Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep
  Algemeen

Ringstaartmaki haat handschoenen

 Eén fluitje van dierverzorgster Ellis van den Rozenberg van Dierenpark Wissel en de geelogige kopjes van de ringstaartmaki’s draaien haar kant op. Foto RD, Sjaak Verboom

Eén fluitje van dierverzorgster Ellis van den Rozenberg van Dierenpark Wissel en de geelogige kopjes van de ringstaartmaki’s draaien haar kant op. Foto RD, Sjaak Verboom

Wat is er zo leuk aan ringstaartmaki’s? Alles. Gewoon alles, vindt dierverzorger Ellis van den Rozenberg (30) van Dierenpark Wissel. Hun vreedzaamheid. Hun middagslaapje. Hun nieuwsgierigheid. En het feit dat alle leden uit de groep met de twee maki’tjes van zes weken oud willen spelen.
Op de zilveroeistities is ze ook heel trots. Twee van die zilverachtige dwergaapjes woonden nog niet lang in Dierenpark Wissel toen ze jongen kregen, en onlangs gebeurde dat opnieuw. Twee keer een tweeling. Voor een dierverzorger betekent zoiets dat je het goed doet: de dieren voelen zich thuis.

Van den Rozenberg noemt de geboorte van de piepkleine, zilverkleurige beestjes, die zich op de rug van hun vader en moeder vastklemmen alsof hun leven ervan afhangt, een van de mooiste momenten in haar carrière - ze werkt nu zeven jaar in Dierenpark Wissel, bij Epe. Toch kiest ze ervoor om nu niet de oeistities, de roodbuiklemuren of de witgezichtsaki’s voor het voetlicht te halen, hoewel tijdens haar rondleiding blijkt dat ze al die apen een zeer warm hart toedraagt. Dit keer zet ze de ringstaartmaki’s in het zonnetje.

Deze halfaap zorgt daar overigens zelf ook wel voor. Letterlijk. ’s Morgens begint hij de dag bij voorkeur zittend in de zon. Rond 9.00 uur ontbijt hij daar met apenbrokken. ’s Middags doet hij een dutje in de bomen of op de grond, ook in de zon als het even kan.

De ringstaartmaki (Lemur catta) lijkt op een aap, maar is het niet helemaal, vertelt Van den Rozenberg. Het dier, dat in het wild in Madagaskar leeft, heeft een ander gebit dan een aap en het markeert zijn leefgebied grondig. De Nederlandse naam dankt het aan de opvallende, zwart-witte pluimstaart. Het dier heeft goudgele ogen en een bruingrijze vacht.

De rozijntjes die de maki’s om 14.00 uur krijgen, eten ze uit de hand van hun verzorgster. Een dikkerd geeft klopjes op haar arm als de rozijnen op zijn. Eén vrouwtje met een jong tegen haar buik geklemd houdt zich afzijdig. Die is de laagste in rang en mag pas als laatste eten.

Hiërarchie is belangrijk binnen de groep ringstaartmaki’s. „Ze hebben een duidelijke plek in een rangorde die alleen zijzelf kunnen bedenken”, zegt Van den Rozenberg. Het dominante dier is een vrouwtje.

De ringstaartmaki’s wonen in Wissel op een eiland. Ze hebben hoge bomen om in te klimmen en een houten hut met verwarming om in te overnachten. Hoewel ze fysiek gezien best van het eiland zouden kunnen ontsnappen, doen ze dat niet. Ze hebben een hekel aan water. En hun terrein is hun domein, gemarkeerd met hun geur - de wereld daaromheen ruikt vreemd; bovendien laten ze hun groep niet achter.

Binnen die veilige omgeving laat een ringstaartmaki zich niet snel van de wijs brengen. „We hebben tijdelijk pelikanen in hun verblijf gehuisvest. De apen zaten een poosje met z’n allen om de vogels heen, wilden eraan ruiken maar durfden dat net niet, en gingen toen weer over tot de orde van de dag. Ooit landde er een maraboe, een aaseter met een kale nek en kop, in het water om hun eiland. De maki’s slaakten een paar alarmkreten en daar bleef het bij.”

Haatdragend is de ringstaartmaki evenmin. Al heeft hij juist een spuitje van een verzorger gehad, hij komt zo weer naar die persoon toe. Maar aan handschoenen heeft hij een hekel, weet de dierverzorgster. Ziet de maki die zijn verblijf in komen, dan maakt hij dat hij wegkomt. Handschoenen zijn er om hem vast te pakken, dat weet hij goed.

„Ze zijn ontzettend nieuwsgierig en reageren heel erg op geluiden”, zegt de dierverzorgster. Ze roept zachtjes en twee geelogige kopjes draaien zich onmiddellijk naar haar toe. De dieren hebben al gauw in de gaten dat er geen eten volgt. Ze kijken weer weg en gaan door met hun dutje. Voor een stem alleen komen ze niet van hun plaats.

Echt luisteren is er niet bij. „Elk individu houdt zijn eigen typische trekjes. Een dominant exemplaar krijg je zelfs met trucjes niet het hok in, hoe graag je dat ook wilt. Je kunt tussen de bomen blijven wachten tot hij of zij eindelijk naar binnen gaat, maar voor je het tussendeurtje dicht kunt doen, is hij weer buiten. Soms blijft een dier net zo lang buiten tot jij echt weg bent.” Ringstaartmaki’s in Wissel hebben tenslotte alle tijd van de wereld.

Dit is het vijfde deel in een serie over een bijzondere verhouding tussen mens en dier.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels