Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Ruiken aan poep, schrikken van venijn

 De streepjescodevacht van de zebra zorgt voor een betere circulatie van het bloed.
 1 van 11  

De streepjescodevacht van de zebra zorgt voor een betere circulatie van het bloed.

Een reis naar Zuid-Afrika zonder bezoek aan een natuurreservaat vol olifanten en giraffes lijkt onmogelijk. Jaarlijks kiezen tienduizenden Nederlanders voor zo’n belevenis. Bestaat er iets spannenders dan wildspotten vanuit een jeep? Een rangercursus, die de geheimen van de bush ontrafelt. En op legio onverwachte gevaren wijst, want die spugende gifslang stond absoluut niet op het lesrooster…
Net voor vijven klinkt een schril fluitsignaal. Gespitste oren in de tent. De ochtend gloort, al fluistert achter het gaasraampje nog een nachtelijk briesje. Van een Kaapse baviaan of bruine hyena hoef je niet wakker te liggen, maar wie sloeg alarm? „Een rietbok”, antwoordt Richard Oosthuizen een halfuur later bij een knetterend houtvuur, waarop een zwartgeblakerde ketel stoom afblaast. De volbloed Zuid-Afrikaan, geboren en getogen op een boerderij in Natal, is hoofdranger van Kololo Game Reserve. Op hem rust de zware taak een groep groentjes dit landschap te leren lezen, een domein waar zelfs de professional nooit raakt uitgeleerd. Een echte rangeropleiding neemt jaren in beslag; deze stoomcursus twaalf dagen.

Van Johannesburg is het drie uur rijden naar het wildpark bij Vaalwater. Het reservaat -de helft zo groot als de Hoge Veluwe, zonder gevaarlijke dieren én malariavrij- is eigendom van Ton en Yvonne Jansen, die dankzij de verhuur van vakantieappartementen in het Oostenrijkse Königsleiten (ChaletsPlus) redelijk in de slappe was zitten. Sinds het Nederlandse echtpaar dit ecovriendelijke pareltje in de provincie Limpopo onder zijn hoede heeft, kunnen gasten in een ”loungechair” vanaf de veranda wildebeesten en zebra’s observeren of een duik in het zwembad nemen. Leuk en aardig, maar Ton wilde meer bieden, vertelt hij in het parkrestaurant. „Meer diepgang, want iedereen weet wel dat Afrika olifanten heeft.”

Hij kwam in contact met Clive Walker, in zijn wilde jaren trofeejager, maar nu een icoon in de strijd om het behoud van de Waterberg, een savannelandschap waar Gelderland met gemak drie keer in past en dat Unesco in 2001 tot biosfeerreservaat uitriep. „Hij ontwikkelde voor ons een rangercursus, zodat onze gasten intensief kunnen kennismaken met alles wat er komt kijken bij het runnen van een wildpark.”

Een strak programma houdt de cursist bij de les: 6.00 uur bushwalk, 8.30 uur douchen en ontbijten, tot 12.00 uur colleges volgen over zoogdieren, vogels, reptielen, bomen, grassen, sterren en gesteenten. EHBO en schieten is eveneens verplichte kost, want in de rimboe moet je in noodgevallen bloedingen kunnen stelpen of een dolle buffel een kogel door de kop jagen. ’s Middags zijn er uitstapjes, zoals een bezoek aan een cheetaopvang in Bela-Bela of een gamedrive in het aanpalende park Welgevonden van de inmiddels overleden Paul Fentener van Vlissingen, waar de Big Five -buffel, leeuw, neushoorn, luipaard en olifant- vrij spel heeft.

Apotheek
Het gras is drijfnat van de dauw. De nevel zweeft nog laag over het veld als de groep, als ganzen achter elkaar, de ranger volgt. Richard, een man van weinig woorden, kauwt op iets groens wat diarree tegen schijnt te gaan. Zijn voordracht over de ongelooflijk rijke vegetatie (20.000 soorten!) was gisteren bijzonder slaapverwekkend, maar wel is blijven hangen dat bij hoge nood niemand in paniek hoeft te raken. De blaadjes van de huilboom doen qua zachtheid namelijk niet onder voor die rollen van Page. Ook de apotheek is telkens binnen handbereik. Zo hebben mensen met hartkloppingen baat bij de bast van de drolpeer, een boom die als eerste in het bushveld bloeit.

Kololo’s beheerder ontdekt pootafdrukken op het rode zand. Voor hem is het niet de vraag van wie die zijn, maar op welk tijdstip het dier hier liep. Harige nagels: bruine hyena, lang niet zo gevaarlijk als zijn gevlekte neef, komt er in het notitieboekje te staan. Verderop wacht het visitekaartje van een viertenige otter. Die sporen worden eveneens kort en bondig besproken: „Loopt op zijn voorvoet.”

Richard zijgt opnieuw neer, blaast een trechtervormig kuiltje wagenwijd open en legt een mierenleeuw bloot. Bij een ander kratertje demonstreert de mierenleeuw zelf hoe hij een prooi pakt (http://beeldbank.schooltv.nl/oneclip.jsp?id=1486). Het insect behoort tot de Little Five, waar het gros van de safarigangers achteloos aan voorbijgaat. Voor rangers in opleiding zijn de ”elephant shrew” (slurfmuis), ”rhino beetle” (neushoornkever), ”leopard tortoise” (luipaardschildpad) en ”buffalo weaver” (buffelwevervogel) net zo interessant.

En wat te denken van uitwerpselen! Kleine keutels, grote hopen, de behoefte om daar het fijne van te weten groeit, terwijl de gêne om een verse drol te besnuffelen verdwijnt naarmate de week vordert. Je weet dan inmiddels dat een springbok gewoon doorloopt terwijl hij poept en dat al die zwoegende mestkevers, waarvan Zuid-Afrika maar liefst 780 verschillende soorten telt, bergen nuttig werk verzetten.

Dodelijk gif
Het kost even tijd, maar op een gegeven moment is het verschil tussen een wildebeest en een hartebeest duidelijk en weet je dat de kololo het kleinste bokje van Zuid-Afrika is. De klifspringer hopt als een stuiterbal op de rotsen rond. De impala, een slag groter, springt met gemak over een auto heen. De lenige antilope blijkt een ”happy meal” voor leeuwen, waarbij McDonald’s de zwarte M niet mooier op zijn bips had kunnen zetten.

Moet je in Nederland oppassen voor een teek, hier liggen schorpioenen en slangen op de loer. „Onzin”, zegt Neels Bothma, die kratten met reptielen in het rietgedekte klaslokaal uitstalt. „Deze dieren gaan een confrontatie met ons juist uit de weg. Ze willen hun gif niet verspillen en bijten alleen wanneer zij zich bedreigd voelen. Lok zo’n reactie dus niet uit.” Slangen zijn volgens hem de meest fascinerende wezens op deze aardbol en tegelijk de minst begrepen. „Sinds de zondeval in het paradijs heeft dit schepsel een kwade reputatie, maar Mozes zag hem ook als symbool van het leven.”

Door in de huid van zijn koudbloedige vrienden te kruipen, begrijp je meer van hun gedrag, is Bothma’s boodschap. Ze missen oogleden en poten, vangen met hun tong geuren op en zijn stokdoof. „Via de grond nemen ze elke trilling waar. Net als schorpioenen voelen ze of er regen op komst is. Het zijn kruipende barometers.”

Met blote handen pakt hij de dodelijkste exemplaren op. Terwijl de cursisten huiverig de geschubde huid aanraken, vertelt Bothma tussen neus en lippen door dat hij de beet van een pofadder heeft overleefd. De zwarte mamba, die hij om zijn nek drapeert, heeft hem ook eens te pakken gehad. Van dit grijze dier is 0,25 milligram gif voldoende om 25 muizen te doden. Voor hem had de beet fataal kunnen zijn, maar het dier blijft zijn lieveling. „Mocht hij weer bijten, dood hem dan alsjeblieft niet.”

Tegengif is in ”the middle of nowhere” niet direct voorhanden. „Je zult dus snel moeten handelen. Zuig het gif niet uit de wond, maar druk direct met je handpalm op de beetplek. Probeer te onthouden hoe de slang eruitzag, zodat later het juiste serum kan worden toegediend. Riskeer geen tweede beet door het dier te gaan vangen.” Wijzend naar de ogen: „Komt het gif daar terecht, dan ben je in vijf minuten blind.”

Bothma doet uit de doeken hoe met een drukverband de hoeveelheid gif in de bloedbaan beperkt kan blijven. Niemand, ook Neels niet, is er op bedacht dat een van zijn sissende schoonheden plotseling de aanval kiest en venijn spuugt. Spetters vallen op het notitieblok. Het geleerde kan direct worden getoetst: „Verroer je niet. Knipper zelfs niet met je ogen, want slangen slaan vaak toe als ze iets zien bewegen.” Het ondoorgrondelijke dier wiegt de kop spiedend heen en weer.

Schietschijf
De honingdas hoeft zich van een spugende cobra niets aan te trekken; hij is immuun voor slangengif. Zelfs een olifant doet een stapje terug voor deze taaie rakker. Zulke weetjes vertelt een goede ranger. Hij is spoorzoeker, jachtopziener, natuurbeheerder, geoloog, psycholoog, gids en wandelende encyclopedie tegelijk en heeft er lol in bushervaringen te delen. Zo verjaagt de rooibekkakelaar, die geregeld over je heen scheert, met de poetswas van zijn stuitklier eieretende hagedissen.

De cursist vangt veel natuurgeheimen op, maar beseft ook steeds meer hoe kwetsbaar hij in deze omgeving is. De situatie in de bush kan in een oogwenk totaal veranderen. Dus nooit met de wind meelopen, anders pikken dieren je geur op. Gun een olifant steevast de ruimte. Als een hele kudde springbokken één kant opkijkt, zou daar best eens een leeuw op de loer kunnen liggen. Stuit je te voet onverhoeds op deze roofkat, keer hem dan nooit de rug toe en blijf stokstijf staan. Zelfs een branieschopper doet het dan in zijn broek.

„Houd ondertussen je wijsvinger aan de trekker”, doceert Jan Wessels. Lijfsbehoud en wildbeheer, voor een ranger zijn dat dé redenen om het geweer te hanteren. Om een dier met één schot te vellen, is het handig om te weten waar je hem moet raken. Wessels wijst op een foto van een buffel met een stok de vitale delen aan. Hart of hersenen. „Wacht tot hij dichtbij is. Mis hem niet, want dan heb je een groot probleem!” Of dat gaat lukken? Vijftig meter verder staat een schietschijf. De ’buffel’ krijgt een joekel van een kogel voor de kiezen, de schutter een enorme terugslag.

Afgezien van die paar gifslangen is Kololo superveilig. Hoewel, af en toe springt een luipaard over het hoge schrikdraad. De gedachte dat het dunne tentdoek de lenige vleeseter moet tegenhouden, stelt niet helemaal gerust. Met een zaklamp onder het kussen probeert de kersverse ranger te slapen. Buiten voeren blikkerige krekelklanken de boventoon. Heel in de verte klinkt gebrul. Je begrijpt nu waarom mensen enkele bladzijden uit hun volle agenda scheuren. Om dit te beleven.

De (Engelstalige) rangercursus in het Kololo Game Reserve duurt twaalf dagen en kost 995,- euro per persoon. Dat is inclusief accommodatie (safaritent met sanitair), maaltijden, diverse excursies en luchthaventransfers, exclusief dranken (m.u.v. koffie/thee) en vliegtickets. Men kan ook ’gewoon’ in het park verblijven. De prijzen voor een overnachting in een chalet zijn vanaf 105,- euro per persoon per nacht, inclusief maaltijden, exclusief dranken (m.u.v. koffie/thee), excursies buiten het park, luchthaventransfers en vliegtickets. Het boekingskantoor kan desgewenst de vluchten en het vervoer van en naar Johannesburg regelen. Meer informatie: www.kololo.nl en 0182-546527. Toeristische informatie over Zuid-Afrika: www.southafrica.net en 0900-2020433.

Limpopo’s bushveld
De noordelijkste provincie van Zuid Afrika stond eerst als Noord Transvaal op de landkaart, maar na de verkiezingen van 2002 werd het gebied naar de Limpopo vernoemd, de rivier die ten noorden van Johannesburg ontspringt, de grens met Botswana en Zimbabwe afbakent en na 1600 kilometer in Mozambique in de Indische Oceaan uitmondt.

Typerend voor deze regio is het bushveld, een savannelandschap waarin lage bomen en struiken overheersen. Het wemelt er van de wildparken en ook het Krugerpark ligt voor een groot deel in Limpopo.

Opvang voor aidswezen
Het zand stuift alle kanten op, maar daar malen de voetballertjes niet om. Hun trapveldje bevindt zich op het ommuurde terrein van de Waterberg Welfare Society. Het tehuis in Vaalwater vangt honderden kinderen op van wie de ouders zijn overleden aan aids of binnenkort zullen sterven. Peuters, maar ook oudere tieners. Een metalen bordje bij de ingang attendeert op 1 Timotheüs 4:12, dat de jongeren maant een voorbeeld te zijn. „We houden hen hier op allerlei manieren bezig en brengen hun ook zelfrespect bij”, vertelt Christina Ramasodi, een van de leidsters. „De waarheid wordt niet verbloemd, want we vertellen deze kinderen ook dat hun moeder binnenkort zal overlijden. Met tienermeisjes zijn er groepsdiscussies over de moeilijkheden thuis. Zo hoeven zij niet alle verantwoordelijkheid alleen te dragen.”

De kleding die de Nederlandse gasten van het Kololo Game Reserve meebrengen wordt dankbaar in ontvangst genomen. Het wildpark biedt zelf ook hulp en betaalt het salaris van een van de jeugdwerkers. „We willen op Kololo een veldschool starten, zodat deze kinderen de kans krijgen om kennis te maken met hun eigen prachtige land. Sommigen hebben nog nooit een zebra in het wild gezien. Wellicht dat ze gameranger willen worden.”
Meer informatie: www.waterbergwelfaresociety.org.za.

Kruger te voet
De groep vormt een zwijgende lijn achter Johan Malan. Dan gaat alles in een flits. Struiken bewegen, de ranger kromt zijn vinger om de trekker van een .375. Seconden later maken vijf hyena’s zich uit de voeten.

Een ”bushwalk” bij het krieken van de dag is de mooiste manier om het Kruger National Park te ontdekken. Weg van de drukbereden ”teerpaaie”, die de belangrijkste toeristische trekpleister van Zuid Afrika zo toegankelijk maken. Nogal wat Nederlanders kiezen Sefapane Lodge dan als uitvalsbasis. Het vakantiecomplex ligt in Phalaborwa, pakweg 1000 meter van een van de negen ”gates”.
Gasten verblijven in een Afrikaanse rondavel of kiezen voor een veel ruimer chalet, voorzien van alle gemakken.

Prettig is dat de lodge allerlei safari’s en excursies regelt, onder begeleiding van ervaren gidsen. Bijvoorbeeld een cruise op de Olifantsrivier. Als Willie van de Walt eindelijk de buitenboordmotor aan de praat heeft, glijdt een krakkemikkig dubbeldeksbootje met de stroom mee. In het loodgrijze water wachten enorme krokodillen stiekem hun kans af. Verderop houden nijlpaarden net de neusgaten boven water. Naarmate de boot dichterbij komt, beginnen de dikbillen luidruchtiger te snuiven. „Ze bijten in een kano of het een gebakje is”, waarschuwt de schipper. Ook op het land kan een hippo voor hachelijke momenten zorgen. Zo’n levende tank haalt 50 kilometer per uur. „Sommige lieden hebben de illusie dat ze opzij kunnen springen. Het is de nummer één mensendoder van Afrika.”

Op de oever staat nog zo’n levensgevaarlijke jongen. Een eenzame buffelstier, die nauwelijks een reden nodig heeft om iemand op de horens te nemen.

Na zonsondergang heeft Sefapane Lodge in het park een ”bushbraai” op het programma staan. Gewapende rangers houden ongenode gasten buiten de kraal, want de geur van lamskoteletjes blijkt soms onweerstaanbaar. Hoe groot is de kans om zelf een maal te worden? Zo’n vraag is geen flauwekul. Pootafdrukken van een leeuw zetten in ieder geval alle zintuigen op scherp.

Te voet is het contact met de natuur intenser. Schuimklodders speeksel op geknakte stengels vertellen dat een beest met een brede bek net een hap heeft genomen. „De buffel is dichtbij”, fluistert Johan Malan. „Heel dichtbij.” Subtiele handbewegingen. Iedereen staat stokstijf.
Dan baant een grijze schim zich een weg door de dichte bosschages. De vrijgezel kiest woest het hazenpad. Zelfs Malan haalt opgelucht adem.
Meer informatie over Sefapane Lodge: www.sefapane.co.za; over Kruger National Park: www.krugerpark.co.za en www.sanparks.org/parks/kruger.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels