De toeristen zijn meer dan welkom op het eiland, dat anderhalf jaar geleden door de vogelgriep werd getroffen. In de zomer van 2006 bleven de toeristen massaal weg. Vorig jaar trok het gelukkig weer aan en dit jaar verwacht men weer een stijging ten opzichte van 2005. „Laten we niet denken aan wat is geweest, maar vooruitkijken”, zegt Ogilvie.
Matthias Ogilvie is de eigenzinnige eigenaar van het Panorama Hotel Lohme. De van origine West-Duitser studeerde filosofie, maar toen hij zijn opleiding eenmaal had afgerond kocht hij het hotel op het Oost-Duitse eiland en runt dat nu. „Wat moet je anders met filosofie?” vraagt hij zich hardop af.
Zijn hotel draagt de naam Panorama met eer. Het gastenverblijf is een oude, witte villa en ligt op de rand van de met oude beuken begroeide, 60 meter hoge klifkust. „Nergens op Rügen gaat de zon mooier onder over Kap Arkona dan hier vanaf dit punt”, zegt Ogilvie en wijst naar de horizon, waar het noordelijkste punt van het eiland Rügen valt waar te nemen.
De hotelhouder zegt in feite niets te veel. Wie het ’s avonds in de serre van het hotel mag meemaken dat de zon zichtbaar ondergaat, beleeft prachtige momenten. De mensen kijken niet meer naar wat er op hun bord ligt, maar houden hun ogen gericht op de einder. „Hier raak je nooit op uitgekeken”, verzucht Ogilvie. „Op dergelijke momenten vergeet je alles. Je bent hier even uit de hectiek van het leven van alledag.”
Het dorp Lohme, geldt al honderden jaren lang als reisdoel van romantici, schilders, dichters en natuurvrienden. De Duitse schrijver Gerhart Hauptmann bezong Lohme: „In Lohme hoor ik de melodie van schoonheid en stilte.”
Ook de befaamde Duitse auteur Theodor Fontane verbleef graag in Lohme. Hier bereidde hij zijn prachtige roman ”Effi Briest” voor. De 19e-eeuwse schrijver vond „alles interessant. Het meest interessante is echter het uitzicht.”
Ogilvie komt steeds op de romantiek terug. „Als u waarlijk de romantiek wilt meemaken, moet u straks met me meekomen als het goed donker is en de maan aan de hemel staat.” De hotelhouder is niets te gek. Zijn gasten wil hij de voor Rügen kenmerkende Königsstuhl laten zien. Ogilvie stapt in zijn auto en toert in nog geen tien minuten naar het 119 meter hoge uitkijkpunt. De auto staat amper stil of Ogilvie rent naar de rand van de indrukwekkende krijtrots, wijst naar de maan, de zilveren zee en roept uit: „Dit is toch de romantiek?”
Overdag heeft de Königsstuhl niets van zijn aantrekkingskracht verloren. De maan heeft plaatsgemaakt voor de zon, de zee is niet zilverkleurig, maar groenblauw, maar het uitzicht is ook op dit moment van de dag geweldig. Ogilvie weet te vertellen dat „de Königsstuhl de plek is waar de Zweedse koning Carl XIII in 1715 op de rots zijn stoel zou hebben gezet om daarvandaan de zeeslag tussen zijn vloot en die van de Denen beter te kunnen volgen.”
„Volgens een andere versie konden in de oudheid de zonen van de Hunnen vechten om de koningstroon. Wie als eerste de steile rots bedwong, mocht zich koning noemen. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan deze versie. Waarom? Dat is gewoon een mooier verhaal.”
Een andere aanrader van Ogilvie is Kap Arkona, het punt waar de hotelgasten vanuit de serre zicht op hebben. „Combineer een bezoek aan Kap Arkona met het vissersdorp Vitt. Dat dorp is gewoon een sprookje.”
Kap Arkona eerst maar. De reisgids vermeldt dat de kaap 46 meter hoog is. Toeristen die met de auto komen, moeten hun voertuig parkeren aan de rand van het dorp Putgarten, waartoe Kap Arkona behoort. Naar de kaap mag men lopend of met een toeristentreintje.
Putgarten is Slavisch en betekent ”onder aan de burcht”. De burcht of vesting heeft in het verleden op de kop van de kaap gestaan en heette toen Jaromarsburg. De vesting was door de Slaven rond een reusachtig houten, bont beschilderd standbeeld van hun halfgod Svantwvit gebouwd.
Met de verovering van de tempelberg en de vernietiging van het standbeeld door de Deense troepen onder koning Waldemar I in 1168 begon de kerstening van het eiland Rügen. Van de vesting is nu alleen nog een 13 meter hoge wal te zien. Volgens historici uit de middeleeuwen was de vestingwal zo hoog dat aanvallers met hun kruisboog de bovenkant van de wal niet konden bereiken met hun pijlen.
Kap Arkona moet het vooral hebben van het magistrale uitzicht. Toeristen kunnen tegen betaling de twee vuurtorens beklimmen. De kleinere vuurtoren heet Schinkeltoren, naar de architect ervan, Karl Friedrich Schinkel, (1781-1841), die ook verschillende gebouwen in Berlijn op zijn naam heeft staan. Voor het uitzicht kan men beter de nieuwere en ook hogere vuurtoren beklimmen. Bij goed weer is het 60 kilometer verderop gelegen eiland Mon te zien.
Aan het zicht onttrokken is het in een bocht gelegen vissersdorp Vitt. Het plaatsje met zijn dertig inwoners doet denken aan de vissersdorpen rond de vroegere Zuiderzee. Alle tien tot vijftien woningen van het schilderachtige dorp hebben een rieten kap.
„Was het mooi?” vraagt Ogilvie bij terugkomst. Het antwoord wacht hij niet eens af. „Ook de moeite waard is Binz, met zijn witte houten strandvilla’s en zijn kuurhuis. Of de vissershaven van Sassnitz. Er is hier zo veel. Of geeft u de voorkeur aan middeleeuwse kerken? Die hebben we hier ook.”
Een laatste tip van Ogilvie: „Bezoek Rügen eind april, begin mei, als de koolzaadvelden bloeien. Dan is het hier één grote bloemenzee. Ik zeg altijd maar: Lohme is ”for lovers”.”
Meer informatie: www.duitsverkeersbureau.nl en 020-6978066.