich dan ook in de eerste plaats op ouders richten. Hulpverleners met ervaring in het werken met pubers accepteren dat jongeren geen hulp willen. Die leggen hun tegelijk wel uit dat ze meer invloed hebben als ze betrokken zijn bij de hulp aan hun ouders.
M. Geluk is gezinstherapeut bij Eleos en heeft een eigen praktijk in Ermelo.
Tips
Sta als ouders sámen sterk. Maak dagelijks tijd voor onderling overleg.
Maak gebruik van gespecialiseerde hulp van een ggz-instelling.
Investeer in positieve en ontspannen momenten met de jongere.
Zoek actief naar wat wel goed gaat en blijf dat benoemen.
Zoek andere kanalen voor communicatie, zoals e-mail en briefjes.
Nodig de jongere uit om mee te denken. Neem hem serieus in zijn opmerkingen; het is de basis voor samenwerking.
Laat de jongere niet de koers van uw gezinsbeleid bepalen.