In grote delen van Europa kampen grote landroofdieren met een negatief imago. „Men is soms, net als in sprookjes, nog steeds bang voor wolven en beren”, aldus Thissen. „Ze zouden gevaarlijk en vraatzuchtig zijn.” Bij steeds meer burgers constateert hij echter ook een kentering. „De verstedelijking van Europa brengt met zich mee dat men een romantisch beeld van de natuur krijgt. Veel stadsmensen vinden wolven en beren wel leuk.”
Zolang predatoren de mens geen kwaad of schade berokkenen, worden zij meestal gedoogd. Zodra beide elkaars concurrent worden, ontstaan er moeilijkheden. De wetenschappelijke naam –Carnivora– geeft al aan dat deze groep zoogdieren vooral vlees consumeert, waarbij schapen niet worden ontzien. Gedupeerde veehouders kunnen in dat geval heftig reageren, zeker als een goede schaderegeling ontbreekt.
Er spelen in Europa twee geheel tegengestelde problemen. Sommige roofdiersoorten hebben te maken met versnippering en achteruitgang van leefgebieden of van jacht en stroperij. Het kan echter ook zijn dat een populatie zodanig groeit dat natuurlijke biotopen te klein worden, wat kan leiden tot een toename van onaangename confrontaties tussen mens en roofdier. In beide gevallen trekken de predatoren meestal aan het kortste eind. Thissen: „Daarnaast neemt in heel Europa het verkeer toe, waardoor deze trekkende beesten vaak voor de wielen komen.”
Veelal weten en beseffen mensen niet of nauwelijks hoe belangrijk roofdieren zijn voor een (goed functionerend) ecosysteem. Ze staan aan de top van de voedselketen en houden het biologisch evenwicht in de natuur in stand. Hun aanwezigheid heeft dan ook een positief effect op andere flora- en faunasoorten.
Om het publiek daar meer bewust van te maken lanceerde EAZA (European Association of Zoos and Aquaria), een orgaan waaronder ongeveer 300 dierentuinen en aquaria uit Europa en het Nabije Oosten ressorteren, eind vorig jaar de campagne ”Living together”. Daarin staat centraal dat het voor roofdieren cruciaal is dat de mens leert samen te leven met deze schepselen. Om conflicten te verminderen of te voorkomen zijn er meer grote en aaneengesloten leefgebieden –via corridors– voor roofdieren nodig.
Europa telt 26 soorten landroofdieren, van de amper 45 gram wegende wezel tot de bruine beer die met 1000 kilo tot de zwaargewichten kan worden gerekend. De EAZA-campagne selecteerde twaalf symboolsoorten die in Europa het meest bedreigd zijn: grijze wolf, bruine beer, Europese nerts, otter, lynx, ijsbeer, gevlekte bunzing, wilde kat, Iberische lynx, veelvraat, poolvos en goudjakhals.
Vijftien Nederlandse dierentuinen, verenigd via de NVD en eveneens lid van EAZA, haken sinds april aan bij de campagne. Onder het motto ”Roofdieren? Natuurlijk!” attenderen ze bezoekers er de komende twee jaar op hoe de bescherming van deze vaak als ”gemeen” gekwalificeerde beesten in het moderne geïndustrialiseerde Europa handen en voeten kan krijgen. Het streven is om 750.000 euro in te zamelen, ter financiering van specifieke projecten.
Van de geselecteerde ”Dirty Dozen” komt zowel de otter als de lynx in Nederland voor. Met de eerstgenoemde gaat het „boven verwachting” goed, aldus Thissen. „Na een aarzelend begin is de populatie in de kop van Overijssel nu flink aan het groeien. Ik schat dat er ruim veertig otters voorkomen. Ze krijgen jongen en duiken ook elders in Nederland op. Er zijn al betrouwbare meldingen uit Doesburg en de Alblasserwaard.” Het wegverkeer vormt nog altijd de grootste bedreiging voor hun verdere opmars.
De lynx liet zich vooralsnog alleen in Limburg zien. „Op 11 januari is nog een exemplaar waargenomen in de buurt van Noorbeek. Het is echter te voorbarig om op grond van een enkele waarneming te concluderen dat de lynx zich in ons land aan het vestigen is. Deze katachtigen zijn afkomstig uit België of Duitsland en lopen tijdens hun nachtelijke zoektochten naar prooidieren wel eens een stukje door Nederland. In Limburg is gewoonweg te weinig en te versnipperd bos voor permanente aanwezigheid van lynxen. Dat kan veranderen als bossen aan elkaar worden gebreid. Daar wordt op diverse fronten aan gewerkt. Voedsel in de vorm van reeën is er in ieder geval genoeg.”
Thissen geeft aan dat roofdieren in Nederland nauwelijks overlast veroorzaken. „Ze zijn klein en ongevaarlijk. Soms vangen vossen wel eens een kip. In het oosten en zuiden van Nederland knagen steenmarters kabels onder de motorkap van auto’s kapot. Dat is natuurlijk naar. Het wordt pas echt spannend als er wolven de Nederlandse grens oversteken. Dan gaan er zeker schapen sneuvelen.”
carnivorecampaign.eu, roofdieren-natuurlijk.nl.