Pertinente tegenstanders of serieus aarzelende CU’ers kom je echter weinig tegen. Niet alleen in de partijtop, waarin huidige en vroegere roergangers eenparig stellen dat dit een unieke gelegenheid is die men niet mag laten voorbijgaan (zie elders op deze pagina). Ook op het grondvlak is er eerder sprake van enthousiasme en euforie dan van scepsis. Uit een peiling op de eigen website bleek onlangs dat 97 procent van de achterban het ermee eens is dat gepoogd wordt een kabinet te vormen van CDA, PvdA en ChristenUnie.
Reëel blijven
Toch is euforie is niet op zijn plaats, vindt Meindert Leerling (71), die van 1981 tot 1994 -het grootste deel van deze periode in zijn eentje- de RPF vertegenwoordigde in de Tweede Kamer. „Nee, we moeten wel reëel blijven. Zes zetels is iets om dankbaar voor te zijn, maar in feite is het niet veel meer dan het herstel van de situatie van voor de fusie van RPF en GPV. Als je ziet hoe vaak Rouvoet in de campagne op tv was, hoeveel kansen we gekregen hebben, kansen die we ook benut hebben, dan heeft de uitslag tevens iets teleurstellends. Ik heb eigenlijk ook het gevoel dat hier voor ons de bovengrens ligt.”
Op het moment dat de verkiezingsuitslag bekend werd, was Leerlings primaire reactie: „Zes zetels? Dat is te weinig om in een kabinet te gaan zitten.” Naar zijn idee had de ChristenUnie dan een SP-achtige sprong moeten maken. „Op z’n minst heb je, om een vuist te kunnen maken in een coalitie, een omvang nodig als die van de Groep Wilders.”
Dus maar aan de kant blijven staan? „Dat was wel mijn eerste gedachte. Rouvoets uitlating op de verkiezingsavond dat er eigenlijk maar één optie was, te weten CDA, PvdA en ChristenUnie, vond ik niet zo verstandig. Je moet nooit met je zaakje te koop lopen. Wacht liever tot je gevraagd wordt.”
Dat gebeurde dus na betrekkelijk korte tijd. Voor Leerling was dat het moment om anders tegen de zaak aan te gaan kijken. „Iedereen beseft: er bestaan geen goede alternatieven. Men is op ons aangewezen. In zo’n situatie, als je een kansje krijgt iets te verbeteren, moet je je als christen wel twee keer bedenken voor je zegt: Ik laat die gelegenheid schieten. Als je op dat moment nee zegt, vragen ze je nooit meer. Bovendien: een kleine partij die nodig is, kan soms iets overvragen.”
Spanningsveld
De keus is helder, schetst de gewezen RPF-leider: iets verbeteren of niets verbeteren. Als de ChristenUnie bepaalde zaken ten goede wil keren, moet ze nu in het kabinet stappen, ook al neemt de partij dan de verantwoordelijkheid voor zaken waar ze het ten diepste niet mee eens is.
Daar ligt een groot spanningsveld, erkent Leerling. „Fractieleider Rouvoet vecht daar enorm mee, weet ik uit persoonlijke contacten met hem. Hij is daar heel serieus mee bezig.”
De ex-politicus zou precies hetzelfde hebben gedaan als zijn opvolger, zegt hij. „Als ik in de schoenen van Rouvoet had gestaan, had ik nu ook aan de formatiebesprekingen meegedaan.” Hij waakt ervoor de fractieleider voor de voeten te lopen. „Ik ga absoluut niet zeggen: Hier of daar ligt voor mij de lat, dat moet ten minste zijn bereikt voordat de ChristenUnie in het kabinet kan stappen.”
Dat neemt niet weg dat hij hier wel degelijk gedachten over heeft. In het regeerakkoord móéten dingen staan die er alleen dankzij de ChristenUnie in zijn gekomen, zaken die CDA en PvdA uit zichzelf nooit zouden hebben geregeld.
Een voorbeeld van zo’n typisch CU-punt is volgens Leerling het bieden van betere voorlichting over alternatieven voor abortus. „Het CDA kan dan straks wel zeggen: Dat wilden wij ook, maar de recente geschiedenis bewijst dat zij er nooit werk van hebben willen maken.”
Een betere afbakening van het begrip noodsituatie -wanneer is een abortus toegestaan- is een ander punt. „Als wij straks met onze zes zeteltjes 10.000 kinderen in de moederschoot kunnen redden, dan is zoiets grote winst.”
Als het over euthanasie gaat, denkt het gewezen Kamerlid aan goede palliatieve zorg. Maar niet alleen op die punten moet de CU iets bereiken, meent hij. Ook op het gebied van ontwikkelingssamenwerking en asielbeleid kan er volgens hem het nodige worden binnengehaald.
Goddeloze wetten
Oud-directeur J. Frinsel van de stichting Tot Heil des Volks betoogde woensdag in het Nederlands Dagblad dat de CU niet moet deelnemen aan een kabinet dat weigert „de goddeloze wetten die de afgelopen jaren zijn uitgevaardigd” terug te draaien (zie elders op de pagina). Hij verwees in zijn stuk naar Sadrach, Mesach en Abéd-nego uit het Bijbelboek Daniël, die weigerden te knielen voor het beeld van Nebukadnézar.
Leerling noemt die vergelijking „niet helemaal eerlijk.” In het voorbeeld dat Frinsel -hij stond in 1982 derde op de kandidatenlijst van de RPF- neemt, gaat het om een nieuwe wet die Nebukadnézar uitvaardigde, stelt de oud-politicus. Alle andere opdrachten van deze koning voerden de drie vrienden gewoon uit. Zo zal ook de CU bestaande wetten uitvoeren. „Het land moet bestuurd, hoe vreselijk we sommige wetten ook vinden. Stel dat deze coalitie door nieuwe regelgeving de abortus- of euthanasiewet zou willen verruimen, dan zouden we daar natuurlijk niet aan kunnen meewerken. Dat zou, net als bij Nebukadnézar, een nieuwe ontwikkeling zijn waarvoor wij medeverantwoordelijk zouden worden.”
Nu de ChristenUnie de kans krijgt te gaan meeregeren, ziet Leerling daarvan zeker de gevaarlijke kanten. CU-bewindslieden zullen straks beleid moeten verdedigen waar ze het absoluut niet mee eens zijn. „Daarom zeg ik niet voluit dat ik alleen maar blij ben met deelname aan de coalitie”, stelt de oud-politicus. „Ik heb er op dit punt zeker mijn reserves bij. Het is een onderneming met risico’s. Niet iedereen in de achterban zal er altijd even blij mee zijn.”
Zondagsrust
De gewezen RPF-lijsttrekker hoopt vurig dat de ChristenUnie, ook in de periode van daadwerkelijk regeren, zichzelf blijft. „De Kamerfractie moet altijd het kwaad in de samenleving blijven benoemen, straks ook -als dat nodig is- tegenover ministers van eigen politieke kleur, en tegen dat kwaad blijven strijden. In het verkeerde mogen we niet berusten. Gods Woord heeft het recht om beslag te leggen op de hele samenleving. ”
Wat betreft de CU-bewindslieden hoopt hij dat zij zich qua levenswijze blijven onderscheiden van hun collega’s. Dat betekent onder meer handhaving van de zondagsrust, stelt Leerling. „Geen optredens in zondagse tv-programma’s en, als je bijvoorbeeld in het buitenland bent, geen werkbezoeken op die dag. Een kabinetsvergadering op zondag zou ik alleen bijwonen als er sprake zou zijn van een grote noodsituatie.”
Hem is verzekerd dat vertegenwoordigers van de ChristenUnie de dag van God zullen eerbiedigen. „Ik zal dat met spanning volgen.”
Van Middelkoop: Volk wil ”vruchten van paars” niet opgeven
„Juist op dit moment is het goed zich te realiseren dat de ”vruchten van paars” de politieke uitdrukking waren van de wil van het volk. In onze publieke cultuur waren de beginselen van de postreligieuze mens, zoals zijn vermeende autonomie, materialisme en ethische ongebondenheid, na een periode van strijd vanaf de jaren ’60 en ’70 tot een volledige rijping gekomen. Daarbij paste een langs democratische weg tot stand gekomen libertijnse wetgeving (…).
Die wetgeving behoort thans tot de breed gekoesterde verworvenheden van onze rechtsstaat. Hoe onaangenaam ook, aan deze rauwe constatering lijkt me moeilijk te ontkomen.
De ChristenUnie mag dan plotsklaps politiek salonfähig zijn geworden en zelfs het thema van de religie in het publieke domein lijkt weer terug, uit geen enkel onderzoek blijkt een begin van bereidheid om de onder paars verworven wettelijke vrijheden (en al eerder abortus) op te geven. Wil de ChristenUnie geen valse verwachtingen wekken, dan zal deze stand van zaken zeer goed onder ogen moeten worden gezien.”
ChristenUnie-Eerste Kamerlid Van Middelkoop twee weken geleden in zijn column in het Nederlands Dagblad.
Schutte: Kwaad zit meer in praktijk dan in geldende wetten
„Het intrekken van slechte wetgeving betekent nog niet de terugkeer naar een ethisch meer verantwoorde praktijk. (…) Intrekking van de abortuswet zonder meer maakt abortus wel illegaal, maar betekent nog geen einde aan de toepassing ervan. Het kwaad zit dan ook niet in de eerste plaats in de geldende wet, maar in de bestaande abortuspraktijk, waarin het ongeboren kind rechteloos is. Willen we het kwaad van de abortus werkelijk bestrijden, dan is het zaak aan te knopen bij deze praktijk. Ook voorstanders van het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw kan het toch niet onberoerd laten dat jaarlijks 33.000 ongeboren kinderen in de moederschoot worden gedood?
Als het mogelijk is door veel betere en niet-vrijblijvende voorlichting en hulpverlening en door het aanbieden van alternatieven het aantal abortussen provocatus terug te dringen, dan zou dit een belangrijke stap in de goede richting betekenen. Wellicht kan zodoende ook een klimaat ontstaan waardoor er draagvlak komt voor wijziging van de wet. Iets dergelijks moet ook mogelijk zijn met betrekking tot de euthanasiepraktijk.”
Oud-GPV-leider Schutte vorige week in een opinieartikel in het Reformatorisch Dagblad.
Frinsel: Deelname CU aan kabinet maakt me niet vrolijk
„Het is zo’n leerzame geschiedenis, die van Sadrach, Mesach en Abéd-nego. (…) Zij waren onberispelijk in het uitvoeren van hun taak, maar hun gedwongen samenwerking met de heidense despoot Nebukadnézar kende van hun kant een absolute grens: „Het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, niet aanbidden.”
Het was hun bekend dat zij met die weigering niet alleen hun politieke carrière, maar ook hun aardse leven konden afschrijven. Nebukadnézar en de oven stonden witgloeiend. Voor dat wat er aan werkelijk christelijke politici in Nederland nog over is, hopen we van harte dat ze net zo onverzettelijk aan Gods Woord zullen vasthouden als de vrienden van Daniël.
Balkenende heeft de CU nodig om in het zadel te blijven. Ik hoop en bid dat men voor die verleiding niet zal bezwijken, want arglistig is het hart en wanneer begeerte ons heeft aangeraakt, weten we menigmaal het kromme nog wel recht te praten (…).
De gedachte dat de ChristenUnie kan gaan deelnemen aan een te vormen kabinet, maakt me bepaald niet vrolijk, integendeel.”
J. J. Frinsel, oud-directeur Tot Heil des Volks, woensdag in een opinieartikel in het Nederlands Dagblad.